InterviewJoris van Casteren

Joris van Casteren over Lelystad: Dat ‘lelijke’ verhaal vormt juist de ziel

Joris van CasterenBeeld Els Zweerink

In 2008 schreef journalist Joris van Casteren het boek ‘Lelystad', over zijn jeugd in de stad die, volgens sommigen, niets meer dan een 'mislukt’ bouwproject is. Volgens van Casteren geeft die lelijkheid juist karakter.

‘Mijn boek veroorzaakte na verschijning nogal ophef bij de gemeente en de provincie. Ik kreeg na een optreden bij ‘Pauw en Witteman’ een woedende reactie van een wethouder en een gedeputeerde. Maar later hebben die toegegeven dat ze niet handig hebben gereageerd – veel van die bestuurders die zich laten aansturen door hun city marketeers zijn na vier jaar toch weer weg.

“Er werd ook opgeroepen tot een openbare boekverbranding, en er is geprobeerd om de boekenwinkel van Lelystad te bewegen om mijn boek uit de etalage te halen; bij een signeersessie kwam zelfs bewaking. Ik hou helemaal niet van ruzie, maar al dat rumoer heeft de verkoop van mijn boek geen kwaad gedaan. Ik heb ook buurtrondleidingen gegeven, waarvoor lezers grote belangstelling hadden.

“Later heb ik de vredespijp met de ge­meen­te gerookt. In 2017 ben ik op uitnodiging van de gemeente aangeschoven bij een paneldebat met stedebouwkundigen. Dat vatte ik wel op als een teken van erkenning.

“Maar daarna leek het toch weer enigszins mis te gaan, al betrof het ditmaal de provincie en niet de gemeente. Ik was door beleidsmedewerkers uitgenodigd om verslag te doen van een inspraakbijeenkomst over de toekomst van de provincie in het provinciehuis. Iedereen werd keurig geïntroduceerd, ook ik, er werd bij verteld wat ik kwam doen en niemand had daar bezwaar tegen.

‘Wat is nou een Flevolander?’

“De discussies op die bijeenkomst kwamen altijd weer neer op de vraag naar identiteit: ‘Wat is nou een Flevolander?’ De organisatoren waren heel blij met het verslag, ze hadden erom gelachen. Het zou gepubliceerd worden op de site van het Provinciehuis.

“Maar de Provincie zag er uiteindelijk van af. Iemand die ik had geciteerd zou daar ongelukkig mee zijn geweest – volgens mij echt on­zin, want dat hadden we ook kunnen verhel­- pen door het te anonimiseren of weg te laten. Afijn, ik ben dus wel betaald, maar het stuk is niet op de site van de provincie geplaatst. Maar ik heb het wel gepubliceerd in de plaatselijke krant, de Flevopost.

“Mijn boek gaat niet over het Lelystad van nu, maar over het Lelystad van toen, hoe het was om op te groeien in die stad die bij wijze van spreken nog in de couveuse lag; over wat er geworden was van de plannen van ambtenaren van de rijksdienst, die het hadden overgenomen van de architect. Dat is een bizar, grappig en boeiend verhaal.

“Die mislukking in die beginperiode, onder meer doordat Amsterdammers met allerlei sociale problemen er werden gedumpt, moet je juist niet verzwijgen, die hoort erbij. Er is veel veranderd, er zijn heel veel nieuwe mensen bij gekomen die wel geld hebben. Maar dat lelijke verhaal, dat ik helemaal niet lelijk vind, maar juist mooi en ontroerend, is onderdeel van de collectieve herinnering, de basis van de ziel van de stad.”

Lees ook:

‘Het wordt misschien wel true crime’

Almere is gewaarschuwd. Niña Weijers wordt de vierde gastschrijver van de stad. Vanaf 1 september zit ze er in een appartement op elfhoog aan het Weerwater.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden