Boekrecensie

Joop den Uyl geloofde niet in God, maar wel dat God in hem geloofde

In de jaren tachtig sloot Den Uyl als een sombermans moeiteloos aan bij de heersende ondergangsstemming. Beeld ANP

De biografie over Joop den Uyl van Dik Verkuil schept vooral een beeld van diens drammerige karakter en ongemakkelijke omgang met mensen.

Joop den Uyl beschikte over enige zelfkennis. “Ik denk niet dat ik echt aardig ben”, zei hij in 1977 tijdens een interview, “nee, respect en bewondering misschien…maar als de aardigheidsvraag aan de orde komt, nee. Aardig zijn is echt open zijn, ingesteld zijn op anderen, is voorbehoudsloos warmte uitstralen. Ik denk dat ik voor mensen boeiend kan zijn, interessant, maar niet aardig.” Den Uyls broer Niek had politiek en religieus (hij was wel orthodox-gereformeerd gebleven) weinig met Joop maar wist hem wel treffend te karakteriseren als “een soort Churchill, een terriër, wat-ie vast heeft laat-ie niet meer los.”

De titel ‘De gedrevene’ dekt de lading van de nieuwe Den Uyl-biografie, verschenen honderd jaar na zijn geboorte, uitstekend. Als politiek leider opereerde de PvdA’er solistisch en soms bijna op het contactgestoorde af, laat de auteur, journalist/historicus Dik Verkuil, zien. Volgens onder anderen Ed van Thijn lobbyde Den Uyl niet voor zichzelf en besprak hij eigenlijk nooit met anderen wat hij zelf voelde en wilde. De sociaal-democratische leider hield zich niet bezig met “dat hele spel van aftasten, met alles wat daar in de politiek drum und dran is, eens uitvissen hoe je over elkaar denkt”. De sociaaldemocraat dacht dat anderen vanzelf wel zouden zien dat hij de beste was. “Hij gelooft niet meer in God”, zei Joops vrouw Liesbeth over de geloofsopvatting van haar echtgenoot, “maar gelooft nog wel dat God in hem gelooft.”

Ridder van de droevige figuur

Zo’n houding stond aan de basis van een messianistisch leiderschap. Den Uyl, in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw zeven keer lijsttrekker van de PvdA, was de dominee van het socialistische woord. Aanvankelijk vertegenwoordigde hij voor velen binnen en buiten zijn partij de hoop op verandering met zijn belofte om kennis, macht en inkomen te spreiden. Het bleef bij één kabinet onder zijn leiding (1973-1977) dat mede door een plotselinge recessie volop te maken kreeg met de smalle marges van de politiek en eindigde in verbitterde onderlinge verhoudingen. In de jaren tachtig sloot Den Uyl als een sombermans moeiteloos aan bij de, dankzij kruisrakketten en crisis, heersende ondergangsstemming. ­

’s Mans extreme drive leidde stilaan tot bedrijfsblindheid voor zijn donquichotterie en eigen houdbaarheidsdatum. Hij werd een ridder van de droevige figuur. Verkuil trekt een parallel met een andere grote figuur uit de rode familie: “Zoals Den Uyl zelfs ruim een jaar voor zijn overlijden nog hoopte op zijn tweede kabinet, zo dacht Domela de revolutie nog mee te maken.” Den Uyls gedrevenheid verklaarde zijn successen en mislukkingen.

Beeld ANP

In een klein taalgebied als het Nederlandse zijn meerdere biografieën over een en dezelfde persoon een zeldzaamheid. Soms worden eerdere levensgeschiedenissen op vrijwel alle fronten overtroffen zoals met het vorig jaar verschenen ‘Thorbecke wil het’ van Remieg Aerts. Andere moeten het hebben van een ander perspectief. Verkuils ‘De gedrevene’ zorgt vooral voor een afwijkende kijk op de PvdA-leider. Hij neemt enige afstand van de wat meer ‘aaibare’ Den Uyl van Anet Bleich in haar inmiddels elf jaar oude ‘Dromer en doordouwer’. Al allitererend had het woord ‘drammer’ daarbij gepast en ook in haar verder behoorlijk voorbeeldige biografie meer aandacht kunnen krijgen.

Intermenselijk verkeer

Verkuil springt in dat gat. Hij behoorde met onder anderen Doeko Bosscher en Gerard Mulder tot de mannen die, voordat Bleich haar biografie schreef, de tanden stukbeten op een biografie van Den Uyl. Bij Verkuil liep het een kwarteeuw geleden onder meer mis door onmin met dochter Saskia Noorman-den Uyl.

Het startsein voor de tweede poging, een verzoek van uitgeverij Nieuw Amsterdam, kwam in 2011, maar kreeg pas echt vaart door een half jaar vrijaf.

‘De gedrevene’ concentreert zich op Den Uyl in het intermenselijk verkeer, met alle ongemakken en eigenaardigheden die de hoofdpersoon daarin vertoonde. De PvdA’er leefde monomaan voor de politiek en ging slordig met mensen om. Hij kon zelf ellenlange betogen afsteken en tegelijkertijd gênant weinig interesse tonen in de inbreng van anderen.

Dan keek hij een andere kant op of ging zijn brillenglazen poetsen. Werk was alles, alles kon werk zijn. “Wat een mooi weer hè, Joop?”, zei raadsadviseur Herman Tjeenk Willink. Den Uyl reageerde: “Hoezo, wie zegt dat?” Tjeenk Willink antwoordde dat Den Uyl gewoon naar buiten moest kijken. Zelfs normaal eten schoot erbij in. De leider graasde gedurende de dag wel her en der wat bij elkaar.

Hoofdpersoon, partijpolitiek geharrewar, polarisatie en de rest van de tijdgeest bieden volop prachtmateriaal. Bleichs ‘Dromer en doordouwer’ maar bijvoorbeeld ook ‘De verbeelding aan de macht. Het kabinet-Den Uyl 1973-1977’ van Peter Bootsma en Willem Breedveld stonden er vol mee. Ook Verkuils boek stelt wat dat betreft niet teleur.

Joop den Uyl en Ruud Lubbers. Beeld ANP

Geen helletocht door de archieven

Bij het lezen van het levendige, met vaart geschreven ‘De gedrevene’ vraagt de lezer zich echter ook onwillekeurig af wat voor moois de acribie van een echte biograaf, het je volledig onderdompelen in de beschikbare bronnen, met een goede waarnemer/portrettist als Verkuil had kunnen opleveren. Bij zijn eerste poging tot biografie dook hij diep in Den Uyls jeugdjaren. Dat levert in het boek dat er nu toch nog is gekomen het inzicht op dat de jonge Joop nog niet zoveel op had met gewone mensen. De politiek benadrukte de materiële nood te veel, schreef hij in een opstel midden in de jaren dertig. Voor veel van de latere jaren beperkte Verkuil zich tot gesprekken met tijdgenoten van Den Uyl en de bestaande historiografie.

Dat levert veel gedenkwaardige anekdotiek op, maar ook een zekere vluchtigheid en oppervlakkigheid. Den Uyls wethouderschap in Amsterdam (1962-1965) en zijn ministerschap van economische zaken (1965-1966) komen slechts heel kort aan de orde. Echt tot in de krochten van de politieke dossier dringt Verkuil maar zelden door.

Misschien wreekt zich hier opnieuw de omvang van het Nederlandse taalgebied. Met het vooruitzicht van een beperkte markt brengt niet iedereen de moed op om de helletocht door alle archieven te maken. En na decennia leven met Den Uyl wilde Verkuil wellicht ook eens echt van hem af.

Oordeel: soms oppervlakkig. Wat had zo’n goede verteller nog meer kunnen opduiken? 

Dik Verkuil
De gedrevene. Joop den Uyl 1919-1987
Nieuw Amsterdam
464 blz. € 34,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden