BoekrecensieDondersteen

Johan de Boose brengt een fascinerend eerbetoon aan zijn afstandelijke vader

Johan de Boose Beeld Michiel Hendryckx
Johan de BooseBeeld Michiel Hendryckx

Johan de Boose schrijft intens, met liefde en precisie, over zijn vader: een man die de aarde bereisde zonder zijn studeerkamer te verlaten.

Wijze, warme, onkreukbare vaders, van die vaders waar de kinderen later vol bewondering aan terugdenken, die zijn niet dik gezaaid in de literatuur. De onvergetelijke Atticus Finch uit ‘To Kill a Mockingbird’ schiet me te binnen, en Samuel Hamilton uit ‘East of Eden’, hoewel dat een bijfiguur is.

Je zou gaan denken dat dit soort vaders niet echt bestaan, of dat ze niet interessant genoeg zijn om over te schrijven. Dat klopt dus niet, want nu is er ‘Dondersteen’, de nieuwe roman van Johan de Boose. Met liefde en precisie schrijft hij over een man die de aarde bereisde en bestudeerde zonder zijn werkkamer te verlaten, die een stenenverzameling bezat uit alle geologische tijdperken, een amateurwetenschapper die zijn zoon inwijdde in de talloze geheimen van de aarde, maar die ook op afstand bleef met zijn vreemde obsessie. ‘Onkruid bestaat niet’ prent hij zijn zoon in, en ‘noem een steen nooit zomaar een steen.’

Vader bezat een bliksemsteen

Johan de Boose (Gent, 1962) haalde vorig jaar nog de shortlist van de Libris Literatuurprijs met de kleine maar piekfijne roman ‘Het vloekhout’, waarin hij een stuk hout uit het kruis van Christus een stem geeft en van hand tot hand laat gaan in twintig eeuwen. Behalve de originele kijk op de Europese geschiedenis die het boek bood, muntte het ook uit in stijl. De Boose schijft kernachtig en bloemrijk tegelijk, kaal proza dat toch zingt, en dat is niet anders in ‘Dondersteen’.

Het woord dondersteen kennen we als benaming voor een deugniet, maar De Boose gebruikt het ook in de betekenis van een ­samensmelting van zandkorrels na een bliksem­inslag in de woestijn of op het strand, ook wel bliksemsteen genoemd. Zijn vader bezat zo’n steen. Hij brengt dit in ­verband met Prometheus, die het vuur van de goden stal. Zijn vader stal het overblijfsel van dit hemelvuur, de dondersteen, in zijn levenslange zoektocht naar het geheim van de wereld, van het leven. Dit spel met ­woorden en betekenis is exemplarisch voor De Booses manier van schrijven. Je herkent er trouwens dezelfde secure gedrevenheid in als die waarmee zijn vader stenen bestu­deerde. In het boek gaat de schrijver op reis door het westen van Amerika met een ­dubbele missie. Hij wil het graf bezoeken van zijn zwager en vriend Gary in Colorado en dan doorreizen naar de ruige canyonlands in Utah, waar hij zijn vader een laatste saluut wil brengen. Tussen deze scènes vertelt hij jeugdgeschiedenissen, we zien hoe hij vol bewondering opkijkt tegen die wonderlijke, studieuze man die uiterlijk zo lijkt op de toenmalige koning Boudewijn: slank, recht, perfect gekapt met zwarte uilenbril.

Ik doe het boek tekort door het verhaal, als je daar al van kan spreken, zo samen te vatten. Het gaat De Boose om iets anders: “Als schrijven een vorm van begrijpen is, is mijn intense schrijven een vorm van lijmen. Ik doe wat alleen postuum mogelijk is, en ik gebruik daarbij het enig denkbare gereedschap, de verbeelding.” Die verbeelding zet De Boose maximaal in bij de magisch-realistische scènes waarin zijn vader hem via de werkkamer – die als een theater wordt beschreven – aan de hand meeneemt naar het binnenste van de aarde en naar de top van de Matterhorn. De verbeelding is aan de macht, en het schrijven is begrijpen.

Dranklustige zwager

Het blijft even zoeken naar wat de dranklustige zwager Gary in het boek te zoeken heeft, maar goed, ook die reis zal de schrijver echt gemaakt hebben, dus hoort het erbij, zo redeneer je. Maar echt gebeurd is geen excuus, en De Boose weet ook hier prachtig betekenis aan te geven.

Johans zoektocht naar het graf van Gary, in een oord vol verlopen hippies, vormt een aards contrapunt bij de cerebrale Vatersuche. Gary is de sanguinische doener, vader Robert de beheerste denker – twee uitersten die desondanks beiden het leven ten volle leidden, aan beiden is hij verwant.

In het laatste deel van het boek beschrijft De Boose zijn voettocht door The Maze, een grillige en totaal onherbergzame steenwoestijn in Utah waar in de rotsen alle aardlagen zichtbaar zijn, niet netjes in laatjes zoals bij zijn vader thuis, maar in het echt. De tocht vol ontberingen doet in veel denken aan ‘Nooit meer slapen’, de romanklassieker van W.F. Hermans, dus of de verteller vindt wat hij zoekt is de vraag. De vraag is ook of dat iets uitmaakt.

Met ‘Dondersteen’ schreef Johan de Boose een fascinerend eerbetoon aan zijn vader, in een stijl die hij zelf het meest kernachtig verwoordt: intens schrijven.

null Beeld
Beeld

Johan de Boose
Dondersteen
De Bezige Bij; 256 blz. € 22,99

Lees ook:

Met zijn roman ‘Het vloekhout’ geldt de Vlaamse auteur Johan de Boose als een grote favoriet voor de Librisprijs. De hoofdpersoon is een stuk hout dat smalend commentaar geeft op twintig eeuwen christendom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden