Boek van de weekDe verhalen die we onszelf vertellen

Joan Didion dringt door tot de kern van chaos en wanorde

De beste essays van Joan Didion in één bundel: van de bloemenkinderen naar de Central Park Five

‘Hoe was het om journalist te zijn toen je een klein kind aan de lsd zag?’ vraagt filmmaker Griffin Dunne zijn tante Joan Didion in de Netflixdocumentaire ‘The Center Will Not Hold’. Hij refereert aan haar essay ‘Kruipend naar Bethlehem’, dat de afgelopen vijftig jaar nooit uit druk is geweest. Didion schrijft daarin: “Het had in het hele land een prachtige lente van hoop en belofte kunnen zijn, maar dat was niet het geval, steeds meer mensen bekroop het ongemakkelijke gevoel dat dat niet het geval was. Het enige wat duidelijk was, was dat er ergens iets mis was gegaan en dat we de zaak grandioos uit de hand hadden laten lopen, en omdat er niets anders was dat zo belangrijk leek, besloot ik naar San Francisco te gaan.”

Het is 1967 en de stad wordt overspoeld door hippies, de bloemenkinderen. Didion hangt rond met types die zichzelf Deadeye en The Connection noemen, met uitgehongerde pubers die van huis zijn weggelopen omdat hun moeder ‘zo’n echte Amerikaanse bitch’ is, met jongeren die volgens henzelf overlopen van liefde voor de medemens, maar ondertussen blind zijn voor het meisje dat al tien dagen lang doodziek op de vloer van hun woonkamer ligt. Wereldverbeteraars die macrobiotisch eten en hun magere lijven geselen met lsd en speed en meth.

Didion: “Wat we zagen was een wanhopige poging van een handjevol kinderen om in een sociaal vacuüm een gemeenschap op te bouwen – zonder dat ze wisten hoe dat moest.” Op een dag troont een jongen haar mee naar zijn huis: “Ik heb thuis iets wat je niet zult geloven.” In zijn woonkamer zit een meisje van vijf met wit gestifte lippen op de grond een stripalbum te lezen. Haar moeder geeft haar al een jaar lang lsd en peyote. ‘Stoned worden’, noemt het kind dat. Als Didion vraagt of er nog meer kinderen op de kleuterschool zijn die drugs gebruiken, zegt het meisje: “Alleen Sally en Anne.”

Joan Didion

Didion is 32 op dat moment. Ze is moeder, ze heeft een dochter van 2. Op de vraag van haar neef hoe het was om een klein kind aan de lsd te zien, antwoordt ze bloedserieus dat je leeft voor dat soort momenten als je een artikel schrijft: “Ik zal je zeggen, het was goud.”

De essays van Joan Didion behoren tot de canon van de Amerikaanse literatuur. Schrijver Joost de Vries stelde uit ‘Slouching Towards Bethlehem’, ‘The White Album’ en ‘Where I Was From’ een kloeke bundel samen: ‘De verhalen die we onszelf vertellen’.

‘Cool as fuck’

In de inleiding noemt hij Didion, die op haar 81ste het gezicht van het Franse modehuis Céline was en die vaak zelf, verborgen achter een kolossale zonnebril, de omslagen van haar boeken siert ‘Cool as fuck’. Haar werk is veelvuldig bekroond, alom geprezen worden haar virtuoze stijl en scherpzinnige observaties betreffende het Amerikaanse cultureel politieke leven. Ze was een van de New Journalism-iconen, een vorm van journalistiek die gebruik maakte van literaire technieken en waarin de auteur zichzelf vrijelijk opvoerde; reportages die lazen als romans. Zo biedt ‘The White Album’ een caleidoscopische blik op het einde van de jaren zestig, als Didion met haar gezin in een groot huis in Hollywood woont, in een deel dat ooit welvarend was, maar nu door een van haar kennissen een ‘zinloze-moordenbuurt’ wordt genoemd. Didion bevindt zich in de studio waar The Doors een plaat opnemen en waar ze Jim Morrison heel langzaam en met veel pathos een brandende lucifer naar de gulp van zijn zwarte vinylbroek ziet brengen, noteert dat ze op een feestje is waar Janis Joplin een brandy-and-Benedictine in een waterglas wil (‘muziekmensen wilden nooit iets gewoons drinken’) en bezoekt Huey P. Newton, leider van de Black Panther Party, in de gevangenis.

Mentaal is ze aan het kwakkelen, getuige het fragment uit een psychiatrisch rapport dat haar kijk op de wereld als pessimistisch, fatalistisch en depressief omschrijft. Didion heeft een paniekaanval gehad, maar dat lijkt haar zelf geen ongepaste reactie op de zomer van 1968. De sfeer in Los Angeles is in die tijd buitengewoon duister. “Een krankzinnige en onweerstaanbare, duizelingwekkende spanning begon zich meester te maken van de buurt. Angst bekroop ons. In mijn herinnering was het een tijd waarin er ’s nachts altijd geblaf van honden klonk en het permanent volle maan was.”

Niemand was verbaasd

Ze zit in het zwembad van haar schoonzus in Beverly Hills als het nieuws over de Manson-moorden in het huis van Roman Polanski en de hoogzwangere Sharon Tate aan Cielo Drive binnen sijpelt. “Er waren twintig doden, nee, twaalf, tien, achttien. Er zou zwarte magie in het spel zijn, of de oorzaak was uit de hand gelopen drugsgebruik. Ik herinner me alle onjuiste informatie uit die tijd heel duidelijk, en ik herinner me ook het volgende, al zou ik willen dat dat niet het geval was: ik herinner me dat niemand verbaasd was.”

Als geen ander weet Didion tot de kern door te dringen in tijden van chaos en wanorde. In kristalheldere stijl fileert ze haar onderwerpen, vaak op het genadeloze af, en geeft er betekenis aan. Als in 1989 een jonge, witte vrouw wordt verkracht in Central Park en vijf zwarte tieners (The Central Park Five) worden opgepakt (ten onrechte, zo zal vele jaren later blijken), storten de media zich als jakhalzen op de zaak. In ‘Sentiment en duiding’ ontleedt Didion de verslaggeving, de verhalen. De schreeuwende koppen, de gruwelijke details die over de pagina’s worden uitgesmeerd.

Ze onderzoekt waarom het slachtoffer in deze zaak tot een abstractie kon worden gemaakt, hoe hetgeen haar was overkomen zo makkelijk een symbool kon worden voor de stad zelf en hoe de jonge verdachten het gezicht werden van alles wat er mis was met de stad. Het is een briljant essay, een van de parels in ‘De verhalen die we onszelf vertellen’, dat de absolute klasse van Joan Didon maar weer eens onderstreept.

OordeelDidion dringt door tot de kern van chaos en wanorde.

Joan Didion
De verhalen die we onszelf vertellen
Vert. Koos Mebius
Arbeiderspers; 336 blz.; € 23,50

Lees ook:

Huil, krabbel op en publiceer

 Hoe overleef ik mijn moeder? Mijn man? Of mijn verslaving? Het genre van de misery memoir, is ongekend populair. Hoe komt dat toch? Waarom lezen we zo graag over andermans leed? En zijn er ook intelligente boeken in deze categorie? Ja: Joan Didion legde vast hoe ze het jaar na de dood van haar man doorkwam. Een vlijmscherpe zelfanalyse.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden