null

BoekrecensieTuinen

Jacques Hermus spit in de geschiedenis van de eetbare tuin

Beeld Colourbox

Jacques Hermus schreef geen praktische handleiding voor de aanleg van een moestuin, wel een mooi cultuurhistorisch leesboek over allerlei tuinen die voor eetbare waar zorgen.

Karin Luiten

Sinds mensenheugenis wroet de mens in de aarde, zaait groenten en kruiden, plant knollen. Allemaal met één doel: oogst. Voor het boek Oogsttuinen heeft Jacques Hermus uitgebreid gespit in de geschiedenis van alle mogelijke soorten tuinen die een eetbare opbrengst kunnen opleveren, van moestuinen tot wijngaarden, en alles daartussen.

Het boek trapt af met Adam, Eva en die befaamde appel, dan vliegen we door naar de Hangende Tuinen van Babylon en dan via de Eufraat en de Tigris in één moeite door langs de Inca’s en de Chinezen. Maar daarna gaat het vooral over tuinen in ons eigen land en vooruit, een beetje in onze buurlanden.

Zo waren de vele kloosters in de middeleeuwen zelfvoorzienend dankzij hun eigen kloostertuin. Nog belangrijker dan de dagelijkse groenten was de kweek van (vaak geneeskrachtige) kruiden. Voor het gewone volk waren er warmoezerijen, moestuinen net buiten de stadsmuren waar groente en fruit werden verbouwd door en voor stads­bewoners. Het verklaart de vele Warmoesstraten in ons land.

Snijboon, schorseneer en aardappel

Van heel ander kaliber waren de botanische tuinen, waar de eerste vreemde planten uit den verre werden uitgeprobeerd en ­bestudeerd, waar de basis werd gelegd voor nieuwe teelt en waar artsen en apothekers kennis oogstten. De hortus botanicus in Leiden stamt al uit 1590 en bestuurder Carolus Clusius introduceerde daar hoogstpersoonlijk de snijboon, schorseneer en aardappel in ons land. Dat hij ook aanstichter was van de tulpenmanie is weer een heel ander verhaal.

Daar staat dit boek overigens vol mee. Wist u dat de complete koffiecultuur in Zuid-Amerika te herleiden valt tot één koffieplantje in de Amsterdamse hortus, dat planters in 1706 vanuit Java hadden opgestuurd? En is het niet verbazingwekkend dat ­Lodewijk XIV in zijn Potager du Roi al aardbeien en asperges had, dankzij de allermodernste technieken van die tijd?

De tuinbaas als voetbalcoach

Begin zeventiende eeuw zien we de opkomst van kastelen, buitenplaatsen en landgoederen, waar de tuinen een belangrijk onderdeel van waren. Sterker nog, die werden steeds meer een prestigekwestie, inclusief kassen vol tropische planten, maar ook sinaasappels en citroenen om mee te pronken, met zelf­geteelde ananas als ultiem statussymbool. Dé plek voor de rijke elite om te genieten van het ‘eenvoudige’ groene buitenleven, maar dan uiteraard zonder vuile handen, want daar had je personeel voor. Die tuinbazen waren zo gewild, dat ze als voetbalcoaches voor veel geld werden weggekocht.

Helaas zijn veel van die glorieuze verblijven in de loop der eeuwen verloren gegaan, en hun moestuinen al helemaal. Zo werd die van het Muiderslot vervangen door een parkeerplaats. Gelukkig keert het tij. Er is een hernieuwde belangstelling voor tuinen bij buitenplaatsen en kastelen, ja ook bij het Muiderslot, waar is begonnen aan een verantwoorde reconstructie van de moestuin.

Beeld uit ‘Oogsttuinen’. Beeld
Beeld uit ‘Oogsttuinen’.Beeld

De meest luisterrijke oude oogsttuinen vinden we toch vooral in Engeland en Frankrijk, ‘waar de adel niet kijkt op een kasteeltje meer of minder’. Het boek geeft een behulpzame lijst van bijzonder smakelijke tuinen in heel Europa.

De auteur is zoon van een aardappelboer en had tot voor kort zelf jarenlang een volkstuin van 500 vierkante meter aan de rand van Haarlem, een journalist die zijn achtergrond als historicus duidelijk laat zien door vooral graag de geschiedenis in te duiken. Hij neemt de lezer mee aan de hand en toont hoe het telen van groente in de loop der tijd steeds veranderde. Van bittere noodzaak voor de voedselvoorziening van de armen tot een bron van kennis en handel, of zelfs een luxe pronkmiddel.

Groen moet wijken

En nu? Nu wordt moestuinieren gezien als ultieme ontspanning voor de stressvolle moderne mens en zijn er lange wachtlijsten voor volkstuintjes. Ondanks alle verschillen is er door de eeuwen heen één constante: groen moet vaak wijken voor steen of beton. Daarmee werd allengs ook de afstand groter tussen de stedeling en het voedsel dat hij eet.

Dat lijkt te veranderen, hoe kleinschalig ook. Koks hebben vaker een eigen chefstuin bij hun restaurant, er zijn weer overal stadskwekerijen en kinderen kunnen naar de schooltuin. In de stad worden bijen gehouden, er zijn gemeenschapstuinen en op verwaarloosde stukken grond zien we guerrilla gardening. Zelfs het kleinste balkon bevat wel een pot verse kruiden, want eten van je eigen tuin rechtstreeks op je bord is helemaal hip.

Vergeet de niet-eetbare oogst niet

Dit is geen praktisch boek voor de moestuinier, want tips staan er niet in. Ook geen kookboek voor de thuiskok, want recepten ontbreken eveneens. En toch kun je het zo gek niet verzinnen of het komt aan bod. Van de allereerste Nederlandse tuinboeken tot de betekenis van groente op oude schilderijen. Verrassende ontwikkelingen, zoals de teelt van zilte groente op de Wadden en Nederlandse wijngaarden.

In elk hoofdstuk staat één gewas in de schijnwerpers: van de aardappel tot de tomaat, van de aardbei tot de koffieboon. Er is zelfs aandacht voor nog een heel ander soort oogst uit de tuin, maar dan juist niet eetbaar: ‘In menige tuinstoel zijn lumineuze ideeën ontstaan’, aldus Hermus. ‘Tuinhuisjes blijken broeinesten van kunst. Gustave Flaubert ontving in zijn tuinhuisje langs de Seine zijn vrienden voor drinkgelagen, vrijwel het gehele oeuvre van Roald Dahl is ontstaan in een klein stenen tuinhuisje in Buckinghamshire en Jan Wolkers schreef woeste romans in zijn huisje op volkstuincomplex Amstel­glorie.’

Ondanks alle fraaie historische illustraties en de vele foto’s van weelderige tuinen doet de term koffietafelboek dit werk tekort. Noem het liever een cultuurhistorisch leesboek voor de geïnteresseerde tuinliefhebber dat meandert door de geschiedenis en van het ene mooie verhaal naar het andere. Neem de uitdrukking ‘Tot in de pruimentijd!’. Volgens de overlevering zeiden vrienden van P.C. Hooft dat tegen elkaar na de jaarlijkse zomerse logeerpartij op het Muiderslot. ‘Klinkt als een te mooi verhaal om waar te zijn’, zegt Hermus er eerlijk bij, ‘maar dat Hooft en zijn vrienden pruimen aten staat buiten kijf’.

null Beeld
Beeld

Jacques Hermus
Oogsttuinen - van moestuin tot wijngaard
Nijgh & Van Ditmar; 288 blz. € 34,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden