null Beeld
Beeld

RecensieBoek

In ‘De kosmische komedie’ houden de sterren de mens een spiegel voor

In een tocht langs sterrenkunde en ruimtevaart laat Frank Westerman zien hoe het reiken naar de sterren het menselijke tekort blootlegt.

Frank Westerman is de jongen die omhoog kijkt naar de sterren en astronaut wil worden. En Frank Westerman is de man die bedenkt dat de mens misschien beter op aarde blijft en robots de ruimte in stuurt. 

De wegen van die twee Westermannen kruisen elkaar in Westerbork, Drenthe. Daar werd in de jaren zestig een radiotelescoop gebouwd, die Nederland naar een sterrenkundige wereldtop bracht. Twaalf schotels op een rij. Maar die staan met hun stalen poten in het voormalige kamp Westerbork, vanwaar in de Tweede Wereldoorlog meer dan 100.000 Joden werden weggevoerd naar Duitse concentratiekampen. Het kamp werd grotendeels afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe, indrukwekkende instrument van de sterrenkundigen. Niemand vond het erg, aldus Westerman, want men wilde niet terugkijken, maar vooruit.

De grootste manen van Jupiter: Io, Europa, Ganymedes en Callisto.  Beeld Hollandse Hoogte / Agence France Presse (AFP Photo)
De grootste manen van Jupiter: Io, Europa, Ganymedes en Callisto.Beeld Hollandse Hoogte / Agence France Presse (AFP Photo)

De verheffende fascinatie die de mens voelt voor het heelal, en de onmenselijke puinhoop die hij er op aarde van heeft gemaakt, vormen de kern van De kosmische ­komedie, het nieuwe boek van Westerman. De journalist en schrijver heeft een indrukwekkende reeks boeken geschreven, waarin hij een eigen pad volgt tussen literatuur en non-fictie, tussen journalistieke reportage en essay. Dat doet hij in De kosmische komedie ook. Het is mooi geschreven, een genot om te lezen en legt creatieve verbindingen. Is het ook een goed boek?

Vrijheid van de schrijver

Over de geschiedenis van sterrenkunde en ruimtevaart zijn bibliotheken vol geschreven. Wie daarin geïnteresseerd is, heeft de keuze uit tal van populair-wetenschappelijke boeken. Westerman vat hoogtepunten van die geschiedenis goed en helder samen, maar voegt er niets aan toe.

Over het menselijke verlangen naar de hemel en zijn talent om in de hel te belanden, zijn grootse romans, gedichten en opera’s geschreven. Westerman put eruit, verwijst ernaar, maar vertelt kenners van die ­literatuur niets nieuws.

Waarin ligt dan de meerwaarde van zijn boek? In de verbindingen die hij legt, tussen telescopen en raketten, ruimteonderzoekers en ruimtevaarders, hemel en hel, sterrenwacht en doorvoerkamp. Dat kan de lezer ­irriteren. Net als die, nieuwsgierig geworden, zich afvraagt hoe die radiotelescoop werkt en wat daarmee al allemaal is ontdekt in de diepten van de kosmos, wordt hij meegenomen naar de ellende van de Jodenvervolging en het huis van kampcommandant Gemmeker, dat nu in een gigantische glazen kubus staat om het voor verder verval te behoeden.

Maar dat is het pad van de essayist, de vrijheid van de schrijver, die op verschillende momenten in zijn journalistieke loopbaan de ontwikkeling van de ruimtevaart van ­nabij heeft kunnen volgen. Zijn sleutel­passage: “Het reiken naar de sterren legt het menselijke tekort bloot. Hoe gloedvoller de prestaties in de ruimte, des te schrijnender het licht op de troep en de misère op aarde.”

Ruimtevaarders getuigen ervan: ze komen steevast terug met de boodschap dat we voorzichtig moeten zijn met onze planeet. Bezien vanuit de ruimte is de aarde een ­nietig, kwetsbaar bolletje in een oneindige leegte.

1961: Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte. Beeld Hollandse Hoogte / Agence France Presse (AFP Photo)
1961: Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte.Beeld Hollandse Hoogte / Agence France Presse (AFP Photo)

De eerste mens die een ruimtewandeling maakte

Het pad van Westerman begint bij de Rus Aleksej Leonov, de eerste mens die een ruimtewandeling maakte, in 1965. En het eindigt bij de Indiase Vyom Mitra, die over enige tijd naar de ruimte vertrekt. Zij is een robot, die tijdens de missie zelfstandig – als een mens – moet opereren.

Lang voordat de ruimtevaart begon, hebben de sterrenkundige de aarde en haar bewoners al uit het centrum van het universum gehaald. Te beginnen met Copernicus en Galileo, die aantoonden dat de aarde niet het centrum van het heelal is, maar om de zon draait. En hun navolgers lieten zien dat de zon maar een sterretje is in de marge van het Melkwegstelsel, dat maar een alledaags sterrenstelsel is onder de vele miljarden die er in het universum zijn.

“Alle grote sterrenkundigen worden na hun dood geprezen voor het nederig maken van de mens”, schrijft Westerman. Maar: “Wie heeft bepaald dat dat een verdienste is? En op grond waarvan?” De mens die de hemel heeft bevolkt met machtige goden, wordt door de astronomie bevrijd uit zijn bijgeloof. Maar wat nu als dat bijgeloof houvast biedt, een moreel kompas, vraagt Westerman zich af. “Vergroot de sterrenkunde dan niet de stuurloosheid op aarde?”

Zonder de vraag te beantwoorden, gaat de schrijver door met het leven van Jan Oort, een van de grote Nederlandse sterrenkun­digen en initiatiefnemer van de radiotelescoop in Westerbork, waarmee we weer ­terug zijn in het kamp en de Holocaust. Zie daar het antwoord op de vraag, lijkt de schrijver te willen zeggen, maar hardop doet hij dat niet.

Het thema krijgt later nog een wending. Copernicus en Galileo hadden de aarde van haar bijbelse plek in het centrum van het universum gehaald, tot woede van de kerkleiders. En dat universum werd in de sterrenkunde een godenloze oneindigheid. Maar in de twintigste eeuw kwam er de ontdekking dat het universum een begin heeft gehad, de big bang. En die ontdekking werd door Rome juist met jubelzang verwelkomd, want een begin laat zich rijmen met een schepper.

Radiotelescoop in Westerbork.  Beeld Buiten-beeld
Radiotelescoop in Westerbork.Beeld Buiten-beeld

Volgespaarde kaart

Van Genesis, schrijft Westerman, staan alleen de eerste drie woorden nog overeind: ‘In den beginne’. Het zijn ook de woorden waarmee hij het boek besluit, als hij zich voorstelt hoe de mens robots de ruimte instuurt  – een nieuwe schepping – en de aarde verweesd achterlaat.

Zoals gezegd, het irriteert soms dat Westerman overal langs scheert en nergens de diepte in gaat, maar ik heb zijn pad langs sterrenkunde en ruimtevaart, langs hemel en aarde, wel geboeid gevolgd. Dat kan komen door mijn leeftijd en achtergrond. Westerman noemt ergens ‘Ruimteavontuur’. Dat was een display van Shell, waarin munten pasten die je bij iedere tankbeurt kreeg. De eerste munt is die van Daedalus en Icarus, uit de Griekse mythe. De vader en zoon die met zelfgemaakte vleugels aan Minos, koning van Kreta, wisten te ontkomen, ware het niet dat de overmoedige Icarus te hoog ging vliegen, waardoor de zon de was van zijn vleugels smolt en hij in zee stortte. En de laatste munt is die van Armstrong, Aldrin en Collins, de bemanning van de Apollo 11 en de eerste mensen op de maan.

Die kaart had ik ook op mijn nachtkastje staan, volgespaard. Prachtig. 

null Beeld
Beeld

Frank Westerman
De kosmische komedie
Querido Fosfor; 264 blz. € 22.99

Lees ook:

Dit is de sterrenkundige die de wereld een zwart gat toonde

De Nijmeegse sterrenkundige Heino Falcke werd bekend als de maker van de eerste foto van een zwart gat. In een boek vertelt hij nu hoe die opname tot stand is gekomen en hoe die zijn kijk op het universum heeft gevormd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden