Beeld uit Notturno, het getraumatiseerde jongetje vertelt via tekeningen over de verschrikkingen van Isis.

FilmrecensieNotturno

In alle beelden van ‘Notturno’ klinkt de echo van de oorlog door

Notturno
Regie: Gianfranco Rosi. 
★★★★

De Italiaanse regisseur Gianfranco Rosi neemt de tijd om zich in een onderwerp en een omgeving te verdiepen, en dat voel je tot in elke vezel. Voor zijn vorige film, het bejubelde ‘Fuocoammare’, streek hij anderhalf jaar neer op Lampedusa waar wekelijks honderden vluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten aanspoelden, en waar hij onder meer een plaatselijke dokter volgde.

Opvolger ‘Notturno’ zou je als een proloog kunnen zien. Rosi reisde ervoor drie jaar door het Midden-Oosten, langs de grenzen van Irak, Koerdistan, Syrië en Libanon. Hij deed dat in het besef dat het onmogelijk is om de hele geschiedenis (de val van het Ottomaanse rijk, de koloniale machten en de corrupte regimes) in een enkele film te kunnen duiden. Wel laat hij in een wonderschone zoektocht de effecten zien tirannie en terrorisme, en de vele invasies, op de burgerbevolking.

Rosi doet dat eerder als een dichter dan een essayist, in een verhaal dat zich langzaam openbaart. We zien soldaten in de verte turen en moeders huilen om hun dode zonen. Beelden van supersonische militaire voertuigen botsen met beelden van een vluchtelingenkamp in de modder. Het is duidelijk dat er geld is voor oorlog, niet voor de mensen die er het slachtoffer van zijn.

Je hart breekt

Die slachtoffers doemen wel langzaam op uit het chiaroscuro, het sterke contrast tussen licht en donker dat Rosi, die zelf de camera bedient, zo perfect beheerst. Hij filmt net zo lang tot de slachtoffers in het volle licht staan, en je hart breekt. Een getraumatiseerd jongetje tekent als therapie wat hij heeft meegemaakt en legt stotterend uit wat er op de tekeningen te zien is: Jezidi’s die gemarteld en vermoord worden door Islamitische Staat. Het jongetje heeft ophangingen, onthoofdingen en wurgingen gezien, de verwoesting van tempels en graven. Ook kinderen werden gefolterd, vertelt hij, door hun voetzolen te verbranden.

Een ander jongetje lijkt alleen nog maar te kunnen zwijgen. Ali is twaalf, misschien veertien jaar, en zorgt voor zijn moeder en zeven broertjes en zusjes. Voor dag en dauw staat hij op, in de hoop een haas te kunnen schieten, of voor vijf dollar opgepikt te worden als het daghulpje van een jager in een fourwheeldrive. In de schemering loopt hij terug naar huis, zwijgend en zorgelijk. Een kind met het gemoed van een arme, oude man.

In alle beelden klinkt de echo van de oorlog door, voel je de gruwelen die de vrouwen en kinderen met zich meedragen. De killers komen ook in beeld, op de luchtplaats van een gevangenis, niet langer gehuld in het zwart maar in vernederende fel oranje overalls. Maar veel tijd krijgen ze niet. Rosi wendt zich naar het licht, naar de mensen achter het conflict: de gehavende families die na geweld en verwoesting ergens zijn neergestreken, en weer iets van een menswaardig bestaan proberen te hebben. Vitaliteit zit in normale, alledaagse handelingen, zoals het warmen van de handen aan een loeiende kachel. 

Lees ook:
Documentairemaker Gianfranco Rosi reisde af naar IS-gebied: ‘Achteraf dacht ik: hoe heb ik dit overleefd?’

In dit interview vertelt Rosi (1963) hoe zijn documentaire ‘Notturno’ tot stand kwam. “Je moet weten wanneer je moet vertrekken. Dat is het spel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden