null Beeld

BoekrecensieGeschiedenis

Hoe uithoek Europa het middelpunt van de wereld werd

Negen biografische schetsen geven een portret van een turbulent tijdperk, waarin Europa de basis legde voor latere hegemonie.

Op geld verdienen met geld rustte in de Middeleeuwen nog een behoorlijk taboe. De kerk sprak schande van woeker. Menig bankier of investeerder vermaakte in zijn testament kolossale bedragen aan goede doelen in de hoop alsnog zijn ziel schoon genoeg te kunnen wassen voor een eeuwig leven in de hemel.

Toch was de verleiding groot. ‘Wie woeker drijft, gaat naar de hel. Wie dat niet doet, vervalt tot armoede’, schreef een Italiaan al in de veertiende eeuw. In zijn deel van Europa groeide het bankieren in het laatste deel van de Middeleeuwen uit tot specialiteit. Aan het begin van de zestiende eeuw verschoof het financieel zwaartepunt over de Alpen naar Zuid-Duitsland, strategisch gelegen op een kruispunt van belangrijke handelsstromen.

Daar nam de financiële wereld een enorme vlucht. De term flitskapitaal bestond nog niet, maar was al bijna van toepassing. Waar het nog maar tien, twintig jaar eerder heel wat was als het Florentijnse bankiersbedrijf De’ Medici werkte met wissels van enkele tiendduizenden florijnen, opereerden de bankiersfirma Fugger in Augsburg nu met honderdduizenden florijnen tegelijk. Het bedrijf schoof voortdurend met duizelingwekkende bedragen, wisselde de ene munt in voor de andere. Een enorme lening van Fugger aan de Rooms-Duitse keizer Maxiliaan I kwam niet tot stand via één transactie, maar door een hele reeks.

Schaalvergroting was sowieso het sleutelwoord van de vier decennia die de Amerikaanse historicus Patrick Wyman beschrijft in De doorbraak. Renaissance, Reformatie en de opkomst van Europa in 1490-1530. Staten expandeerden. De wereld werd groter door ontdekkingsreizen. Handelaren sloegen hun vleugels verder uit. Het geschreven woord vond zijn weg naar meer lezers.

Een stroomversnelling die Europa werelddominantie bracht

Voor- en achteruitgang liepen dwars door elkaar heen. Alle op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen zorgden onder meer voor langere, duurdere, gewelddadigere oorlogen, godsdienstige beroering en het vrijwel uitsterven van hele volkeren en slavernij. Tegelijkertijd ontstond een stroomversnelling die Europa, tot dan toe een uithoek van de wereld, de werelddominantie in later eeuwen zou brengen.

Portret van bankier Jakob Fugger, geschilderd door Albrecht Durer (rond 1520). Beeld
Portret van bankier Jakob Fugger, geschilderd door Albrecht Durer (rond 1520).

Wyman, maker van historische podcasts én – niet per se relevant maar toch leuk – goed thuis in de wereld van mixed martial arts, gebruikt portretten van vorsten (Isabella van Castilië, Süleyman de Prachtlievende en Karel V) en vernieuwers (ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus, kerkhervormer Maarten Luther, bankier Jakob Fugger) om een indruk te geven van een turbulent tijdperk. Tegelijkertijd komen ook kleinere spelers aan bod: de Venetiaanse drukker Aldus Manutius, de in te huren Duitse ridder Götz von Berlichingen en de Engelse wolhandelaar John Heritage (aan de vergetelheid onttrokken door zijn na eeuwen gevonden koopmansboek).

Leven was ook in de door Wyman beschreven periode zwoegen en al dat geploeter loonde ook nog eens vaak niet. Heritage werkte heel hard en reisde zich onderuit, maar kon echte sociale mobiliteit vergeten. De echte hogere klassen vielen buiten zijn bereik. Je met alle risico’s een beetje handhaven bleek voor hem het maximaal haalbare. Johannes Gutenberg, de Duitse drukpionier die de weg bereidde voor Manutius en vele anderen, ging uiteindelijk failliet. Manutius zelf stierf als een gebroken, gedesillusioneerde man. Bij alle moordende concurrentie, moeilijkheden om de markt in te schatten en transportrisico’s overleefde zijn zaak, maar de jarenlange stress eiste bij hem persoonlijk zijn tol.

Oorlogen duurden almaar langer en werden kostbaarder

Keizer Karel V deed in 1555, letterlijk steunend op zijn vertrouweling Willem van Oranje, vermoeid afstand van zijn troon. Heersen over een rijk waar de zon nooit onderging, bleek een onmogelijke opdracht. Imperial overstretch (letterlijk: het keizerlijk overstrekken) nekte Karels ambitie: crises volgden elkaar op of deden zich tegelijkertijd voor. Tegenover enorme inkomsten stonden nog grotere uitgaven: oorlogen duurden almaar langer en werden kostbaarder. De keizer had altijd zorgen.

De nog normalere stervelingen (geen onderwerp van hoofdstukken, want geen uitgebreide bronnen) leden in veel gevallen nog meer. Alleen al de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) kostte in Midden-Europa naar schatting vijftien procent van de bevolking het leven. Het was naar verhouding het meest destructieve conflict uit de Europese geschiedenis.

Wyman zet de hoofdpersonen, hun tijd en omgeving aardig neer in een reeks biografische schetsen. Tegelijkertijd laat hij de portretten op geraffineerde wijze passen in de centrale lijn van zijn betoog: dat in een periode van pakweg veertig jaar een hele reeks van ontwikkelingen in elkaar haakten en – ondanks winnaars en verliezers in diverse hoeken van het continent – de basis legde voor het tijdperk van Europese hegemonie.

De auteur rekent af met hardnekkige verhalen en beelden. We geloven nog altijd graag dat Christoffel Columbus met praten en overtuigingskracht Ferdinand van Aragón en zijn echtgenote Isabella van Castilië overhaalde om zijn reis te financieren en dat de koningin daarvoor haar kostbare juwelen verpandde. In werkelijkheid ging het om een langdurig proces van lobbyen bij adel, hoffunctionarissen en financiers. Uiteindelijk hielp de ervaring van een in al deze netwerken opererende man om voldoende mensen over de streep te trekken.

Kerkhervormer werd een beetje een moppermonnik

Wyman bestrijdt dat Maarten Luthers optreden voor Karel V en de Rijksdag in Worms in 1521 een culminatiepunt in zijn leven was. Eigenlijk had de dissidente geestelijke zijn hoogtepunt al achter de rug. In de jaren met over elkaar heen buitelende publicaties over de 95 stellingen aan de kerkdeur in Wittenberg, was hij een sleutelfiguur in de Reformatie en deed hij soortgelijke beweringen als in Worms. Zijn optreden in Worms luidde eerder zijn nadagen in. Luthers populariteit nam af en daarmee zijn greep op de beweging. Anderen namen het stokje over. De ascetische geestelijke en kerkhervormer van weleer werd – voor wie het karikaturaal wil zien – een beetje een moppermonnik.

Jammer genoeg komt de lezer in De doorbraak soms wel gedrochten van zinnen tegen zoals ‘Integendeel, er bestond een terugkoppelingsmechanisme tussen de harde realiteiten van de macht en een politieke cultuur die een grote waardering voor de bijzondere kenmerken van de heersers had’. Het zijn storende hindernissen in een verder toegankelijk boek.

null Beeld

Patrick Wyman
De doorbraak. Renaissance, Reformatie en de opkomst van Europa in 1490-1530.
Vert. George Pape
Spectrum; 424 blz. € 29,99

Lees ook:

Historicus Seb Falk toont aan dat de wetenschap in de middeleeuwen niet stilstond

Historicus Seb Falk laat zien dat Johannes Westwyk en zijn collega-geleerden vooruitgang boekten met kleine stapjes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden