Recensie Liever dier dan mens

Hoe een blonde chassidische vrouw de nazi’s overleefde

De blonde Mala wordt uit het getto van Warschau in de armen van wrede Poolse boeren en liefhebbende nazi’s gejaagd.

Als Pieter van Os aan het einde van zijn boek ‘Liever dier dan mens’ weer even terugkomt op zijn huiveringwekkende openingsscène waarin vijf Poolse joden twee jaar proberen te overleven onder een varkenskot, levend van het eten dat net over de rand van de voerbak valt, en na de bevrijding bij terugkeer in hun eigen dorp alsnog door Poolse boeren worden vermoord omdat ze goud zouden bezitten, denk je alleen: o ja, dat verhaal was er inderdaad ook nog. De tussenliggende 350 pagina’s behelzen zo ongelooflijk veel onbevattelijk leed dat deze tevergeefse, mensonterende onderduik slechts een van vele gebeurtenissen is geworden.

Toch schreef Van Os een prachtig boek.

Mala Shlafer-Kizel

Alleen al om die dappere, krachtige Mala. Het draait allemaal om het levensverhaal van een oude vrouw uit Amstelveen die geboren werd als de blonde dochter van orthodoxe, chassidische joden uit Warschau. Maar dat verhaal is natuurlijk niet alles, want welke overlever van de Holocaust zouden we niet dapper en krachtig noemen? Boeken over joden die de Tweede Wereldoorlog doorstonden verschijnen er in groten getale. Dat zo’n boek je zal aangrijpen is vooraf bijna een gegeven. Wie nu nog een goed ‘overlevingsverhaal’ schrijft, moet van steeds betere huize komen. Immers, getuigen zijn er weinig meer en we hebben er zo veel over gehoord, gelezen en gezien. Overtref dat nog maar eens.

Van Os doet iets knaps. De Oost-Europa- correspondent voor NRC en De Groene Amsterdammer kiest een journalistieke aanpak. Hij brengt geen geromantiseerde elementen in zijn verhaal, we kruipen nooit in Mala’s hoofd en hart. Af en toe geeft ze commentaar op de gebeurtenissen. Een keer, als Mala vertelt dat ze ziet dat het getto van Warschau is weggevaagd en de kans lijkt verkeken dat ook maar iemand van haar grote familie de oorlog heeft overleefd, moet ze in die gesprekken “een beetje huilen. En dat willen we niet.” Die nuchterheid kenmerkt de toon waarop het verhaal van Mala uit de doeken wordt gedaan. Het is ook de enige manier om als lezer al die verschrikkingen vol te houden en te blijven doorlezen.

Want doorlezen wil je. Ik moest even iets overwinnen in de eerste pagina’s van het boek, als Van Os de wereld van de Poolse joden uiteenzet. Hij slaat nogal wat zijpaden in. Later zullen die juist de grote kracht van ‘Liever dier dan mens’ blijken. Zijn essayistische passages over nationalisme, rassenhaat, volksaard en identiteit zijn levendig geschreven en goed gedocumenteerd. De vele, vele geschiedenissen die Van Os aanhaalt of zelf uitpluist, geven vaak toch weer nieuwe inzichten, bijvoorbeeld bij een adagium als Befehl ist Befehl. Was er in het Duitse leger echt geen weigering mogelijk?

Katholieke school

Eenmaal aangekomen bij het stomme toeval dat Mala niet op een joodse, maar op een katholieke school terechtkomt waar Duits gegeven wordt (wat cruciaal zal blijken voor haar overleven), wordt het steeds moeilijker het boek weg te leggen. Vader Kizel was helemaal niet blij met deze school. De vrouwen in de familie Kizel droegen geitenharen pruiken en de mannen pijpenkrullen, jongens groeiden op jonge leeftijd krom van uren studeren en ze spraken uitsluitend Jiddisch met elkaar. Veel orthodoxer dan deze chassidiem werd het niet.

Als het huis van de relatief welvarende Kizels platgebombardeerd wordt, gaat de familie wonen in het deel van Warschau dat later het getto zal worden. De mensen zitten daar samengepropt in kleine huizen, moeten leven van voedselbonnen voor maar een fractie van de calorieën die je dagelijks nodig hebt en kunnen het getto formeel niet uit. Mala en vele andere kinderen weten toch naar buiten te komen via rioolbuizen en daken om extra proviand te halen. Veel kinderen worden gesnapt en ter plekke doodgeschoten. Mala verliest tijdens zo’n tocht haar tanden door een Duitse geweerkolf. Vanuit het getto worden steeds meer joden op transport gesteld, zieken, kinderen en zwangere vrouwen vaak eerst. Mala en twee zussen weten te vluchten. Ze belanden op het Poolse platteland en komen daar in aanraking met de ongeletterde boerenbevolking.

Daar wordt het voor Mala en haar zussen ook nijpend, al krijgen zij te maken met andere jodenjagers: de Poolse en Oekraïense boeren. Van de zijpaden die Van Os inslaat, is die van het antisemitisme en het excessieve geweld op het Poolse platteland een van de best uitgewerkte. De armoede in deze dorpen, waaronder veel joodse sjtetls die later volledig uitgemoord zouden worden, was enorm. Sommige boeren hielpen de joden, maar konden hun onderduikers ook zomaar vermoorden omdat ze dachten goud in hun koffer aan te treffen. Boeren waren soms zo bang gesnapt te worden, dat ze onderduikers doodschoten voor ze konden gaan praten. Dieper geworteld, zo schrijft Van Os, zit het vroegmiddeleeuwse idee dat joden bloed van christenkinderen nodig hebben voor rituelen als het bakken van matses. Hoewel zelfs een paus in de dertiende eeuw dit idee als bijgeloof afdeed, bleven veel Polen daar tot diep in de twintigste eeuw in geloven. Zelfs na de oorlog leidde het verhaal van een jongetje in Kielce dat rondvertelde gepakt te zijn door joden tot een pogrom. Dat was voor veel Holocaustoverlevers aanleiding om te emigreren naar Israël, ook voor Mala. Tegen zo veel wantrouwen en haat was geen kruid gewassen.

Grote liefde

De journalistieke speurtocht van Van Os naar mensen die Mala gekend hebben, mislukt meestal. Het holle gevoel dat je aan die vergeefse zoektocht overhoudt, is dat zo veel mensen door de geschiedenis zijn verzwolgen. Drie miljoen vermoorde Poolse joden, hoe houd je de herinnering aan hen levend? Mala weet van de meeste mensen niet meer precies hoe ze heetten: ze noemt verkeerde namen, zelfs die van haar grote liefde, de Duitser Erich, blijkt niet helemaal te kloppen. Hoe kom je er nog achter hoe het is afgelopen met Mala’s familie, haar vriendin Amelka met wie ze naar Duitsland vluchtte of de nazifamilie die, bizar genoeg, Mala in huis opnam als een dochter?

Want na het getto en de boerendorpen, belandt Mala in Duitsland in de unieke situatie dat zij, blond, katholiek opgeleid en Duitssprekend, een ariërverklaring krijgt. Een nazigezin ontfermt zich liefdevol over de ontheemde tiener en zo weet Mala, vaak gekweld door gewetenswroeging, in vrijheid te overleven. Wat een verhaal.

Pieter van Os
Liever dier dan mens
Prometheus; 368 blz. € 19,99

Lees ook:

Directeur Westerbork: Juist dat onzichtbare verleden raakte me

Gerdien Verschoors betrokkenheid bij de herdenking van de Holocaust stamt uit de tijd dat ze in Warschau woonde. ‘Polen is prachtig: de bergen, dat oerbos, uniek in Europa, zo puur. Maar zwaar ook, de geschiedenis ligt overal.’

Iedere vakantie naar Auschwitz

Interview met Dore van Duivenbode, die een huis erfde in de plaats Oświęcim en onderzoekt hoe de inwoners omgaan met de aanwezigheid van het grootste  Duitse concentratiekamp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden