BoekrecensieCultuurgeschiedenis

Hoe de elite van Europa geleidelijk één cultuur omarmde.

Opvoering van Toergenjevs ‘Genadebrood’ in 1915 met toneelspeler Louis Bouwmeester.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad

In de verhouding van Toergenjev en de Viardots toont Figes hoe de elite van Europa geleidelijk één cultuur omarmde. 

Twee weken voor zijn dood schreef Ivan Toergenjev zijn laatste literaire werk, een kort verhaal dat toepasselijk ‘Un fin’ (een einde) heette. Hij nam niet zelf de pen ter hand. Dat liet zijn toestand niet toe. Toergenjev dicteerde aan Pauline Viardot Garcia, de Franse operazangeres in ruste met wie hij al jaren een intieme relatie had, ondanks haar huwelijk met Louis Viardot. Zij dacht het Russisch voldoende te beheersen om hem te kunnen volgen. Hij vond dat geen goed idee, was bang dat erg veel energie verloren zou gaan met het voortdurend corrigeren van wat zij opschreef. Dus kozen de twee voor een mengelmoes van de talen die ze beiden beheersten, Frans, Duits, Engels, Spaans en Italiaans met af en toe een flard Russisch. Dit slotakkoord van hun gezamenlijke leven maakt duidelijk hoe kosmopolitisch die twee in het leven stonden.

Zo’n houding, een consequent over de nationale grenzen heen kijken, was verre van uniek in de gegoede Europese kringen aan het einde van de negentiende eeuw. Er ontstond steeds meer een gezamenlijke cultuur: tot in verre uithoeken van het oude continent werden dezelfde boeken gelezen, dezelfde opera’s opgevoerd en dezelfde muziek gespeeld. Historicus Orlando Figes (bekend van ‘Tragedie van een volk’ en ‘De Krimoorlog of de vernedering van Rusland’) beschrijft dat proces in zijn vuistdikke boek ‘Europeanen. Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur’.

Puur de ontwikkelingen beschrijven had al een aardig boek op kunnen leveren. Maar met het volgen van de professioneel en af en toe gedwongen reizende Viardots en Toergenjev in voor- en tegenspoed kan de Britse auteur, hoogleraar geschiedenis in Londen, een extra, persoonlijke dimensie toevoegen.

Ivan Toergenjev

‘Kostelijk lelijk’

Ivan Toergenjev (1818-1883), telg van verarmde Russische adel, keek al jong over de grenzen. Al tijdens zijn studie in de Pruisische hoofdstad Berlijn legde hij internationale contacten, die zich later onder meer door zijn relatie met Pauline Viardot verdiepten. Het kwam de schrijver op de verdenking van opruiende, revolutionaire activiteiten te staan. Tegelijkertijd bracht het hem wereldwijde faam. Mede dankzij Toergenjev brak de Russische literatuur internationaal door en verwierf deze haar canonieke status. Het paste in een brede Europese trend, waarin vertaalde letterkunde van elders zijn weg steeds beter vond richting lezers.

Toergenjev viel voor Pauline Viardot-Garcia (1821-1910), een artieste met een bijzonder charisma. Haar stem en verschijning raakten het publiek, en ook de Russische schrijver, hoewel ze niet bepaald een schoonheid was. Een politicus noemde haar ‘kostelijk lelijk’. De dichter Heinrich Heine vond haar zo onaantrekkelijk dat ze weer ‘bijna mooi’ werd. Bij toeschouwer Charles Dickens liet ze de tranen over de wangen stromen: “Bij vertrek was ik helemaal aan het einde van mijn Latijn. Niets kan grootser zijn, waarheidsgetrouwer, fijngevoeliger, schoner, diepgaander!”

Terwijl Pauline Viardot haar successen op de podia vierde en opera een zeer populaire theatervorm werd, vonden bladmuziek en piano’s hun weg naar de huiskamers. Een instrument bespelen en luisteren naar andermans verrichtingen bleken een prettig tijdverdrijf. De beste componisten, vaak al overleden, veroverden nu een bijzondere plek in het hart van liefhebbers. Hun werk (denk aan mensen als Mozart, Beethoven en Haydn) gold voortaan als klassieke muziek, voorheen een etiket voor oude muziek.

Goede indruk van het negentiende-eeuwse kunstklimaat

Louis Viardot (1800-1883) komt in het boek van Figes nog het minst uit de verf. Hij blijft een beetje een bordkartonnen figuur. Terwijl ook zijn leven en werk volop aanknopingspunten bieden als het gaat om het centrale thema van ‘Europeanen’. Viardot was schrijver, kunstcriticus, theaterdirecteur en impresario en onderhield innige vriendschapsbanden met onder anderen sterschilder Ary Scheffer en schrijfster George Sand.

Pauline Viardot Garcia

Het lukt Figes ook niet altijd om twee bordjes tegelijk draaiende te houden. De Viardots en Toergenjev verdwijnen soms een behoorlijke tijd uit beeld voor schetsen van artistieke innovaties en trends om daarna weer terug te keren. De lezer heeft soms de indruk twee boeken naast elkaar te lezen. Daar krijgt die wel veel inzicht en aardigs voor terug. Wie ‘Europeanen’ uitleest, houdt daar een goede indruk van het negentiende-eeuwse kunstklimaat aan over.

De titel van het boek is overigens een verwijzing naar een scène uit een roman ‘The Europeans’ (1878) van Henry James, correspondent van de New York Tribune in Parijs. Een Amerikaanse vraagt daarin aan een verre Europese neef of hij een buitenlander is. Die antwoordt: “Dat zal wel. Maar wie zal zeggen in welke zin precies? Ik geloof dat we nooit reden hebben gehad om dat definitief vast te stellen. Zulke mensen bestaan, weet u. Wat hun land is, hun geloof of hun beroep, ze weten het gewoonweg niet.”

De opmars van het kosmopolitisme riep ook een tegenreactie op. Het nationalisme stoelend op ‘eigen’ mythes en geloof in authentieke culturele tradities won terrein. Onder meer de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 vormde een waterscheiding.

Fotografie maakte ons tot Narcissus

Mooi gelaagd is de door Figes opgediepte kritiek op de ontwikkelingen van destijds, waarvan een behoorlijk deel weinig aan actualiteitswaarde lijkt te hebben ingeboet. Kunstminnaars stoorden zich aan de opmars van speculanten bij de aanschaf van beeldende kunst: “Ze kopen deze alleen in de hoop ze later weer met winst aan buitenlanders te kunnen doorverkopen.” Schilderijen werden decoratieve stukken die vooral bij de inrichting en de daarin gebruikte kleuren moesten passen.

De schrijver Charles Lever, tevens Brits viceconsul in het Italiaanse La Spezia, ergerde zich in 1865 als een soort Ilja Leonard Pfeijffer aan zijn landgenoten die onbeschaamd de toerist uithingen: “Men ziet ze, veertig man sterk, een straat binnen stromen, samen met hun leider die –nu eens vooraan, dan weer achteraan– om hen heen cirkelt als een herdershond– en de aanblik is ook zonder meer die van een stel schapen. Deze mensen beschouwen meteen na aankomst alle andere landen en hun inwoners als iets waarop zij recht hebben.”

Baudelaire’s boutade uit 1859 tegen de in opkomst zijnde fotografie laat zich ook lezen als aanklacht tegen de huidige selfiecultuur. Volgens hen leidde de nieuwigheid vooral de ijdelheid van mensen: “Vanaf dat moment stortte de vuige maatschappij zich als één Narcissus op een stuk metaal om haar triviale beeld in te aanschouwen. Een waanzin, een geweldige bezetenheid, maakte zich meester van al deze nieuwe zonaanbidders.”

Oordeel: Mooi gelaagd beeld van 19de-eeuws kunstklimaat.

Orlando Figes
Europeanen. Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur
Vert. Toon Dohmen Nieuw Amsterdam; 624 blz.; € 42,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden