RecensieDe verlichte middeleeuwen

Historicus Seb Falk toont aan dat de wetenschap in de middeleeuwen niet stilstond

Historicus Seb Falk laat zien dat Johannes Westwyk en zijn collega-geleerden vooruitgang boekten met kleine stapjes.

De geschiedenis en geschiedkundigen zijn onbarmhartig voor de meeste middeleeuwse geleerden. Ze zijn geleerden zoals de Britse monnik Johannes Westwyk vergeten. En hetzelfde geldt vaak voor het werk van dat soort mensen. Hoewel: Westwyks ingenieuze ontwerp voor een equatorium, een instrument waarmee astronomen de stand van de hemellichamen kunnen berekenen en dat bij zijn leven nooit echt werd gebouwd, werd in de twintigste eeuw alsnog uitgevoerd als museummodel.

Maar zelfs dan kan het nog misgaan. Historicus Seb Falk wist dat het model zich in het Whipple Museum voor Wetenschapsgeschiedenis in Cambridge moest bevinden. Maar hij kon het niet in de catalogus vinden. Pas toen hij het in het gesprek met curatoren beschreef, ging er alsnog een lichtje branden. Het equatorium kwam tevoorschijn. De houten schijf stond foutief beschreven als ‘de ronde tafel van Koning Arthur’. Zonder de vasthoudende bezoeker was het voorwerp mogelijk voorgoed in het depot onder het stof verdwenen.

Het weinige dat bekend is van het leven van de betrekkelijke anonymus Westwyk vormt de leidraad in Falks boek De verlichte middeleeuwen. Een ontdekkingstocht door de middeleeuwse wetenschap. Via hem kijkt de schrijver naar het kijken, leren, schrijven en ontdekken in die tijd. Via Westwyks reizen en kruistocht komt ook veel wetenswaardigs over de wereld daarbuiten mee.

Falk wil vooral afrekenen met het clichébeeld van de middeleeuwen als duister tijdperk van stilstand en zelfs achteruitgang. Het idee bestaat dat wetenschap vooral iets is van de oudheid en van de renaissance en daarna. In de middeleeuwen regeerde de achterlijkheid: veel vechten, veel bijgeloof, dat soort werk.

Karikatuur

Maar volgens Falk maakte het denken van geleerden in die periode wel degelijk vorderingen. Het hedendaagse sciëntisme heeft volgens Falk iets enorm zelfgenoegzaams. De neiging bestaat te zwelgen in de huidige geweldigheid en ondertussen neer te kijken op wetenschappelijke prestaties van lang geleden. Terwijl zowel de successen als de mislukkingen van de middeleeuwse geleerden onontbeerlijke stappen waren op weg naar de verworvenheden van heden en toekomst.

De karikatuur van de periode stamt –wonderlijk genoeg – uit de middeleeuwen zelf. Humanistische geleerden in het veertiende-eeuwse Italië gebruikten hem voor het eerst. Voor het feit dat het beeld daarna zo’n hardnekkig bestaan leidde, zijn tal van verklaringen aan te voeren.

Middeleeuwse wetenschap was en is niet sexy. De ‘sterren’ van de latere tijden ontbraken nog. Pas tijdens de renaissance kreeg het individu meer betekenis. Middeleeuwse wetenschap was veel meer werken in gezamenlijkheid en in (betrekkelijke) anonimiteit. De eurekamomenten van grote geesten ontbraken nagenoeg. Progressie kwam via kleine stapjes tot stand na lang en moeizaam ploeteren.

Middeleeuwse geleerden lieten, zo simpel is het ook, minder toonbaars na. Iets uit het hoofd leren en kunnen reproduceren was nog een belangrijke vaardigheid. Papier kostte een klein fortuin. De aantekeningen van geleerden zijn, als ze al zijn bewaard, slechts museabel met de nodige tekst en uitleg. De boekdrukkunst bestond nog niet en hun aantekeningen ogen niet zo fraai als de volop versierde en met bladgoud opgesmukte, echte boekschatten uit de middeleeuwen.

Studeren was een slechts voor weinigen weggelegd voorrecht. Westwyk mocht een tijdje naar Oxford. Zijn benedictijnse abdij in St. Albans en andere kloosters haalden hun monniken vaak voor afronding van de opleiding alweer terug, uit kostenoverwegingen.

Plek in het heelal

Universiteiten en kloosters ontwikkelden wel een internationaal netwerk en hanteerden een pan-Europese wetenschappelijke taal, het Latijn, maar geleerden uit die tijd werkten nog niet volgens breed geaccepteerde standaardprocedures. Dus onwetenschappelijk, in de ogen van de meeste hedendaagse collega’s. Die worstelen bovendien met de het gemak waarmee kennis en geloof en bijgeloof in elkaar over konden gaan. Astronomie was voor middeleeuwers niet alleen kijken naar de kosmos, maar ook een blik kunnen werpen in de geest van God. Het ging hun niet alleen om het bepalen van de positie van de planeten, maar evengoed om beter begrip van de eigen plek in het heelal.

Wetenschap en pseudowetenschap liepen in elkaar over. Geleerden hielden zich bijvoorbeeld bezig met alchemie, het bestuderen van en experimenteren met metalen in de hoop misschien wel zelf goud te kunnen maken. En ze namen astrologie bloed­serieus. Met een wonderlijke combinatie van kennis, aannames en berekeningen konden voorspellingen worden gedaan, waar grote waarde aan werd gehecht. Wat was de beste tijd om te reizen of voor een andere grote, risicovolle onderneming? Hoe en wanneer zou je sterven? Geneeskunst en kwakzalverij lagen ondertussen in elkaars verlengde. Falk schotelt de lezer bijvoorbeeld een zogenaamd heilzame, anale injectie met ongezouten niervet van de geit voor.

Volmaakt

Ook tussen wetenschappen en kunsten lagen geen duidelijke scheidslijnen. Praktische informatie die voortvloeide uit gedane ontdekkingen werd niet per se in het vakjargon opgeschreven, maar bijvoorbeeld in de vorm van een gedichtje. Dat had niet alleen iets literairs, het hielp mensen ook om het te onthouden.

Kennis kwam niet in de plaats van religie, maar sterkte het geloof in veel gevallen. Zowel de banen van hemellichamen als de mechanische klok, misschien wel de belangrijkste uitvinding van het tijdperk, lieten Westwyk en zijn tijdgenoten vrijwel perfecte cycli zien. Het bewees voor hen hoe volmaakt het ontwerp achter de schepping was.

De verlichte middeleeuwen doet een beetje denken aan het bijna 25 jaar oude Maerlants wereld van Frits van Oostrom. Ook in dat destijds met de AKO-Literatuurprijs bekroonde boek vormen leven en werk van een geleerde middeleeuwer het venster op een tijd en de toenmalige kennis. Van Oostrom zat in die nog rijkere geschiedenis zijn hoofdpersoon iets dichter op de huid. Falk moet de zijne soms – noodgedwongen – wel tien jaar loslaten. Simpelweg omdat elk spoor ontbreekt. Beide heren zijn schrijver genoeg om de gaten in kennis over hun helden creatief te omzeilen.

Een minpuntje is het ontbreken van een register achter in De verlichte middeleeuwen. Dat mag bij een fraai uitgevoerd geschiedenisboek niet ontbreken.

Seb Falk
De verlichte middeleeuwen. Een ontdekkingstocht door de middeleeuwse wetenschap 
Vert. Conny Sykora
Unieboek | Het Spectrum; 416 blz. € 34,99

Lees ook:

Zo ziet de ideale universiteit er volgens wetenschapshistoricus Floris Cohen uit

Wetenschapshistoricus Floris Cohen ontwerpt zijn ideale universiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden