Recensie Niemand vertelt je hier ooit wat

Hilarische, welwillende, bureaucratische nietszeggendheid

De vierde roman van Erik Nieuwenhuis is een satire over het verzorgingstehuis.

Kafka meets Hendrik Groen’, roept de uitgever op het omslag van Erik Nieuwenhuis’ vierde roman ‘Niemand vertelt je hier ooit wat’. En dat klopt ook wel als we bedenken dat Kafka en zijn vriend Max Brod naar het schijnt enorm moesten lachen om Kafka’s boeken die door ons juist als ultiem beklemmend in de kast zijn gezet. ‘Niemand vertelt je hier ooit wat’ is een satire op het opgesloten bestaan in een verzorgingstehuis maar echt beklemmend kan ik het niet vinden, eerder hilarisch.

Schrijver Michiel Gregorius wordt tegen zijn zin en zonder duidelijke reden vastgehouden in verzorgingstehuis het Boshuys. Hij zit weliswaar in een rolstoel, maar meent eigenlijk dat hij nog heel goed voor zichzelf kan zorgen. Hij heeft geen enkele greep meer op zijn leven, alhoewel documenten en zelfs filmpjes laten zien dat hij er zelf voor getekend heeft. Maar waarom wordt hij, net als alle andere cliënten van het Boshuys zomaar geopereerd, waarom mag hij geen contact opnemen met zijn zuster en de buitenwereld, waarom worden hem de social media ontzegd? Steeds als hij vraagt naar het hoe en waarom van zijn verblijf hier krijgt hij nietszeggende, bureaucratische antwoorden van de leidinggevende die hem met een kluitje in het riet stuurt. Overeenkomst met Kafka (en Hendrik Groen) is dat hij zijn vreemde toestand min of meer accepteert, het lijkt of hij eerder naar een verklaring dan naar een oplossing zoekt, geen Jack Nicholson dus in ‘One Flew over the Cuckoo’s Nest’, waar ‘Niemand vertelt je hier ooit wat’ in de verte aan herinnert.

Samen met de drie andere cliënten – Sharon, een simpel jong meisje, Gijs, de onbetrouwbare broer van het hoofd van het tehuis en de onverdraaglijke mevrouw Schuylenborch – zit Gregorius in een beschermende cocon van zorgverlening, medische aandacht en sociaal isolement. Als hij op zeker moment weer leert lopen wordt hij, naar hij zelf meent, zo geopereerd dat hij niet meer weg kan vluchten; zijn ontsnappingspoging, samen met mevrouw Schuylenborgh, mislukt grandioos, en ten slotte worden ze zonder hoor of wederhoor op de dag van het lustrum overgeplaatst naar een andere, nog ergere instelling. Je zou er paranoïde van worden maar het bijzondere is dat Gregorius er eigenlijk best rustig onder blijft. 

 Krankzinnige dialogen

Grappig is ook het contrast tussen de kalme, wereldvreemde omgeving met haar alles sussende en verbloemende leiding en Gregorius’ kennis van zaken van de buitenwereld, de maatschappij, de televisie, het wereldnieuws. Dat geeft hem het gevoel gevangen te zitten. En dat terwijl men hem ook zogenaamd steeds tegemoet komt: “Heeft u redenen om te twijfelen aan de kwaliteit van de door ons geboden zorg? Zou kunnen natuurlijk. We doen het over het algemeen genomen toch helemaal niet zo slecht, dacht ik, maar er zijn altijd verbeterpuntjes aan te wijzen, natuurlijk. Als u ideeën heeft, dan horen wij dat graag.” Het punt is natuurlijk dat Michiel Gregorius helemaal geen zorg wil, maar de wereld om hem heen beslist kennelijk anders.

Het leidt tot krankzinnige dialogen als deze: “‘Het is even alle hens aan dek,’ glimlacht ze, ‘Volle bak vandaag. Bijzondere omstandigheden. We zetten uiteraard alles op alles om onze cliënten daar zo weinig mogelijk hinder van te laten ondervinden. Mochten we daar in een incidenteel geval niet in slagen, dan is er voor de gedupeerden vanzelfsprekend voorzien in een ruimhartige compensatie. Denkt u daarbij...’

‘Jajaja,’ zeg ik, enigszins geïrriteerd, door de honger waarschijnlijk. ‘Waar heb je zo leren praten? Zulk ambtenarengewauwel hoor je zelfs bij de Belastingdienst al vijftig jaar niet meer. Even to the point Lidwien: wat de fuck is er loos? Wat is er met mevrouw Schuylenborch aan de hand? Wat doen al die mensen hier? Ze gaan toch niet dood, of zo?’ ‘Ik ben bang,’ zegt ze, ‘dat ik niet gerechtigd ben dergelijk privacygevoelige informatie te delen met niet directbetrokkenen.’”

‘Niemand vertelt je hier ooit wat’ is een geslaagde parodie op de onwankelbare muren van welwillende bureaucratische nietszeggendheid waar je als modern mens voortdurend tegenaan loopt. De slotzin van het boek, uitgesproken door de hoofdpersoon Gregorius luidt: “Lang geleden dat ik zo gelachen heb.” En dat moet je als lezer ook doen; niet een kafkaëske doolhof maar de bevrijdende lach van de schrijver maakt dat in dit boek Hendrik Groen inderdaad Kafka ontmoet.

omslagen

Erik Nieuwenhuis
Niemand vertelt je hier ooit wat
Brooklyn; 192 blz.; € 17,50

Lees ook:

‘Het is zeker niet alleen maar lachen geblazen bij Hendrik Groen’

Ruim 250.000 lezers gniffelden om de ‘dagboeken’ van Hendrik Groen (83), vanuit een Amsterdams seniorencomplex. Het eerste deel won de NS Publieksprijs. Nu komt er een toneelstuk, én een tv-serie geregisseerd door Tim Oliehoek.

Iedereen wil hem hebben, maar Kafka zelf wilde nergens bij horen

Twee boeken, een van en een over Kafka, bieden dieper inzicht in het denken van de schrijver over zijn eigen identiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden