Donald Trump in 2020.

BoekrecensiePolitiek

Het regent boeken over Donald Trump, maken ze ons iets wijzer?

Donald Trump in 2020.Beeld REUTERS

Donald Trump verloor de verkiezingen, maar auteurs raken maar niet uitgeschreven over de voormalige president. Maakt deze barrage aan Trumpboeken ons ook wijzer?

Seije Slager

Dit is allemaal belangrijk, blijf ik mezelf voorhouden, terwijl mijn hoofd steeds schever gaat hangen, en mijn ogen stiekem lonken naar de wereld achter de dicht beschreven pagina’s van Alleen ik kan dit. Het is bovendien niet alleen belangrijk, het is ook nog eens mijn werk: de Amerikaanse politiek volgen, onder andere door dit soort boeken te lezen. Ik prijs mijzelf in principe gelukkig met mijn werk.

Maar dit boek, ik ken het al. Niet alleen de gebeurtenissen die erin beschreven worden: het veelbewogen laatste jaar van de regering-Trump, dat begon met een impeachmentprocedure, pas echt op gang kwam met een pandemie, en afgesloten werd met een president die de verkiezingsuitslag weigerde te erkennen en zijn aanhangers tot een gewelddadige opstand opzweepte. Ik ken vooral de manier al waarop al die gebeurtenissen tot een lopend verhaal worden gesmeed.

Want als één journalistiek genre bloeide tijdens de regeringsperiode van Trump, dan was het wel dat van de ‘chaoskronieken’, zoals Carlos Lozada, recensent non-fictie van The Washington Post, ze treffend samenvat. De populariteit van dat genre werd in 2018 aangezwengeld door Michael Wolff, die in Vuur en woede een ontluisterend portret schetste van de wanorde in het Witte Huis van Trump. De navolgers lijken allemaal op elkaar. Op basis van achtergrondgesprekken met mensen die dichtbij het vuur zaten, wordt een nauwgezet beeld geschetst van de discussies, besluitvorming, en vooral ook de loopgravenoorlogen en de hoogoplopende ruzies achter de schermen. Vaak van dag tot dag.

Dat is ook wat er in Alleen ik kan dit van Carol Leonnig en Philip Rucker gebeurt. Afdelingshoofd X belt geschrokken met adviseur Y, roept ‘Wat de president nu wil, kan écht niet’, maar wordt daarbij tegengewerkt door Trump-vertrouweling Z, enzovoorts, enzovoorts. Het is eenvormig, kortademig, maar niet eens per se saai. Daarvoor gebeurde er eenvoudigweg te veel bizars in de regering-Trump.

Straatje schoonvegen

Maar nadat je er een paar gelezen hebt, bekruipen je wel wat bedenkingen. Ten eerste: vaak zijn de bronnen waar ze op leunen wel heel opzichtig bezig om hun straatje schoon te vegen, kennelijk met het oog op hun carrière in het post-Trump tijdperk. Goed, de coronabestrijding was een puinhoop, maar minister zus en adviseur zo deden hard hun best om de president bij te sturen, dat is een van de indrukken die je aan Alleen ik kan dit overhoudt.

null Beeld

Carlos Lozada
What were we thinking. A brief intellectual history of the Trump era
Simon & Schuster; 227 blz. €17,99

Ten tweede: ook Trump zelf lijkt de nieuwe barrage aan Trumpboeken mede te regisseren. Nieuwssite Axios meldde dat hij sinds zijn aftreden 22 interviews voor 17 verschillende boeken heeft gegeven, onder anderen aan Leonnig en Rucker. Hij schijnt daarbij de primeurs zorgvuldig over de verschillende auteurs verdeeld te hebben. Hun boeken zijn meestal niet flatteus over hem, maar ze waarborgen wel dat hij in de publiciteit blijft. Dat is niet vanzelfsprekend nu hij zijn socialemediakanalen kwijt is, maar wel nodig, nu hij overweegt om in 2024 opnieuw een gooi te doen naar het presidentschap.

Want het blijft niet bij dit ene boek, er verschenen en verschijnen dit jaar tientallen van zulke chaoskronieken. Zowel Michael Wolff als Watergate-coryfee Bob Woodward leverden alweer hun derde af, NYT-reporter Maggie Haberman rondt momenteel haar definitieve verslag van de Trump-jaren af, talloze minder bekende namen blijven stug pagina’s voltikken.

Die enorme productie brengt ons bij de belangrijkste bedenking: zouden zowel de politiek als de politieke verslaggeving niet juist wél een stuk saaier moeten zijn? Zou de democratie er niet bij gebaat zijn als de journalistiek uitzoomt van de hypnotiserende realityshow in het Washington van Trump? Het is voor toekomstige historici natuurlijk fijn dat de bureaupolitiek in zijn regering tot op de vierkante millimeter in kaart wordt gebracht, maar je vraagt je toch af of dit echt de best mogelijke besteding is van al die journalistieke energie.

Choquerend

Want de overdaad stompt af, de onthullingen slagen er eigenlijk niet meer in om iets toe te voegen aan ons beeld van Trump. Dat merkte ook de eerdergenoemde Carlos Lozada, die vorig jaar al schreef dat de chaoskronieken ‘ontaard zijn in een zoektocht naar de meest explosieve anekdotes om het nieuws mee te halen, anekdotes die vaak choquerend zijn in hun details, maar in hun regelmaat volledig afgezaagd zijn geworden’.

Hij kan het weten. Als ik me soms wat mismoedig voel bij het doorworstelen van dat ene boek, denk ik altijd maar aan Carlos Lozada. Dat is nog eens een doorzetter. Voor zijn eind vorig jaar verschenen boek What Were We Thinking. A Brief Intellectual History of the Trump Era (niet vertaald) las hij niet minder dan 150 boeken over Trump. Hij wist daarbij op de een of andere manier ook nog voldoende mentaal evenwicht te bewaren om zijn bevindingen te structureren tot een interessant intellectueel portret van Amerika onder Trump.

null Beeld

Carol Leonnig en Philip Rucker
Alleen ik kan dit. Het catastrofale laatste jaar van Donald J. Trump
(I alone can fix it. Donald J. Trumph’s catastrophic final year)
Atlas Contact; 478 blz. € 22,99

De chaoskronieken vormen maar één hoofdstuk in zijn verslag. Negen andere hoofdstukken belichten verrassender genres, zoals de conservatieve critici van Trump, identiteitspolitiek onder Trump, of boeken over ‘heartlandia’ waarin gezocht wordt naar wat de Amerikanen die ver weg van de grote steden wonen nu eigenlijk beweegt.

Als je maar één boek moest lezen over het Trump-tijdperk, is dit misschien geen slechte keuze. Maar als je hoopt dat dit verslag het raadsel weet te kraken van de populariteit van Trump of de staat van de Amerikaanse democratie, dan kom je bedrogen uit. Uiteindelijk is Lozada vooral een heel goede recensent, die beknopt en vaardig allerlei ­intellectuele debatten in kaart brengt en ­becommentarieert. Een overkoepelende analyse weet hij echter niet uit zijn 150 ­boeken te destilleren. “Stuk voor stuk proberen deze boeken een weg vooruit te vinden. Gezamenlijk laten ze zien hoe vast we zitten.”

Hoe trekken we Amerika dan weer los? In De laatste redding doet journalist ­George Packer, onder andere bekend van zijn biografie van Richard Holbrooke, een poging. Vergeleken met de jachtige chaoskronieken is Packer een verademing om te lezen. Hij registreert niet in eerste instantie het gewoel in Washington, dat is meer de achtergrondruis bij het Amerika dat hij om zich heen ziet. Zoals wanneer zijn aardige buurvrouw tot zijn schrik ineens een Trump-bord in de tuin plaatst.

Monomane focus

Packer verafschuwt Trump, maar ziet hem eerder als een symptoom dan als de oorzaak van de politieke verlamming waar Amerika aan ten prooi is gevallen. En daarvoor bestaat niet één hoofdschuldige. Op zijn scherpst is Packer als hij de opvattingen en houdingen fileert van mensen met wie hij in politiek opzicht misschien wel heel wat gemeen heeft. Zoals hoe progressieve Amerikanen bij het begin van de pandemie een soms wat monomane focus ontwikkelden op de wetenschap, die een samenleving ook niet vertelt ‘welke kant ze op moet’. “En dus keek, terwijl de pandemie steden en staten platlegde, de ene helft van de bevolking naar de wetenschap en de andere helft naar Trump. Amerikanen keken niet naar elkaar, omdat het vertrouwen tussen hun weg was.”

null Beeld

George Packer
De laatste redding. Over de wederopstanding van Amerika
(Last best hope. America in crisis and renewal)
Spectrum; 222 blz. € 22,99

Dat Amerikanen de kunst van het zelfbestuur verleerd zijn, dat is voor Packer de allergrootste crisis. Terwijl juist die kunst de basis vormt voor hun bestaan als zelfstandige natie. Dat opnieuw te leren is dus ook de belangrijkste opgave voor de periode na Trump, en om dat te leren moeten Amerikanen zich niet meer oriënteren op de polariserende nationale politiek, maar weer leren naar elkaar te luisteren.

Packer onderscheidt vier hoofdverhalen die Amerikanen dan van elkaar te horen zouden krijgen. ‘Vrij Amerika’ van de traditionele conservatieven, ‘Slim Amerika’ van de hoogopgeleiden aan de kusten, ‘Echt Amerika’ van de zich afgedankt voelende Trump-stemmers, en ‘Rechtvaardig Amerika’ van de generatie jonge activisten.

Nationalistisch pamflet

Als dat allemaal nog als een soort sociologische analyse klinkt, dan legt Packer in een volgend hoofdstuk zijn kaarten op tafel met een pleidooi voor ‘Gelijk Amerika’, dat al die verschillende verhalen in zichzelf zou kunnen verenigen. Hij weet het met veel verve aan te prijzen, maar we verlaten hier wel het domein van de journalistieke waarneming, en betreden het domein van wishful thinking.

Het boek verandert hier in een nationalistisch pamflet. Een zeer verlicht en inclusief nationalisme, dat wel, dat snapt hoe nationalisme ook kan ontsporen, en bovendien een intelligent nationalisme, dat zijn eigen noodzakelijkheid kan beargumenteren: een natiestaat is nu eenmaal meer dan een optelsom van politieke procedures, en moet ook altijd door verhalen gestut worden, door een geloof in zichzelf. Dat blijft in andere analyses weleens buiten beeld.

Packer is een talentvol en sympathiek verhalenverteller. Maar af en toe verliest hij zich ook een beetje. Dan wordt het gebabbel, en spreekt hij zichzelf tegen. Het ene moment komt er ‘geen zuchtje inspiratie’ uit de speeches van Trump, een paar pagina’s later maakten ze ‘een duistere energie’ los – wat is het nou? Af en toe schijnt er ook een fundamentele wanhoop door de kieren van zijn pleidooi. Dan ontwaren we een man die zich achter al zijn eloquentie wanhopig afvraagt: waarom kunnen we niet gewoon wat beter met elkaar opschieten?

Ongrijpbaar fenomeen

Dat die vraag uiteindelijk geen bevredigend antwoord krijgt, valt de auteur waarschijnlijk ook weer niet aan te rekenen. Het laat waarschijnlijk vooral zien dat Trump zo’n ongrijpbaar fenomeen is dat iedereen maar terugvalt op bestaande reflexen, bij de poging om hem in een analyse te vangen. De reporters van de chaoskronieken op hun ­keiharde verslaggeving, de polemisten van Lozada op de politieke stokpaardjes die ze al langer bereden, en Packer op het Amerikaanse sentimentalisme waar we hem in zijn eerdere boeken ook al op konden betrappen.

De uil van Minerva lijkt al met al nog niet echt uitgevlogen. Daaruit zou je kunnen concluderen dat de avondschemer misschien ook nog niet is neergedaald over het tijdperk-Trump, en dat we nog een tijdlang veroordeeld zijn tot onze halfbakken pogingen om een tijdperk te begrijpen dat nog altijd voortduurt.

Lees ook:

Trump heeft niet de intellectuele capaciteiten om een oorlog te beginnen, stelt zijn biograaf

Wat deed president Trump ineens in Noord-Korea? Een strategie stak er in ieder geval niet achter, volgens zijn biograaf Michael Wolff. ‘Het is alleen maar show.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden