null Beeld

RecensieSiri Ranva Hjelm Jacobsen

Het debuut van Siri Ranva Hjelm Jacobsen is een dromerige zoektocht naar de Faeröer

Een intieme dromerige melancholische zoektocht naar de Faeröer, het eiland van haar moeder.

Wie ben je als je familie van ‘elders’ komt? Om die vraag draait de debuutroman van Siri Ranva Hjelm Jacobsen (1980). Net als de schrijfster, heeft de vertelster in Eiland een Deense vader en een moeder met Faeröerse wortels. Maar over het land van haar moeder weet de vertelster niet zo veel en de achtergebleven familie op de eilanden kent ze nauwelijks. Haar reis naar de Faeröer is dan ook niet enkel een fysieke rondgang, maar ook een geestelijke zoektocht in het familiegeheugen.

De roman vertelt over de reis die de hoofdpersoon samen met haar ouders maakt langs de Faeröerarchipel, afgewisseld met nog een andere tocht: de emigratie van haar grootouders van de Faeröer naar Denemarken in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Grootmoeder Marita wilde weg van het harde leven op de eilanden en grootvader Fritz was ongeschikt voor het werk op de vissersboten: ‘Hij zweert de visserij af. De kabeljauw en de stank, alles. Hij zegt dat het nat en ijskoud is, beslagen en uitzichtloos, en er is ook nog iets dat hij niet hardop zegt. Dat hij bang is voor de gapende ruimte rondom de boot, dat het een geluid heeft. De werkelijkheid wordt dáár in het ijs poreus, de vogels komen nergens vandaan.’

Siri Ranva Hjelm Jacobsen Beeld Kajsa Gullberg
Siri Ranva Hjelm JacobsenBeeld Kajsa Gullberg

Ze vestigen zich in Kopenhagen, waar ze hun dochter – de moeder van de vertelster – zo Deens mogelijk opvoeden. Marita leert haar dochter zelfs ‘breien op zijn Deens’, al hervalt ze in haar Faeröerse breistijl eenmaal het ‘assimileren’ niet langer hoeft. Het heimwee naar de eilanden blijft de grootouders hun hele leven achtervolgen, zoals de vertelster als kind al heeft aangevoeld in de mantra van haar grootvader: ‘Ware het niet voor je omma, anders waren we allang naar huis terugverhuisd’.

Het lijkt wel of de grootouders hun heimwee naar de eilanden hebben doorgegeven aan hun kleindochter, die fervent gaat spoorzoeken bij de familieleden op de Fae­röer. Die vertellen verhalen van lang geleden, zij het dat ze stukken weglaten: eilanders zijn nu eenmaal zwijgzame mensen die liever niet over familiegeheimen praten. Vooral de broers en zussen van de grootvader krijgen zo een gelaat: de communistische vrijbuiter Ragnar, de zakelijke hoteluitbaatster Ingrún, de ambitieuze zeekapitein ­Jegvan en de door polio verminkte Arni.

null Beeld -
Beeld -

De vertelster beseft dat ze ‘noch van hier, noch van daar is’. Ze behoort tot de derde generatie, de generatie ‘die de overtocht als een verlies in zich draagt’. Ze vraagt zich af: ‘Wie waren wij? Faeröerders, diegenen die waren gebleven, en wij, de bloedgasten, de biologische zaailingen van de migratie.’

Natuurlijk is het onmogelijk om vanuit die positie een groots en afgerond verhaal te vertellen, en dat doet Jacobsen gelukkig ook niet. Ze is consequent minimalistisch. Ze volstaat met het sprokkelen van stukjes, die ze in een bijzonder poëtische stijl samenweeft tot een onvolledige, maar aandoenlijke familiesaga, die tegelijk een ode aan de eilanden is. Daarin geeft ze ruim plaats aan de prachtige, maar onherbergzame natuur van de Faeröer: ‘De grote, galmende dalen. De inhammen die de bergmuur doorbreken, hoe moet je die beschrijven; de isolatiecellen van de natuur zelf, in de rotsen ingevreten, overschaduwd door de berg, alkoofachtig, grijs.’

Dat alles maakt van Eiland een intieme, dromerige en melancholische roman in een doordacht poëtische stijl.

Siri Ranva Hjelm Jacobsen
Eiland
Vert. Kor de Vries. Oevers; 192 blz. € 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden