RomanGezondheid

Heeft het lichaam mij?

Lionel Shriver schrijft raak over sportverslaving en aanverwante westerse verschijnselen.

Lionel Shriver is bezig aan een post-corona roman, zo kunnen we in interviews lezen. Of eigenlijk was ze daar, nog voor de crisis uitbrak, al min of meer aan begonnen. Ze is het soort schrijver dat de tijd op de huid zit, of nog sterker: dat tendensen voorziet. In haar vorige roman, ‘De Mandibles’, zegeviert China op Amerika dat economisch ineenstort. Ze situeerde het verhaal in 2029 en dat was, constateerde ze nuchter, ‘negen jaar te laat’. De roman was even visionair als controver­sieel. Shriver zou zich in haar karakterisering van niet-westerse personages hebben schuldig gemaakt aan stereotypering en ‘culturele toe-eigening’. Ze belandde in de beklaagdenbank.

Zwart-witdenken en de gevolgen daarvan keren zijdelings terug in haar jongste roman, ‘De weg van de minste weerstand’, waarin gemeenteambtenaar Remington wordt ontslagen nadat hij het aan de stok kreeg met zijn meerdere Lucinda. Lucinda is én jong én vrouw én zwart, en vooral ook onbekwaam. Ze legt de resultaten van zijn onderzoek naar nieuwe straatverlichting, waaraan Remington met alle toewijding heeft gewerkt, ongelezen naast zich neer en kiest voor veel te felle lampen. Uit onmacht slaat hij met zijn vuist op tafel, wat wordt vertaald naar ‘ernstig racistisch en seksueel geweld’. Ergens wordt de lezer getrakteerd op het transcript van de tenenkrommende hoorzitting die een en ander moest bewijzen. De scène is even hilarisch als kafkaësk. De man is kansloos. Hij wordt ontslagen waarna hij en zijn vrouw naar het slaperige stadje Hudson verhuizen. Daar begint Shriver het verhaal: “Ik ga een marathon lopen”, kondigt Remington aan.

En zo komen we bij het hoofdthema én het hoofdpersonage van deze even vermakelijke als vileine roman: de sportverslaving waaraan een groeiend leger fanatiekelingen lijdt, en Serenata, Remingtons vrouw, een individualiste pur sang. Altijd heeft ze gesport. Nu ze de zestig gepasseerd is zijn haar knieën versleten. Verder dan wat tijdrovende oefeningen tegen de pijn komt ze niet meer. Remingtons nieuwe hobby dreigt de splijtzwam in hun huwelijk te worden. Had Serenata even nog gehoopt dat het bij die ene marathon zou blijven, en was voorheen ‘een van de weinige goede dingen van het oud worden de wederzijdse toestemming om onvolmaakt te zijn’; nadat Remington bijkans kruipend de laatste meters van de ruim 42 kilometer aflegt, kondigt hij aan te gaan trainen voor de triatlon. Hij valt ten prooi ‘aan de zeer Amerikaanse impuls om geld te verkwisten aan wat niet te koop is’.

Watjes en mislukkelingen

Hoe harder Serenata zich tegen zijn dwaze voornemens verzet, hoe steviger Remington zich erin vastbijt, daarbij gesteund en opgejuind door de strak in het vel zittende Bambi Buffer – what’s in a name – die zich daar overigens goed voor laat betalen. Hij wordt volledig ingepakt door deze personal trainer, en bijgevolg dringt zij (en het groepje adepten rondom haar) als een virus in het leven van hem en Serenata. Subtiel ontwikkelt de roman zich van een scherpe zedenschets tot een, ondanks de groteske inzet, liefdevolle analyse van een huwelijk. Verbaal zijn de echtelieden aan elkaar gewaagd. Des te pijnlijker dat Remington bevangen raakt in de collectieve psychose van een naar het religieuze neigende sportcultus die van hem een ‘man’ moet maken. Er is geen tijd en ruimte meer voor een lekkere discussie op niveau of woorden als ‘blessure’, ‘twijfel’ of ‘op­geven’. Die behoren tot het domein van watjes en mislukkelingen. Tegen de tijd dat Serena toe is aan haar knieoperatie (en Remington aan zijn tour de force) is ze van een geestige en goedgebekte observator veranderd in een diep bezorgde compagnon die haar echtgenoot voor de poorten van de hel moet zien weg te slepen.

Het is de grootse, bijna burleske, apotheose van een boek over ouder worden, over de maakbaarheid van het leven en onze relatie tot ons lichaam – ben ik een lichaam, heb ik een lichaam, of heeft het lichaam mij? Over man-vrouwverhoudingen, zwart-witdenken, over de strijd tussen het individu en de massa, en over de grenzen aan het ouderschap: zoonlief is een drugsdealer, dochterlief is om te ‘genezen’ van haar (vrije) opvoeding in de Heer gegaan. “Onze kinderen zijn white trash”, zegt Remington zelf daarover. Een boek kortom waar veel van Shrivers thema’s samenkomen, maar vooral ook een boek dat ik grinnikend in vrijwel een ruk heb uitgelezen. Voortreffelijk vertaald trouwens door Karina van Santen en Marian van der Ster.

Oordeel: vermakelijk en vilein

Lionel Shriver 
De weg van de meeste weerstand 
Vert. Karina van Santen en Marian van der Ster, Atlas Contact; 352 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden