RecensiePoëzie

Hans Tentije brengt je oog in oog met het verleden

Hans Tentije plaatst melancholieke gedichten naast portretten van vrouwen uit het verleden.

In 1964 schilderde Gerhard Richter zijn werk ‘Frau mit Schirm’, een vrouw met in haar ene hand een opgeklapte paraplu, ‘inderhaast meegenomen’ zo lijkt. Toch is het de andere hand van de vrouw die de aandacht trekt. Die is voor haar mond geslagen – ‘angst kroop vanuit de stoeptegels’ –, alsof ze ­ergens heel erg van geschrokken was. De toeschouwer van destijds had misschien de weduwe Kennedy herkend. Maar ontdaan van referenties schuilen in dit ene beeld evengoed verhalen van andere rouwende vrouwen: ‘was er soms een kind/ plompverloren overgestoken/ en overreden, het kind dat ze zielsgraag gewild/ maar nooit gekregen had?’ vult dichter Hans Tentije een van de mogelijke verhalen in.

Tentije ontving in 2017 de Constantijn Huygens-prijs. Bovenstaande regels zijn afkomstig uit zijn nieuwste bundel, Nergens anders, met ook nu, zoals hij vaker deed, een serie gedichten bij beeldend werk. Bij portretten van vrouwen, even uit de tijd getild of daaraan juist teruggeven. Schilderijen die de kijker van nu oog in oog met het verleden doen staan om hem tegelijk te laten beseffen hoe ongrijpbaar dat is. Of zoals Tentije schrijft bij een tekening van een onbekende dame van Hans Holbein de Jonge: ‘geheimen/ die achter het hoge voorhoofd/ en de ingekeerde ogen verscholen zullen blijven –’.

Een poging om het verleden tastbaar te maken

Tentije’s werk is te zien als poging om het verleden – persoonlijk en werelds, beleefd en overgeleverd – tastbaar te maken, en dus speurt de dichter naar momenten waarop zich dat prijs lijkt te geven. Gaat hij, uit heimwee naar een verloren liefde, op zoek naar het ‘oogverblindend hemelsblauw’ dat hij zag in oude fresco’s in Italiaanse kloosters, het blauw van de jurk die de geliefde droeg. ‘Het ontsteeg de tijd buiten de ­muren, verschoot/ naargelang de omstandigheden (…)/ vlijde zich helderblauw naast mij neer in de schaduw/ van een paar vijgen, kleine cipressekegels/ waren haar tepels’.

Herinneringen worden omsponnen met melancholieke taal, met lange, stromende zinnen, als om te benadrukken dat wat eens was, nog altijd voortduurt: ‘dat het verleden nooit voorbij is/ maar zich ergens anders ­bevindt – // in de leemten, de wijkplaatsen van herinneren en vergeten’.

Wat soms ver uiteen ligt in plaats en in tijd, komt in Tentije’s werk samen, en daarin schuilt de magie van zijn poëzie. Die creëert de illusie dat ‘alles// onophoudelijk gebeurt en nooit meer overgaat’.

Al datgene waar je in je dromen niet bij kon komen, soms, hun licht
doorschemerende raadselachtige achterkant
of van wat vlak onder het oppervlak liggen moest, daar
zou je dwars doorheen willen breken –

voorzichtig de trap afdalend hoorde je de altijd krakende trede
duidelijk zeggen dat je nergens naartoe mocht
maar onmiddellijk voelde je hoe uit de straatstenen de kou optrok en de wind
omzichtig in de lagen dorre
bladeren van vorige herfsten groef

zodoende kwam die zichzelf uiteraard tegen
alsook het gemis en het overvloedige en wat eenieder
eens toevallig of moedwillig
overkomen was, het maakte amper enig verschil

waar eindeloze schimmeldraden onverdroten voorbije ogenblikken
met nooit werkelijke gebeurtenissen vervlochten 

Hans Tentije  
Nergens anders
De Harmonie
64 blz. € 17,90

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden