BoekrecensieLachen om Levie

Goedmoedig vermaak of regelrecht antisemitisme?

Ewoud Sanders beschrijft het succes van de negentiende-eeuwse verhalen over Levie Zadok.

Op Eerste Kerstdag 1854 kon men in Amsterdam voor tien cent een geinig drukwerkje kopen: ‘Belangrijke brief van een Amsterdamschen jood, vrijwilliger in het Fransche leger, voor Sebastopol, aan zijne moeder in de Batavierstraat te Amsterdam’. Een voormalig schoolmeester uit de Jordaan, Jan Schenkman (1806-1863), voerde daarin ene Levie Mozes Zadok op, een sjofele Joodse schoenpoetser en kermisartiest die zich met een dronken kop had laten ronselen voor het Franse leger en nu zeer tegen zijn zin de Russische havenstad Sebas­topol lag te belegeren. In acht kantjes beschrijft hij aan zijn ‘memmele’ (Jiddisch voor moeder) hoe hij daar probeert te over­leven terwijl de kogels hem om de oren ­vliegen.

‘Levie Zadok’ werd een rage: zijn brief was binnen een dag uitverkocht, op 27 december verscheen de tweede druk, twee ­dagen later alweer een derde. Dat smeekte ­natuurlijk om een vervolg: in ­totaal zouden er tussen 1854 en 1894 maar liefst 29 brieven van Levie Zadok en verwante figuren verschijnen, waarin hij wilde ­deserteren, doodging (maar niet heus), gedumpt werd door zijn verloofde, korporaal werd, in Moskou terechtkwam, enzovoorts. Die verhalen waren overigens lang niet allemaal van Jan Schenkman: ook andere (vaak anonieme) auteurs pikten graag zo veel mogelijk graantjes mee.

‘Lijpie Smoel’ en ‘Vogeltje Voddemand’

Vanwaar dit succes? Was het de aanklacht tegen de bloedige Krimoorlog? Schenkmans vlotte pen? Zou kunnen. Maar de voornaamste verklaring zit, stelt Ewoud Sanders, toch in de lol die het negentiende-eeuwse lezerspubliek kennelijk had aan het bespotten van wat voor typisch Joods doorging: arm, vuil, sjacherend. Laf ook, dus een lachertje als frontsoldaat. Behept met koddige namen (‘Lijpie Smoel’, ‘Vogeltje Voddemand’) en een plat Jiddisch accent (‘Hamsterdam aan de Hamstel’, ‘sjchiete’ voor ‘schieten’), vol hilarische verhaspelingen (‘zurezijn’ voor ‘chirurgijn’, ‘koeiezak’ voor ‘kozak’).

Talloze gezellige avonden, bruiloften en partijen zijn indertijd opgevrolijkt met een luimige Zadok-sketch, waarbij de voordrager voor een extra olijk effect liefst ook nog een grote kromme neus opdeed.

Miespelende bultenaar met gluipende oogjes

Flauw maar goedmoedig vermaak? Of regelrecht antisemitisme? Zover wil Sanders niet gaan, althans niet als het over Jan Schenkman gaat. Die nam het in 1858 immers (in het nep-Jiddisch) ondubbelzinnig op tegen paus Pius IX, toen die een zesjarig Joods jongetje uit Bologna wreed bij zijn ouders had laten weghalen om het katholiek te laten opvoeden. Ook kan Sanders als taalhistoricus (hij heeft de wekelijkse taalrubriek ‘Woordhoek’ in de NRC) wel waardering opbrengen voor hoe Schenkman en zijn navolgers speelden met het toen springlevende Jiddisch, al werd dat soms wel erg dik aangezet. Maar van het venijn waarmee de ‘guitige’ pater-jezuïet Van Meurs in 1868 Levie Zadok als beroepsbedrieger nieuw leven inblies, zal nu toch geen hond meer brood lusten: een miespelende bultenaar met gluipende oogjes, ‘scheel als duiveltjes in rood fluweel’…

Ach, zult u denken, dat was vroeger, we zijn nu door schade en schande gevoeliger geworden voor stereotypering en racisme, hoe lastig de relatie tussen humor en moraal soms ook is – googel er Tijdgeest van 3 oktober maar op na. Nu, dan heeft Sanders nog een verrassende uitsmijter voor u. Wist u bijvoorbeeld dat stoute kindertjes vroeger bang gemaakt werden met de zak van de ‘voddenjood’, die aan de deur kwam om oude kleren? En dat die rol van kinderschrik halverwege de negentiende eeuw overging naar Sinterklaas’ zwarte knecht, die in 1850 was uitgevonden door nota bene Jan Schenkman? O ironie. O schrijnende ironie.

Ewoud Sanders
Lachen om Levie. Komisch bedoeld antisemitisme (1830-1930)
Walburgpers; 120 blz. € 15,-

Lees ook:

Uitgever overstag: geen kinderboek met jodenbekering meer

Uitgeverij Den Hertog gaat het christelijke kinderboek ‘De zoektocht naar Lea Rachel’, een verhaal over ‘jodenbekering’, toch niet herdrukken. In het boek spugen joden op de grond als ze over christenen praten, heeft een personage met zwart haar en een gebogen neus ‘een echt Joods uiterlijk’ en spelen kinderen ‘gojimpakkertje’ (christenpesten). 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden