BoekrecensieDe koning

Gangsters in Warschau

Meeslepende roman over de machocultuur in de vooroorlogse Poolse onderwereld

Moisje Bernstein is in de zomer van 1937 zeventien jaar oud als de Warschause bokser en gangster Jakub Shapiro zijn ouderlijke woning binnenstormt, vader aan zijn lange baard naar buiten sleurt, hem in de kofferbak van zijn Buick gooit, en er met onbekende bestemming vandoor gaat. Op die dag laat Moisje zijn zeven baardharen afscheren en trekt zijn lange kleren uit. Weg met dat kwetsbare, magere Joodje uit de verpauperde Nalewkistraat, de arme zoon van een niemand. Hij, Moisje Bernstein, besluit te worden als Jakub Shapiro, die ‘lange, knappe Jood met de brede schouders en machtige rug van een Makkabese bokser’ die maar één droom heeft: de koning worden van de Warschause onderwereld.

Jakub Shapiro, dat is de man waar het allemaal om draait in deze roman van de in Nederland nog onbekende auteur Szczepan Twardoch (1979, Zernica). Het werk van Twardoch, die in 2005 debuteerde met een verhalenbundel, werd bekroond met vele literaire prijzen. ‘De koning’ werd een besteller in Polen en wordt bewerkt tot een tv-serie. Belangrijke thema’s van de in Silezië geboren Twardoch zijn identiteit en nationaliteit. Ook de hoofdpersonen in ‘De koning’ moeten zich tot hun identiteit verhouden, hetgeen alleen al blijkt uit het feit dat Twardoch ze in twee Warschaus – een Pools en een Joods – laat handelen.

Nadat Shapiro Moisje’s vader vermoord heeft neemt hij de jongen onder zijn hoede alsof het zijn bloedeigen zoon is. En zo wordt Moisje, inmiddels in penozestijl gekapt en gekleed, getuige van het machtsspel dat zich ontvouwt in de Warschause onderwereld. Een wereld waarin zijn nieuwe vrienden, rijdend in bolides waar zijn vader 23 jaar voor zou moeten werken, leven van beroving en afpersing; waar geweld nog meer geweld oproept; en waar de enige rustige momenten zich lijken af te spelen tijdens met wodka overgoten gesprekken in het bordeel waar ene Ryfka de scepter zwaait.

Oorlog in de onderwereld

Tegen de achtergrond van het opkomend nationaal-socialisme en antisemitisme wordt het steeds duidelijker dat de gangsters in twee Warschaus opereren: de Poolse stad met de ‘geasfalteerde, verlichte straten, schone stoepen en stijlvolle uithangborden die naar elegante gelegenheden leidden’ en de bemodderde, straatarme Joodse wijk met de Krochmalnastraat en de Zelaz­na­straat, het Wilde Westen waar je ’s nachts maar beter niet over straat kunt gaan. In die twee Warschaus wordt het gewelddadige handelen van Shapiro en zijn maten steeds politieker. Zo grijpen de vechtersvrienden hardhandig in als Moryc, Jakubs studieuze broer, in de collegezaal gedwongen wordt om in de ‘gettobankjes’ plaats te nemen. Maar daar zal het niet bij blijven. Als godfather Jan ‘Peet’ Kaplica, vriend van Shapiro, wordt opgepakt omdat hij een politieke moord zou hebben gepleegd, breekt er in de onderwereld een regelrechte oorlog uit.

Moisje Bernstein, inmiddels een oude man, schrijft het allemaal op, vanuit zijn appartement in Tel Aviv uitkijkend over zijn straat. Hij diept de ene na de andere scène uit zijn geheugen op, inclusief de wervelende dialogen en de bloederige details van afrekeningen waar hij in zijn jonge jaren getuige van is geweest. Door ingenieuze sprongen van heden naar verleden kan Moisje in één alinea zowel getuige zijn van een vechtpartij in het vooroorlogse Warschau als de bejaarde schrijver die in het Israël van de jaren zestig op zijn typemachine zit te rammelen. Maar het ongewone van dit boek zit ’m ook in de mengeling van fantasie met historische details, de prachtige stijl, en de absurdistische beschrijvingen. Wat heeft Moisje verzonnen, en wat is waar? Wie is die Jakub Shapiro eigenlijk, en als we dat weten, wie is dan Moisje Bernstein?

Wat deze bijzonder meeslepende roman in een ander licht zet, is dat we weten wat er enkele jaren later zal gebeuren in dezelfde Warschause straten. Dat plaatst ook het buitensporige geweld in het boek in een andere context. Dat geweld toont niet alleen de zwakte van stereotype macho’s die hun gelijk niet op een andere manier kunnen halen. Door de hardhandige afrekeningen, de mesalliances, en de drankovergoten gesprekken laten Shapiro en zijn maten zien dat ze de regie over hun leven in handen hebben. Is dat een voorafspiegeling van de tijden die nog komen gaan? Of wacht ook hun het lot dat we zelf helaas wel kunnen invullen? En waarom laat Moisje, onze verteller, daar niets over los? Of gaan we daarover lezen in het vervolg op ‘De koning’, (‘Het Koninkrijk’) dat inmiddels in Polen is verschenen en dat Charlotte Pothuizen maar snel net zo prachtig moet vertalen?

OordeelMeeslepend, fantasierijk; en een prachtige stijl.

Szczepan Twardoch
De koning
Vert. C. Pothuizen Nieuw Amsterdam; 335 blz.; € 21,99 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden