RecensieBiografie

Franz Joseph Gall voerde een show op met de hersenen

Flamboyante arts Franz Joseph Gall (1758-1828) was grondlegger van de dubieuze frenologie, maar ook van de neurowetenschappen.

Er moet onrustig op stoelen zijn geschoven, nerveus gekucht, gefrunnikt aan het een of ander. Het was kortom een ongemakkelijke situatie, daar in het logement aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal. Er waren die voorjaarsdag in 1806 zo’n honderd mannen en vrouwen samengekomen om te luisteren naar de beroemde Oostenrijkse arts en geleerde Franz Joseph Gall.

“Toen ik mijn hand onder haar achterhoofd schoof, voelde ik een flinke uitpuiling in de nek die gloeide van de hitte. Ik had letterlijk het gebied waar de geslachtsdrift in de hersenen is gelokaliseerd in mijn handen.” Gall doceerde over een nymfomane die hij eens had onderzocht. De aangetroffen uitstulping wees op sterk ontwikkelde erotische driften. De zaal zal hebben terugverlangd naar de pruikentijd, want natuurlijk bestudeerden alle toehoorders onmiddellijk de bovenkamer van de man of vrouw die voor hen zat.

Wie was die Gall? Voor een negentiende-eeuwer was dat geen vraag. De medicus uit Wenen was zo’n beetje de bekendste Europeaan van zijn tijd. Dat schrijft neuropsycholoog Theo Mulder in ‘De hersenverzamelaar. Het veel­bewogen leven van Franz Joseph Gall (1758-1828)’.

Bobbelig is moedig 

Gall was ervan overtuigd dat je aan de vorm van de schedel persoonskenmerken kon aflezen. Had je achter de oren een bobbel dan was je een moedig mens. Hoge, naar voren hellende voorhoofden waren een teken van een briljante geest. Welvingen boven de ogen vormden het bewijs voor een voortreffelijk ruimtelijk inzicht. Omgekeerd gold dat indeukingen of holten op een gebrek konden duiden.

Volgens Gall werkte het precies als met de spieren. Sterke biceps zijn groot. Beter ontwikkelde hersengebieden zijn dat eveneens en hebben daardoor ruimte nodig in de hersenpan, zodat een knobbel ontstaat – wiskundeknobbel, talenknobbel: we hebben de woorden te danken aan Gall.

Dat zijn leer onzin was, daar wezen sceptische vakgenoten al op. Maar bij het grote publiek was hij ongekend populair vanwege zijn lezingen. Langs een kleine vijftig West-­Europese steden maakte de zelfingenomen Gall een lucratieve tournee. Hij was een performer, een showman. Zijn charismatische voordrachten waren theater. Flakkerende kaarsen in halfduistere ruimtes, een verzameling schedels met bulten en inkepingen, de in het zwart geklede arts die oreerde terwijl zijn assistent wroet­te in het grijze, rimpe­li­ge cerebrum: het had iets betoverends.

‘Bevalt mijn voorhoofd u niet?’

Mulder schotelt geestige anekdotes voor. Zijn prettige schrijfstijl verdoezelt soms dat de auteur zich herhaalt. Op toegankelijke wijze loodst hij de lezer door een eeuw wetenschapsgeschiedenis. ‘De hersenverzamelaar’ is meer dan een levensschets van een flam­boyante geneesheer. Nog maar halverwege het boek komt Gall aan zijn einde en richt Mulder zich op diens nalatenschap.

Daar ging het mis. Zijn erfgenamen, frenologen geheten, waren charlatans. Gall was over­tuigd van zijn schedelleer, maar zijn opvolgers bedotten goedgelovigen op jaarmarkten en kermissen. Op de arbeidsmarkt, in de rechtszaal, bij het kiezen van een partner, op vrijwel elk terrein drukte de frenologie gedurende de lange negentiende eeuw haar stempel.

Sporen daarvan zien we terug in de kunsten. Kijk maar eens naar de zelfportretten van Caspar David Friedrich – koppen die exact voldeden aan het frenologische ideaalbeeld. Of lees Jane Eyre – “Bevalt mijn voorhoofd u niet?” Allemaal tamelijk onschuldig, totdat frenologen de raciale kaart trokken. Getuige hun ingedrukte tronies waren de Kalmukken en de Papoea’s van nature rovers.

Theo MulderBeeld Steef Meyknecht

Doordat Gall als de vader van de frenologie werd gezien, is hij nu vergeten. Ten onrechte, vindt Mulder, want met de stelling dat specifieke eigenschappen in specifieke delen van de bovenkamer te vinden waren, was Gall ook de grondlegger van de neurowetenschappen. Bovendien was hij de beste anatoom van zijn tijd. Voorheen sneed men het brein in plakjes, maar Gall wist dat je het cerebrale systeem niet kon doorgronden door het als een rollade aan stukken te rijten. Subtiel prepareerde hij hersendelen vrij.

Precies zoals Gall had gewild, werd na zijn dood z’n hoofd van de romp gescheiden, waarna een gezelschap geleerden aan de slag ging. Wat volgde schokte alle aanwezigen: de buitenkant van de schedel leek in niets op de structuur van de hersenen. Mulder: “Gall had zonder het te weten het ongelijk van zijn theorie levenslang bij zich gedragen.”

Oordeel: Luisterrijke levensschets; geestige anekdotes, prettige schrijfstijl.

Theo Mulder
De hersenverzamelaar. Het veelbewogen leven van Franz Joseph Gall (1758-1828)
Balans; 343 blz.€ 32,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden