null Beeld
Beeld

RecensieBoek

Elke seconde telt in Lize Spits roman, die elf minuten beslaat

Geraffineerd en meedogenloos confronteert Lize Spit de lezer met sluipend wantrouwen.

‘Nog elf minuten, winkel’ is de ‘titel’ van het het eerste hoofdstuk van de nieuwe roman van Lize Spit, die in 2016 zo spectaculair en succesvol debuteerde met het vuistdikke Het smelt, een prachtige roman waarvan me vooral nog de sprankelende taal bijstaat, de vuige vernederingen die de jonge vrouw als jong meisje heeft moeten doorstaan, en dat enorme blok ijs natuurlijk, dat ze in haar ­auto heeft geladen, waarmee ze terugkeert naar haar geboortedorp. Die rit zette het verhaal op scherp.

In Ik ben er niet (opnieuw een flinke pil) hanteert Spit dezelfde techniek. Maar gingen we in Spits debuut vooruit in de tijd – wat gaat ze doen met dat ijs en waarom? – in Ik ben er niet gaan we terug: wat is er ­gebeurd? Die elf minuten is de tijd die Leo nodig heeft om van die winkel naar huis te fietsen waar zich, naar ze vreest, iets gruwelijks heeft voorgedaan of zou kunnen voordoen wat ze, als ze maar op tijd is, misschien nog kan voorkomen.

Lola rennt

Ik moest denken aan ‘Lola rennt’. Twintig minuten heeft Lola, om 100.000 mark te ritselen en haar vriend uit de klauwen van de maffia te redden; elf minuten heeft Leo om haar vriend Simon van iets gruwelijks te weerhouden – was het film, dan zagen we in beeld de secondes wegtikken. Spit was tien toen Tom Tykwers film uitkwam, maar ­allicht heeft ze hem gezien. Ze is, net als haar hoofdpersonage Leo, opgeleid als scenarioschrijver en dat doet zich niet alleen voelen, er wordt ook nadrukkelijk aan gerefereerd.

Geef kijkers wat kennisvoorsprong op het personage met wie ze moeten meeleven en ze zullen op het puntje van hun stoel zitten, leerde Leo op de filmschool. Spit draait het om, Leo weet meer dan wij, maar het resultaat is hetzelfde: we zitten op het puntje van onze stoel en stevenen in volle – nee, in vertraagde, literaire vaart – op de ontknoping af. Dat heeft alles te maken met de manier waarop Spit, of haar vertelstem Leo, ­informatie over Simon en hun verhouding doseert.

De fietspassages worden afgewisseld met ook door tijdsbepalingen aangeduide hoofdstukken, waarin de geschiedenis van hun liefde uit de doeken wordt gedaan. Tien jaar terug raakten Leo en Simon met elkaar verstrengeld in een gedeeld lot: ze hadden allebei hun moeder verloren. Een gevlochten touw ‘kan een schip aan de kade houden’, zo weet Leo, maar als de strengen uiteenrafelen, zijn ze beide ‘met een paar kleine rukjes te breken’.

Ontspoord brein

Dat ontrafelen begint met de zwangerschap van Leo’s vriendin Lotte en de tatoeage die Simon daarop achter een van zijn oren (gecorrigeerde flaporen, hij werd ermee gepest) laat zetten. Ook al moeten er voordien ‘al ­ontelbare kleine barstjes geweest zijn’, in de dagen, weken en maanden die volgen, zal ­Simons brein ontsporen.

 Lize Spit Beeld
Lize SpitBeeld

Minutieus en trefzeker beschrijft Spit het leven ván en mét een man die ten prooi raakt aan een bipolaire stoornis. Van de eerste hyperactieve manische overmoed (Simons nieuwe bedrijf dat tattoos ontwerpt, gaat de wereld veroveren) tot de achterdocht (zijn vrienden proberen dat succes te dwarsbomen) en het complotdenken (ze gebruiken spionnen en camera’s om hun doel te bereiken), de onvermijdelijke psychose en de zombie die er van hem over is als hij daaruit ontwaakt ‘bleek als een uit de pan gespoeld sliertje pasta dat een nacht in de afwas­machine heeft doorgebracht’.

Stijf van paranoia

Op het dieptepunt van zijn gekte heeft zich in de badkamer een gruwel voltrokken. Met dat beeld voor ogen fietst Leo terug naar huis. We zijn negen maanden verder en Lottes kindje is geboren. Simon staat weer stijf van paranoia. Ook wij zijn achterdochtig, en terecht. We weten, net als Leo, waartoe ­Simon in staat is. De secondes tellen. Horrorscenario’s passeren de revue. Wat is er ­gebeurd, wat staat er te gebeuren, komt Leo op tijd? Het is de kracht, maar ook de zwakte van dit boek, of niet?

Ik moet bekennen dat ik me ergens halverwege begon af te vragen of dit opgejaagde scenario geen afbreuk deed aan de kalme en ontroerende beschrijving van Simons waanzin en de weerslag daarvan op Leo en op hun relatie. Wat zou er gebeurd zijn als Spit het bij dit verslag, dat zich laat lezen als een getuigenis – Spit is een groot observator – had gelaten? Het antwoord zit hem in de wijze waarop ze, tegen het einde, als de tijdslijnen en tempi samenkomen, focust op het centrale thema van haar roman: wantrouwen.

Een psychoticus die – hoe kan het ook anders – met argusogen wordt bekeken, ziet vroeg of laat zijn achterdocht bewezen. Spit had haar geraffineerde verteltechnieken ­nodig om ons meedogenloos met deze paradoxale en angstaanjagende self-fulfilling prophecy te confronteren.

Lize Spit
Ik ben er niet
Das Mag; 576 blz. € 25,99

null Beeld
Beeld

Lees ook:

‘Als je pech hebt, schrijft je kind een boek over je’

Voor de Vlaamse Lize Spit is schrijven een overlevingsstrategie. Haar boek ‘Het Smelt’ ging al ruim 100.000 keer over de toonbank. Zaterdag kan ze de Bronzen Uil voor het beste Nederlandstalige literaire debuut winnen.

Dat arme meisje blijft niets bespaard

De Vlaamse Lize Spit (1988) won in 2013 de verhalenwedstrijd ‘Write Now’ met ‘Ook olifanten moeten door’. Ze publiceert in literaire tijdschriften, treedt op en doceert scenarioschrijven. Ze schreef zelf het scenario van ‘Buikpijn’ (2009).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden