RecensieBoek

Eindelijk weer een goed boek van Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa

Mario Vargas Llosa was onlangs op een congres in Berlijn.Beeld Getty Images

Mario Vargas Llosa is op zijn best als hij schrijft over militairen en politieke intriganten.

Na een paar wat mindere boeken heeft de Peruaanse Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa eindelijk weer eens een goede roman geschreven, over een staatsgreep in Guatemala in de jaren vijftig. Dat Midden-Amerikaanse land, met toen 3 miljoen inwoners, beleefde van 1951 tot 1954 een korte democratische lente, die ­uiteindelijk vakkundig om zeep werd geholpen door het leger (8000 man sterk) en de Amerikaanse CIA. Met 8000 soldaten kon je in die tijd, en misschien nog steeds, een bevolking van 3 miljoen mensen best onder de duim houden.

De omvergeworpen regering werd met name door de Amerikanen geframed als communistisch. Ten onrechte. Het waren eerder sociaal-liberalen die wat wilden doen aan de enorme verschillen tussen arm en rijk. Ze wilden braakliggende landbouwgronden onteigenen en aan de arme Indiaanse plattelandsbevolking geven.

Llosa noemt het een sleutelmoment in de geschiedenis van Latijns-Amerika. De brute omverwerping van deze democratisch gekozen regering zou volgens hem op heel het continent geleid hebben tot een radicalisering van links: men geloofde niet meer in een democratische route naar betere sociale omstandigheden, en dus werd onder in ieder geval een deel van links het idee van een ­gewapende revolutie populair.

Militairen en politici

Bittere tijden ligt in het verlengde van de romans waarmee Llosa zijn schrijverschap ooit begon. In zijn debuutroman De stad en de honden ging het om de machtspelletjes tussen jongens die op een militair internaat zitten (want die bestaan in Peru). En in zijn derde roman, het magistrale Gesprek in de kathedraal, schilderde hij ook al de grimmige, van samenzweringen verzadigde atmosfeer van een militaire dictatuur.

Als geen ander kan Llosa in de hoofden van militairen en dictators kruipen. Hij lijkt te weten hoe ze denken, hoe ze zich gedragen. In Bittere tijden hanteert hij het beproefde procedé van verschillende verhaallijnen die zich eerst naast elkaar ontwikkelen en daarna steeds meer door elkaar heen gaan lopen. We volgen verschillende personages: politici, militairen, intriganten.

Complottheorieën

Llosa baseert zich voor een deel op wat er bekend is over die periode maar voegt daar moeiteloos enige fictie aan toe. Om een voorbeeld te geven van hoe dat werkt: de militair die na de staatsgreep aan de macht kwam, werd later vermoord. Wie daar ­precies achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Daar bestaan minstens vier complottheorieën over. Llosa heeft er eentje uitgekozen, misschien de meest waarschijnlijke, maar in ieder geval de meest dramatische. Die heeft hij stijlvol uitgewerkt.

Het is wat deze auteur altijd doet: hij maakt de werkelijkheid intenser, heftiger, vooral ook sfeervoller. Daarbij zoekt hij bewust de grenzen op van wat geloofwaardig is. Dankzij de juiste opbouw en stijl, en door vaart te houden in het verhaal, krijgt hij het meestal wel voor elkaar dat plotwendingen die op zichzelf niet erg geloofwaardig zijn toch geloofwaardig worden voor de ­lezer.

In het laatste hoofdstuk krijgen we ook even een kijkje in de keuken van het romanschrijven. Van een paar personages, die gebaseerd zijn op mensen die werkelijk bestaan hebben, laat Llosa terloops zien hoever de feiten reiken en waar de fantasie van de schrijver met het materiaal aan de haal ging.

Menselijke misdadigers

Het boek is spannend en onderhoudend. Zoals zo vaak zijn juist de slechteriken boeiende personages. De belangrijkste intrigant, de geheim agent Johnny Abbes García, is op zijn eigen manier volstrekt geniaal, en in zijn schaamteloosheid soms erg geestig. Ook de Dominicaanse dictator Rafael Trujillo, die een rol speelt in een van de complotten, blijkt gevoel voor humor te hebben. Dat maakt deze uiterst gewelddadige en misdadige mannen een beetje menselijk.

In het verleden heeft Llosa daar wel ­kritiek op gekregen: dat de militairen en ­dictators in zijn boeken soms zo menselijk zijn, zo geestig en soms zelfs aandoenlijk. Daarop antwoordt de schrijver steevast: dat klopt, ze zitten heel ingewikkeld in elkaar.

Dictators en hooggeplaatste militairen oefenen hun macht vaak uit met een pervers plezier. Ze spelen met hun slachtoffers. Maar ze moeten ook voortdurend op hun hoede zijn voor samenzweringen. Vaak worden ze zelf vroeg of laat uit de weg geruimd.

In Bittere tijden is die keten van geweld heel duidelijk. De man die de democratische president verjaagt, wordt drie jaar later vermoord door iemand die tien jaar later op zijn beurt ook vermoord wordt. Zo leuk is het dus ook weer niet om dictator, militair of intrigant te zijn.

Met Guatemala is het daarna nooit meer helemaal goed gekomen. Het land kwam in een burgeroorlog terecht, die een paar decennia duurde. Daarbij vielen zo’n 200.000 doden.

Mario Vargas Llosa
Bittere tijden
Vert. Eugenie Schoolderman en Arie van der Wal
Meulenhoff; 352 blz. € 23

Lees ook:

Vargas Llosa schenkt geboortestad bibliotheek

De Peruaanse schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur, Mario Vargas Llosa, schenkt ruim 30.000 boeken aan een cultureel centrum in zijn geboorteplaats Arequipa. Dat zei Vargas Llosa vandaag tijdens de viering van zijn76e verjaardag in Arequipa in Peru.

Romans scherp als messen

De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa, winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur, is een rasverteller. Als geen ander ontleedt hij de perverse mechanismen van geweld en ideologieën.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden