RecensieRoman

‘Een goede nachtrust’ van Peter Buurman: Eerst onstuimig, dan melig

Peter Buurman schrijft een fantasieroman over een nachtbrakende schrijver.

Een man wordt wakker maar weet nog niet wie hij is, ‘flarden van zijn dromen vervaagden terwijl hij ze probeerde te bekijken’. Als hij uit bed wil stappen merkt hij dat hij vast zit, ‘alsof hij met touwen aan zijn bed gebonden was’. Zo opent Peter Buurman (medemaker van satirisch online magazine De Speld en Boeken FM) zijn debuutroman. In ‘Een goede nachtrust’ volgen we vier nachtbrakers op hun roadtrip door de stad in een nacht die, omdat het wintertijd wordt, extra lang zal duren.

De man blijkt een schrijver te zijn die niet meer schrijft want ‘het gaat niet om de woorden, het gaat om het idee.’ Wat heeft hij er aan zijn ideeën op te schrijven? ‘Ik voel het toch al?’ Na dat inzicht besluit hij om elke handeling te staken: koffiezetten, ontbijten, douchen, scheren… Hij blijft in bed liggen, in die sluimertoestand tussen slapen en waken. “Daar wilde ik blijven, tussen die werelden in, waar mijn ideeën werkelijk vrij konden zijn. Dat kan niet op papier. Dat kan alleen in bed.” Zo zal hij later verklaren aan ‘De inbreker’ die hem van zijn bed licht door dat virtuele touw waarmee hij vast zit los te maken.

In ‘die prettige chaos van onsamenhangende beelden waarin alles nog alles kan zijn’ neemt Buurman , ons mee – óp papier uiteraard en mét woorden die zich onbekommerd aaneenrijgen tot een onstuimige roman. Een verhaal dat het eerder van de beelden en de ideeën moet hebben, dan van de taal. Een groot stylist is Buurman niet: omslachtig soms, slordig vaak – gruis dat zweeft, ‘apotheker’ waar ‘apotheek’ bedoeld wordt, een hondje klein genoeg om ‘over het hoofd te zien’; dat soort dingen – en de redactie heeft iets te vaak zitten slapen.

Beeld Willemieke Kars

Maar om de woorden zal het Buurman, net als zijn schrijverspersonage, wel niet te doen zijn. De drang om aan de (roman)conventie, en de werkelijkheid te ontsnappen lijkt groter dan de noodzaak te polijsten. Loskomen, daar draait het om in dit verhaal. Buurmans personages zitten stuk voor stuk vast in hun ‘rol’ en grijpen deze nacht aan – dit verhaal, deze droom – om uit te breken.

‘Om in slaap te vallen moet je eerst doen alsof’ 

In de eerste hoofdstukken deed de roman me aan een strip denken. Alsof Dick Matena nu al aan het tekenen was geslagen. De inbreker neemt de oude schrijver achterop zijn scooter mee de stad in. “Samen gleden ze door de mist, tot die optrok, verdween, en ze plotseling omringd werden door onbekende hoogbouw. Neonlichten langs de dakranden veranderden van kleur. In de nacht brandde slechts achter enkele ramen nog licht, hoog tegen de donkerblauwe lucht vormden ze figuren.” Met dit soort beelden trok Buurman me over de streep. Maar als we krijgen uitgelegd hoe de inbreker in zijn vak verzeild is geraakt – via een bedrijfje in ‘licenties’ voor mensen die zich bezighouden met ‘het uitwisselen van bezit’ – verlaat Buurman het hier en nu van de droom en stappen we in de realiteit. “Vroeger vond je nog wel­eens een smak geld bij mensen thuis”, zegt ene Koert die onze inbreker de kneepjes van het vak heeft geleerd. “Tegenwoordig is alles pin. Zijn wij de dupe van.” Dan wordt Buurmans beeldroman een studentikoze sketch, en maakt Matena plaats voor meligheid die aan mij niet was besteed.

In hun nachtelijke tocht komen ‘de man’ en ‘de inbreker’ in aanraking met Id, die een shoarmatent runt, waar hij naar de constante herhaling kijkt van een soap waarin ene Floor de hoofdrol speelt. De soapactrice lijdt aan slapeloosheid. Ze kan wel in slaap vallen, wat zoiets is als acteren – ‘om in slaap te vallen moet je eerst doen alsof’ – maar zodra ze écht in slaap is, ‘de slapende versie van zichzelf’, lukt het haar niet om in die rol te blijven. Overdag wil ze juist áf van haar rol, die van het personage Floor dat in een soap speelt over het maken van een soap en daarmee op wil houden… Het is dit oneindige Droste perspectief waaruit ze iedere nacht ontwaakt. Deze nacht doet ze een ultieme poging zich hieruit te bevrijden.

Rond die tijd, die extra lange klok van twee, komen de verhaallijnen van Id, Floor, en ‘de man’ en ‘de inbreker’ samen. We bevinden ons dan in de kieren van Buurmans kantelende universum, waarin shoarma-verkopers gaan zweven, inbrekers uitbrekers zijn, en schrijvers gevaarlijk heten omdat ze de wereld van hun vrijheid zouden beroven, want ‘mensen zijn vloeibaar’ en als je over ze schrijft komen ze ‘vast te zitten’. Dat is zo.

OordeelEerst onstuimig, dan melig. 

Peter Buurman
Een goede nachtrust 
Das Mag; 220 blz.; € 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden