Boekrecensie De man in de rode mantel

Een biografische zoektocht naar dr. Samuel Pozzi, topchirurg in de Belle Epoque

De Britse schrijver onderneemt een biografische zoektocht naar dr. Samuel Pozzi, topchirurg in de Belle Epoque.

De Parijse society-dokter Samuel Pozzi werd in 1881 geschilderd door John Singer Sargent. Titel: ‘Dr. Pozzi at home’. De dokter staat in de volle lengte afgebeeld, in een scharlaken mantel, voor luxe bordeauxrode gordijnen. Hij is knap, de mantel is ongetwijfeld kostbaar, maar wat het meest in het oog springt, zijn zijn handen: we zullen weten dat we kijken naar een topchirurg, een man die met vaardige vingers de medische wetenschap vooruithielp en nog tijd over had om in de Parijse salons alomtegenwoordig te zijn en furore te maken met zijn welbespraakte charme. Julian Barnes zag het schilderij een aantal jaren geleden, raakte gefascineerd en zag in deze dokter Pozzi de ideale figuur voor een boek over de Belle Époque.

Samuel Pozzi

Barnes in topvorm

In Nederland kennen we Barnes vooral als schrijver van fijnzinnige romans zoals ‘Alsof het voorbij is’ en ‘Het enige verhaal’. Dat hij met ‘De man in de rode mantel’ terugkeert naar vertrouwd terrein – dat van de narratieve non-fictie – zal minder bekend zijn. In het uiterst originele ‘Flauberts papegaai’ (1984) ging Barnes op zoek naar een opgezette papegaai, tegelijk was het een literaire zoektocht naar zijn held, hoe je een biografie schrijft en de man nabij komt zonder te verzanden in bloedeloos, braaf chronologisch en wetenschappelijk verantwoord proza met een woud aan voetnoten.

‘De man in de rode mantel’ is wederom een smakelijke biografische zoektocht zonder de pretentie bewijzen te leveren. Het is Barnes in topvorm: zigzaggend door een tijdperk, associërend, puzzelend, vragend, schijnbaar improviserend in een losse en toch samenhangende vorm. Een van de briljante vondsten daarbij is het afdrukken van oude sigarettenplaatjes van de firma Potin, portretten van célébrités contemporaines die men toen verzamelde. Barnes laat de hele parade aan ons voorbij trekken, de geaffecteerde dandy’s, flamboyante versierders, verkapte of juist openlijk homoseksuelen, verbit- terde schrijvers, getalenteerde dames en andere al dan niet adellijke beroemdheden.

Het is net alsof we ze zelf verzamelen voor ons album. Een van de opvallendste is de graaf van Montesquiou, schrijver, vriend van Pozzi, prototype van de dandy en door Marcel Proust ‘professor van de schoonheid’ genoemd.

Snedige bon mot 

Deze graaf Montesquiou belichaamt de houding van de aristocratische kunstelites in het fin-de-siècle: estheten wilden ze zijn, in navolging van de Engelse opperdandy Oscar Wilde. Kunst draait om schoonheid, aldus de estheet, en schoonheid is het wapen tegen vulgariteit. De estheet sluit zich op in zijn eigen geparfumeerde wereld. Geld genoeg.

“Het is verleidelijk om dat alles te zien als divine decadence, darling, een laatste opleving van onmatigheid terwijl de eeuw op haar eind loopt. En zo kan een groot deel van die periode ook lijken, aangezien ze verscholen ligt achter de bergen van het modernisme.” Net als Montesquiou is Wilde het fin-de-siècle, zij verkiezen vorm boven inhoud, spel boven ernst en een snedig bon mot boven waarheid. De moderne tijd zal deze culturele snobs snel inhalen.

Het lijkt nu allemaal wat cerebraal misschien, maar in zijn boek heeft Barnes toch vooral oog voor de sappige details. Het leest bij vlagen als een heerlijk historisch roddelblad, affaires en seksuele escapades krijgen ruim baan, reputaties worden in de salon en boudoirs gemaakt en gebroken, en vooral de onderlinge ruzies van de heren die steevast tot een duel leiden zijn vermakelijk. Het duel – met degen of vuurwapen – was in deze maatschappij essentieel om de gemoederen te bedaren. Goed, vaak schoten de heren opzettelijk mis, of was een duel al beslecht met een snee in de hand, maar dat de absurditeit van die duels nog niet was doorgedrongen tot deze hoogintelligente estheten is toch op zijn minst opmerkelijk.

Net als in Amerika was men in Frankrijk in de 19de eeuw vrij om vuurwapens te dragen, met desastreuze gevolgen – en niet alleen in de nog alleszins redelijk gereguleerde duels. Dokter Pozzi kreeg heel wat kogelwonden na moordaanslagen te behandelen, waaronder die van een dokter genaamd Gilles de la Tourette, die onderzoek deed naar tics.

Man van de wetenschap

Die dokter Pozzi, we verliezen hem in het boek soms uit het oog. Toch begrijp ik waarom Pozzi voor Barnes de centrale persoon moest worden. Hij is een stabiele figuur die dankzij zijn beroep en discrete houding boven het gekrakeel van de estheten staat. Hij lijkt ook moderner en daardoor dichter bij ons te staan. Goed, hij stond óók bekend als ‘dokter Liefde’, de knappe gynaecoloog die het aanlegde met patiëntes, en hij had een lange en ambivalente relatie met actrice Sarah Bernhardt, die hem zelfs ‘dokter God’ noemde.

Maar als hardwerkende chirurg en man van de wetenschap dwingt hij toch meer bewondering af dan alle dartelende dandy’s bij elkaar. De medische passages in het boek behoren ook tot de beste, we leren hoe de chirurgie grote stappen voorwaarts zet, door betere hygiëne en meer precisie, en bij iedere stap is Pozzi aanwezig. In de Eerste Wereldoorlog behandelt hij nog oorlogsslachtoffers. Wrang is dat Pozzi uiteindelijk zelf overleed aan een schotwond. Hij werd neergeschoten door een ex-patiënt die niet tevreden was over zijn behandeling.

‘De man in de rode mantel’ is haast niet samen te vatten, omdat het geen lineaire vertelling is maar een bomvolle landkaart waarop we steeds in- en uitzoomen. De vaste hand van Barnes is daarbij onmisbaar, na lezing heb je het gevoel een coherent tijdsbeeld te hebben gekregen, en niet een brij van anekdotes.

Wel merk je steeds dat Barnes tegen de grenzen aanloopt van zijn losse, dichterlijke aanpak, de grenzen van wat je je in non-fictie kan veroorloven. Hij gebruikt het zinnetje ‘weten kunnen we het niet’ als hij een mogelijke gebeurtenis zelf gaat invullen, en dat doet hij iets te vaak. Het onvermeld laten van bronnen was in ‘Flauberts papegaai’ een kracht (je zag de biograaf wanhopig ronddwalen), maar in dit boek is het behalve een kracht ook een zwakte. En waarom dat naschrift waarin hij zich afzet tegen ‘het ondoordachte, masochistische vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie?’

Je kunt Trump of Brexit er wel weer bij halen (en velen zullen het graag doen), maar de Belle Époque noch de huidige tijd wordt er helderder van. Alleen Pozzi zelf, die chauvinisme ‘een vorm van onwetendheid’ noemde, is een baken. Maar dat – plus het feit dat Frankrijk en Engeland voor altijd verknoopt zijn – kunnen we zelf ook wel concluderen na lezing van dit rijke caleidoscopische boek.  

Oordeel: Rijk caleidoscopisch tijdsbeeld, leest als een heerlijk historisch roddelblad

Julian Barnes
De man in de rode mantel
Vert. Ronald Vlek. 
Atlas Contact; 384 blz. € 24,99

Lees ook: 

Een enorm doeltreffende en mooie droevige liefdesgeschiedenis 

Julian Barnes bevraagt het verhaal van een grote liefde: Is dit het enige verhaal? Of zijn er betere, slechtere versies?

Lees ook: 

Troosten door juist wel over de doden te praten

Julian Barnes verloor zijn vrouw Pat Kavanagh in 2008. Hij was toen 62, zij 68.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden