null Beeld

FilmrecensieThe Real Charlie Chaplin

Documentaire ‘The Real Charlie Chaplin’ legt mooi uit waarom Chaplin zo razend populair werd

The Real Charlie Chaplin
Regie: Peter Middleton, James Spinney
★★★★

Remke de Lange

Bolhoed. Stok. Wijde broek en grote schoenen. Snorretje. Charlie Chaplin! Nou nee. Het iconische personage dat je meteen voor je ziet, werd door Chaplin keer op keer gespeeld. Maar wie was Chaplin zelf nu eigenlijk?

De documentaire The Real Charlie Chaplin geeft niet zozeer een antwoord op die vraag, maar onderzoekt waar acteur en personage elkaar overlappen. Acteur is trouwens een bescheiden omschrijving: Charles Spencer Chaplin (1889-1977) was veel meer. Deels ouderloos opgegroeid in verpauperd Zuid-Londen, kwam hij als pantomimespeler met een variétégezelschap in de Verenigde Staten terecht. In 1914 rolde hij bij toeval de wereld van het piepjonge Hollywood binnen. Getraind als acrobatische performer had hij geleerd te vallen, van trappen te rollen, klappen te geven én te ontvangen – alles met komisch effect.

Deze vaardigheden kwam uitstekend van pas in de vroege films die het, zonder direct geluid, uitsluitend van beeld moesten hebben: korte slapstick-komedies waren razend populair in de nickelodeons, de buurtbioscoopjes die overal opdoken.

Zodra Chaplin de outfit had gevonden die zijn handelsmerk zou worden, ging het hard. De ‘little tramp’, de kleine zwerver, werd een internationaal fenomeen. En Chaplin werd de eerste geadoreerde filmster die overal mensenmassa’s op de been bracht. Media spraken van ‘chaplinitis’.

null Beeld

Deze documentaire, met een pracht van een kalme voice-over van Pearl Mackie, mooi (audio)archiefmateriaal en slimme visuele reconstructies, legt mooi uit hoe dat valt te verklaren. De morsig geklede vagebond is niet alleen grappig. Hij is een warmbloedige outcast die zich weinig aantrekt van hiërarchie en sociale klasse: agenten en deftige mensen zet hij voortdurend op hun nummer. Hij is thuisloos, stateloos en non-verbaal, een welkome ‘neutrale’ figuur ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, een dankbare, bedeesde held voor alle immigranten die zojuist aan de onderkant van de maatschappelijke ladder in het beloofde land Amerika waren gearriveerd. De tramp maakte van Chaplin een rijk man. Met zijn fortuin bouwde hij een studio waar hij films maakte naar eigen inzicht. Productie, regie, scenario, muziek en acteren: het liefst deed hij alles zelf.

Welke verhalen hij vertelde? Daar wordt het interessant. Uiteraard staat The Real Charlie Chaplin stil bij Chaplins onaangename kanten, als rusteloze, kille echtgenoot van tienerbruiden en als afstandelijke vader. Maar bovenal laat de documentaire zien hoe de filmmaker met zijn terugkerende personage steeds maatschappelijke, geëngageerde vertellingen creëerde. Door consequent het perspectief te kiezen van de kleine man aan de rand van de samenleving gaf hij, steeds explicieter, commentaar op kapitalisme en politiek verderf. Visueel een van zijn sterkste momenten is de fabrieksarbeider in Modern Times (1936) die vermangeld raakt in de voortrazende tandwielen van de moderne economie. Zijn uitspraken werden Chaplin professioneel fataal toen hem begin jaren vijftig het etiket ‘communist’ werd opgeplakt.

Met zijn helder aaneengeregen fragmenten laat de film overtuigend zien dat Chaplin nooit is losgekomen van de armoede en kwetsbaarheid uit zijn jeugd. Wie was Charlie Chaplin? In de tramp lijkt toch een groot deel van het antwoord te schuilen.

Vier gouden momenten uit het oeuvre van Charlie Chaplin

In de klassieker The Kid (1921) ontfermt de vagebond zich over een vondeling die uitgroeit tot een dot van een kleuter. Samen hebben ze het goed. Totdat de autoriteiten aankloppen op hun armzalige zoldertje. Hardhandig wordt de kleine meegenomen. Dan volgt een grandioze achtervolging: de tramp gaat door ruiten en ramen, over trappen en daken, als een tijger buitelt hij zich een weg terug naar het onthutste kind. Een aangrijpende scène, des te emotioneler als je bedenkt hoezeer Chaplin zichzelf in het jochie zal hebben herkend.

Een van de leukste films in zijn filmografie is de ambitieus opgezette The Gold Rush (1925), over 19de-eeuwse gelukszoekers in Californië. Fijntjes prikt de filmer de romantische mythe van de trek naar het Westen door: de armoede is zo bijtend dat de tramp op een gegeven moment een van zijn schoenen kookt om tenminste íets te eten te hebben. Zie hoe hij het curieuze gerecht in alle ernst serveert: subliem geacteerd.

531 draaidagen en meerdere hoofdrolspelers versleet Chaplin om een cruciale scène in de tearjerker City Lights (1931) te maken. Een blinde bloemenverkoopster ziet de tramp aan voor een rijke man. Hoe ontstaat de verwarring? Na maanden piekeren valt het kwartje bij de filmmaker: het meisje hoort hem het portier dichtslaan van een auto, luxegoed bij uitstek. Een simpel geluidseffect. En dat in een geluidloze film.

Van geluid moest Chaplin lange tijd niets hebben. Toen maakte hij The Great Dictator (1940), een satire op de opkomst van Hitler. De tramp, nu een Joodse winkelier, wordt verward met een politiek leider en wordt prompt een podium opgeschoven voor een speech tegenover een aanbiddende massa. Hij spreekt. En gebruikt woorden waar dictators niet om bekend staan: tolerantie, vrijheid, vrede, ruimte voor iedereen. De toespraak maakte indruk op Amerikaanse politici als Franklin D. Roosevelt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden