Uit de kast

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen

Over quarantaineliteratuur weten we wel genoeg, nu willen we iets anders lezen. Maaike Meijer, in het lezen neigend naar ernst, tipt drie grote romans  Dit wordt ons niet ontnomen: lezen en ademloos het blad omslaan, ver van de dagelijksheid vandaan.

Regels uit het gedicht ‘Onvervreemdbaar’ van Ida Gerhardt, die uitdrukken hoe ik deze tijd ervaar. Ik schrijf, tuinier, lees en kook met mijn geliefde in ons boshuis nabij de IJssel. Genoeg omhanden: de voorjaarsschoonmaak is voor Pasen gedaan, en als het warm genoeg wordt volgt er straks een eigenhandig uitgevoerde buitenschilderbeurt. Het is heerlijk stil, want ook de nabij­gelegen skelterbaan mag nu (hoera) niet open. In ons vermaak wordt voorzien door de twee eekhoorns die hun ochtendlijk ballet door de boomtoppen uitvoeren.

In het lezen neig ik tot ernst. Zo herlas ik van Marlene van Niekerk ‘Agaat’, een roman over het gehandicapte en zwaar ondervoede zwarte meisje Agaat, die als kleuter rond 1950 wordt opgenomen in het gezin van haar witte meesteres Milla. Alles speelt zich af op de oude boerderij ‘Grootmoedersdrif’. Agaat toont de schoonheid van het Zuid-Afrikaanse platteland, maar ook het onbarmhartige natuur­geweld. De perversie van de apartheid is een rode draad. Agaat is Milla’s pronkstuk, haar schepping en schrijnend genoeg ook haar bediende. Waar Agaat afhankelijk was van Milla raakt Milla op den duur geheel afhankelijk van Agaat, met wie ze alleen nog maar via oog­bewegingen kan praten. Tussen deze twee ontwikkelt zich een complex web van liefde en macht.

Toen ik ‘Agaat’ dertien jaar geleden las, sloeg ik de lyrische passages – odes aan het Zuid-Afrikaanse zinnelijke paradijs – soms over, uit honger naar de verdere verloop van het verhaal. Maar nu ik dat verloop ken geniet juist enorm van die lyrische intermezzi.

Daarnaast tip ik Jenny Erpenbeck, ‘Alle Tage Abend’ uit 2012, vertaald als ‘Een handvol sneeuw’. Een meisje komt ter wereld en sterft meteen bij de geboorte. Maar als dat nu niet was gebeurd, hoe had haar leven er dan uitgezien? Zo sterft het meisje, de vrouw, vijfmaal. Dit levert een beeldschone roman op waarin de grote tragedies van de twintigste eeuw zich spiegelen: pogroms tegen Joden, diepe armoede, migratie, twee oorlogen, de Russische en Oost-Duitse dictatuur en uiteindelijk valt de Muur, dat alles beleefd door deze vrouw en haar geliefden. Dieptreurig en prachtig geschreven.

En dat doet me weer denken aan dat indrukwekkende boek van Nino Haratischwili, ‘Het achtste leven’, gelukkig terug in de kast van uitgeleend. Het is de honderd jaar omspannende geschiedenis van Georgië, beginnend met de Russische revolutie en belicht vanuit de lotgevallen van een enkele familie. Telkens wordt gefocust op het leven van één persoon uit een generatie. Heel erg mooi en spannend. En ongelooflijk dat een zo jonge auteur (nog geen dertig) zo’n groot verhaal van Tolstoiaanse proporties kan vertellen.

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen. We gaan het wel redden, deze tijd. 

Maaike Meijer (1949) is neerlandica en literatuurwetenschapper, emeritus hoogleraar genderstudies, biograaf en publicist. Haar laatste boek is ‘Hemelse mevrouw Frederike. Biografie van F. Harmsen van Beek (1927-2009)’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden