BoekrecensieGeschiedenis

Dik Trom in de tropen

Het boekbedrijf hielp Nederlands-Indië onderdrukken én emanciperen  

Bij alle rijkdom en overvloed die Nederlands-Indië voor de Europese kolonialen had te bieden, was het sociaal en intellectueel vaak wel behelpen. Boeken konden uitkomst bieden. Die kwamen aanvankelijk allemaal van de andere kant van de wereld. Onderweg konden ze overboord slaan of aangetast worden door ongedierte of vocht. Met een boekbedrijf ter plaatse zou dat soort problemen grotendeels verleden tijd zijn. Voor slimme ondernemers viel er meer te halen, want behalve de veel lezende kolonialen en militairen ter plekke was er nog een poten­tiële markt, die van de miljoenen oorspronkelijke bewoners, al zou de alfabetiseringsgraad dan nog flink omhoog moeten.

In ‘Met een drukpers de ­oceaan over. Koloniale boek­cultuur in Nederlands-Indië, 1816-1920’ beschrijft Lisa Kuitert, hoogleraar boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, hoe in ruim een eeuw tijd productie, distributie en verkoop hun plek kregen in ‘de Oost’. En passant laat ze zien hoe het gedrukte woord werd ingezet voor onder­drukking van de Indonesiërs maar ook in sterke mate bijdroeg aan hun emancipatie en ontwakende onafhankelijkheids­ideaal.

De sector kwam met veel pionieren en ploeteren tot stand. Pas in 1875 kreeg Nederlands-Indië zijn eerste eigen inkt­fabriek, de eerste papierfabriek volgde in 1910. De zending die als eerste drukwerk begon te maken voor de autochtone bevolking zag zich geconfronteerd met honderden ver­schillende talen die ook nog eens verschillende dialecten ­kenden. Voordat er ook maar iets gedrukt kon worden, ­moesten er mensen komen die ze – schrijvend – machtig waren. En bij gebrek aan lettergieterijen in Nederlands-Indië diende dat soort bedrijven in Nederland te zorgen voor de losse letters waarmee destijds nog te vermenigvuldigen teksten werden geconstrueerd. De makers van die matrijzen begrepen vanzelfsprekend weinig van de oosterse tekens, waardoor er vaak iets misging. De afnemer stuurde ze dan terug, een garantie voor nog eens maanden en maanden wachten.

Het koloniaal bestuur begreep dat geïmporteerd Nederlands schoolmateriaal niet altijd voldeed voor de kinderen in de Oost, die zich bijvoorbeeld weinig konden voorstellen bij sneeuw of een schaap. Er lag ook een advies om Hieronymus van Alphens gedicht ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ aan te passen: ‘Keesje zag een zuurtak hangen, / Als een klappernoot zoo zwaar / Keesje keek met groot verlangen / En in ’t einde, greep ernaar.’ Maar het boekbedrijf negeerde in veel gevallen de cultuurverschillen en vertaalde vrolijk oer-Hollandse titels als ‘De brave hendrik’ en ‘Dik Trom’ in talen die in Indië werden gesproken.

Geen Nederlands, maar Maleis

Maleis werd de voertaal in het onderwijs, terwijl kinderen thuis vaak een andere lokale taal spraken. Ze allemaal Nederlands leren, wilde het bestuur niet. Rond die taal bleef een zweem van prestige hangen. Onbegrip betekende dat de Indonesiërs automatisch gepaste afstand hielden.

De gezaghebbende wetenschapper en islamdeskundige Christiaan Snouck Hourgonje doorzag de bedoelingen van de ethische politiek met haar aandacht voor volksontwikkeling en constateerde dat de ‘materieele inlijving’ van de kolonie nu werd gevolgd door ‘de geestelijke’. Hij onderschatte echter de kracht van het gedrukte woord. Met de gedrukte teksten kwam een wereld aan ideeën mee. Censuur en andere vormen van toezicht konden niet voorkomen dat het vrijheidsdenken wortelschoot.

Veel Nederlanders leefden met sterke vooroordelen en angsten. De boekensector dreef voor een belangrijk deel op Chinezen, maar over deze bevolkingsgroep werd vaak negatief gesproken als konkelaars in het geniep en parasieten. Daarnaast bestond een grote vrees voor toenemende macht van de politieke islam.

Kuitert werkte tien jaar lang aan ‘Met een drukpers de oceaan over’. Ze moest het doen met weinig en gebrekkig bronnenmateriaal. Met veel geduld heeft ze flarden geschiedenis verzameld en vervolgens de puzzel gelegd. Aan het resultaat valt af te lezen dat Kuitert hart heeft voor haar onderwerp. Ze presenteert ondanks alle belemmeringen bij een onderzoek een samenhangende en interessante geschiedenis, die een goede indruk geeft van ontstaan en groei van het Indische boekbedrijf, en brengt ook met goed gekozen anekdotes de sector van toen tot leven.

Oordeel: Coherente, interessante geschiedenis, goed gekozen anekdotes.

Lisa Kuitert
Met een drukpers de oceaan over. Koloniale boekcultuur in Nederlands-Indië, 1816-1920
Prometheus; 368 blz. € 29,99 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden