Boekrecensie

Désanne van Brederode schrijft oprecht en vol overgave over de onontkoombare liefde

Désanne van Brederode Beeld Martijn Gijsbertsen

Désanne van Brederode schrijft, in navolging van een van haar idolen Sylvia Plath, wat je zou kunnen noemen confessionele literatuur. Niet omdat ze zo gelovig is, wat ze zeker ook is, maar omdat ze confessies aan haar lezers doet. Sinds Rousseau zijn befaamde ‘Bekentenissen’ op schrift stelde is dat een heel eerbaar genre maar ik zie het toch niet veel schrijvers doen: zo diep in je eigen gemoed wroeten en peuteren en het resultaat daarvan aan je lezers voorleggen. Van Brederode deed het in haar eersteling ‘Ave Verum Corpus’ uit 1994, over haar christelijk geloof en haar liefdesleven, en ze doet het in ‘Wonderlamp’ nog steeds. ‘Roman’ staat er op het omslag, maar dan wel eentje vol autobiografische trekjes en ik krijg niet de indruk dat ze er veel bij verzonnen heeft.

Twee tegengestelde krachten bepalen haar proza, aan de ene kant haar wijsgerige inslag (ze is filosofe), aan de andere kant haar hartstocht voor het leven en de liefde. Wat dat laatste betreft krijg je direct in het begin al een indruk als ze schrijft “dat het woord liefde de vonk van de verbeeldingskracht zowel ferm oppookt als teder verandert in haar tegendeel: in overvloedig, overstromend bluswater dat de pijn kan doven in de ongeneeslijke schroeiplekken die de desillusie nu eenmaal achterlaat”.

Scheiding

Die desillusie is ongetwijfeld een toespeling op de scheiding die ze achter de rug heeft als ze met haar zoon naar Bethlehem vertrekt om daar tussen de Palestijnen te bivakkeren. Van Brederode wordt daarbij gedreven door intüitieve krachten die ze niettemin helder probeert te omschrijven en dat is ook direct de waarde van haar proza. Het glibbert op alle mogelijke manieren langs heikele emoties en gewaarwordingen, maar steeds last ze momenten van bezinning waarop ze haar gedachtegangen rationaliseert. Zo probeert ze complexe zaken als geloof, hoop en liefde handen en voeten te geven, door kritisch naar de aanwezigheid ervan in haar eigen ziel te kijken. Daarbij tracht ze zo oprecht mogelijk te zijn, ook jegens zichzelf, als ze bijvoorbeeld haar liefde voor de Syrische zaak benoemt: “Zoals ik er ook van ben overtuigd dat mijn meeleven met de situatie in Syrië, en het samenzijn met Syrische vrienden heel vaak weinig anders is dan een vlucht. In herinneringen die niet van mij zijn, in woede, verontwaardiging en onmacht waarvan ik de diepte nooit zal peilen, in een cultuur die ik exotischer maak dan ze is: het dweepzieke oriëntalisme waar Edward Saïd zo welbespraakt razend van kan worden.” Een biecht vol zelfinzicht: ik weet heus wel dat mijn overdreven empathie ook een vorm van vluchtgedrag en verdringing is. En zo praat ze over alles wat haar overkomt, de talloze verliefdheden en verliefdheidjes, haar hardnekkig vasthouden aan het christelijk geloof en aan de antroposofie, soms tegen beter weten in, haar dubbelzinnige houding tegenover de apostel Paulus, over wie ze een boek zou willen schrijven maar die nu het tweede deel van dit boek vult. En dat is dan toch fictie want ze beschrijft Paulus als haar huisgenoot met wie ze in gesprek is, zoals ze ook in een vijftal sprookjes haar eigen lot magisch en mythisch probeert te verbeelden.

Het lot bepaalt

Ik zeg niet dat dit briljant proza is, maar ik ken weinig schrijvers bij wie de eigen persoonlijkheid zo nadrukkelijk en gepassioneerd aanwezig is. De titel ‘Wonderlamp’ komt trouwens voort uit haar, ook al weer niet ondubbelzinnige vriendschap/liefde voor de Palestijnse winkelier Aladdin, die tegelijkertijd haar gids en aanbidder is, getrouwd en al.

Juist doordat ze ervoor kiest alle nuances van haar gevoelens te beschrijven proef je hoe dat soms zit met de liefde: “Dat er in een heel enkel geval al van een verbond, een verbintenis, van liefde sprake is wanneer twee mensen die zelf nog lang niet beseffen of onderkennen, en dat eraan toegeven of het gevoel onderdrukken dus ook niet aan de orde is: het lot bepaalt de liefde, er is geen keuze, er is niet de vraag of het een wensdroom is, en of een vervolg wel zin heeft.”

In zulke onontkoombare liefde gelooft Désanne van Brederode, voor de Syriërs en de Palestijnen, voor de mannen om haar heen, voor haar ex. Over dat soort liefdevolle overgave hoor je in de literatuur weinig. Van Brederodes boek gaat er voortdurend over, en daar kun je misschien cynisch of lacherig over doen, maar het is eigenlijk heel erg bijzonder.

Lees ook:

Désanne van Brederode: ‘Ik was als kind al jihadist’

Filosofie is er niet om je een goed gevoel te geven, vindt Désanne van Brederode. Wat betekent denken dat niet leidt tot daden? In haar nieuwe boek ‘Als stilte steekt’ pleit ze ervoor Syriërs actiever te steunen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden