null Beeld
Beeld

RecensieBoek

‘De tuinen van Buitenzorg’ toont dat de idylle in de Oost slechts voor enkelen bestond

Jan Brokken en Philip Dröge duiken via de lijn van hun moeder in de geschiedenis van Indië. 

Voorop De tuinen van Buitenzorg staat een foto van de moeder van auteur Jan Brokken te paard in de Toradja-landen (Zuid-Sulawesi). Het is de andere Olga, de vrouw die de in 1949 geboren auteur eigenlijk nooit heeft gekend. Met het schrijven van het boek probeert bij nader tot haar te komen.

Een stekelige vrucht siert het omslag van Philip Dröges Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis. Het is een verwijzing naar een van de bijnamen van dit steeds verder uitdijende Indonesische oord: de Grote Doerian. Zowel die vrucht als de stad verspreiden een weerzinwekkende stank. De auteur komt zelf met een andere suggestie: ‘De Reusachtige Spekkoek zou ook een goede naam zijn voor deze Indonesische metropool. De stad heeft ontelbare lagen, flinterdun en slechts van elkaar gescheiden door kokosvet en kruimelend beton.’

Beide boeken duiken via de lijn van de moeder in de Indische geschiedenis. Brokken houdt het klein en particulier. In het verleden bezocht hij Indonesië wel. Voor De tuinen van Buitenzorg keerde hij er niet terug. Zijn belangrijkste bron zijn brieven en foto’s van zijn moeder Olga, die hij van een tante kreeg met de mededeling: “Jij bent nog altijd op zoek naar je moeder. En jij hebt nog altijd niet ontdekt wie ze werkelijk was.”

Ze genoot van de overdaad aan indrukken 

Brokken heeft bij aanvang de vrouw van een dominee in een oer-Hollands dorp in zijn hoofd. Hij leert een veel vrijgevochtener, idealistischer mens kennen, dat in 1935 afreisde naar de Oost aan de zijde van haar kersverse echtgenoot, een theoloog die ter plekke onder meer onderzoek doet naar islamitische bekeringsbeweging. Olga genoot van de overdaad aan indrukken van een nieuwe wereld en van haar man. Ze leerde Makassaars en Boeginees, voerde interessante gesprekken met geleerden en probeerde via naailessen contact te leggen met de vrouwen van de eilanden zelf.

De idylle hield geen stand. Na een tijdje kwamen de financiële zorgen, eiste de hitte zijn tol en speelde de eenzaamheid op, als man Han voor weken op dienstreis was. Nog gruwelijker: ze overleed bijna in haar eerste kraambed, dochtertje Nora stierf kort na de geboorte. Ondertussen was een oorlog aanstaande. De ‘Jappen’ kwamen, ze ging het kamp in. Erger dan de straffen en vernederingen daar vond ze de stenenregen waarop de lokale bevolking haar met zichtbaar plezier op weg naar het kamp trakteerde: “Eerst zei ik tegen mezelf dat die stenen niet voor mij waren bestemd. Op den duur valt dat niet meer te ontkennen. Die stenen waren óók voor mij.”

Olga kwam uiteindelijk tot nieuwe inzichten: “Ik weet niet goed meer wat we hier doen. Het is het mooiste land ter wereld, ik zou hier altijd willen blijven, maar dan in gerechtigheid, en op basis van respect; en ik vrees dat dat niet meer mogelijk is.”

Haar zoon schrijft het met veel gevoel op. En Brokken zou Brokken niet zijn als een deel van zijn zoektocht niet loopt via muziek en weelderige tuinen, elementen die ook elders in zijn rijke, veelzijdige oeuvre een grote rol spelen.

Tot zijn verbazing is hij verre familie van Wieteke van Dort

Philip Dröge kiest in Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis meer voor het grote gebaar en de lange historische lijnen. Hij is deels Indisch, blijkt tot zijn verbazing verre familie van entertainster Wieteke van Dort, voetballer/coach Giovanni van Bronckhorst en de pioniers van de rock-’n-roll in Nederland, de Tielman Brothers. Het spoor van BN’ers interesseert hem niet. Het verleden van zijn minder bekende voorouders wel. Met hun wederwaardigheden vertelt hij veel over de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië en Batavia/Jakarta.

De eerste voorvader die aan bod komt, is de van oorsprong Engelse David de Solemne, die in 1631 van boord ging in Indië, er commandeur van de troepen van de VOC werd en de stad versterkte tegen aanvallen van buitenaf. Een andere voorvader, Carel Hartsinck, stapte als eerste Nederlander in de drankenhandel van Batavia. Het bedrijf streek – tamelijk respectloos – neer tegenover een islamitisch heiligdom.

Dröge, die eerder over Indië schreef in Tambora en Pelgrim, beschrijft Batavia als een multiculturele stad, waar de overheersers, de Indo’s, de Chinezen en de oorspronkelijke bevolking door elkaar heen krioelden maar ondertussen hun plaats moesten kennen. De decadentie en de pronk- en flaneercultuur stonden in schril contrast met de calvinistische mores in Nederland.

Dröges voorouders bewogen zich aan verschillende kanten van de streep. De ene, Andries Hartsinck, leefde zich uit met Aziatische vrouwen in zijn harem en verwierf mede dankzij corruptie een groot landgoed. Een ander, Pieter Maurisse, bond als jurist juist de strijd aan met de wetteloosheid en toonde interesse voor de plaatselijke cultuur.

De schrijver doet zijn best om hun verscheurde wereld tot leven te roepen

Van de vrouwen, velen van hen voorzagen Dröges voorgeslacht van de Aziatische genen, zijn minder sporen terug te vinden in de archieven. Toch doet de schrijver zijn best om hun verscheurde wereld tot leven te roepen. Waar de mannen, als ze het tropische klimaat trotseren, vaak leefden als god in Batavia, is het lot van de vrouwen vaak niet te benijden: van de bijvrouwen met hun derderangsstatus tot de vrouwen die fungeerden als troostmeisje voor de Japanse bezetters.

Dröge lardeert de geschiedenissen van zijn voorouders van moederskant met indrukken uit het huidige Jakarta. Het gaat niet om eigenlijk overbodige autobio­-elementen die je in andere persoonlijk getinte non-fictie weleens tegenkomt. De auteur toont zich oprecht geïnteresseerd in de Indonesiërs­­ van vandaag en leerde zelfs hun taal. Het levert een met veel raffinement gecomponeerd verhaal op met pareltjes van zinnen. “Als mijn maag met een paar seconden vertraging ook op de bovenste verdieping is aangekomen, loop ik naar het grote terras aan de oostkant”, schrijft hij over een bezoek aan een rooftopbar in het zakendistrict van Jakarta.

Bij de constatering dat hij zowel kolonialen als slaven onder zijn voorouders heeft, noteert hij droogjes: “Mocht het ooit tot herstelbetalingen voor de slavernij komen, dan kan ik het geld van mijn broekzak naar mijn vestzak overhevelen. Het toont aan hoe krankzinnig het is om het verleden te behandelen in de rechtszaal van de actualiteit.” Zo helpt de Grote Spekkoek Jakarta om de gelaagdheid van de geschiedenis nog eens scherp onder ogen te zien.

null Beeld

Jan Brokken
De tuinen van Buitenzorg
Atlas Contact; 224 blz. € 22,99

null Beeld

Philip Dröge
Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis
Unieboek/Het Spectrum; 448 blz. € 24,99

Lees ook:

David Van Reybrouck is verbijsterd over het gebrek aan historisch besef in Nederland

De Vlaamse auteur David Van Reybrouck sprak met honderden, meest hoogbejaarde Indonesiërs, Nederlanders en Japanners. ‘Ons’ koloniale verleden – nee: een belangrijke schakel in de wereldhistorie – meeslepend verteld door de laatsten die het beleefden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden