null Beeld Tjarko van der Pol
Beeld Tjarko van der Pol

BoekrecensieGeschiedenis

De slavenopstand van 1823 maakte de slavenmaatschappij tot in de kleinste details zichtbaar

Toen journalist Thomas Harding ontdekte dat zijn voorouders van de slavenhandel hadden geprofiteerd, besloot hij een boek te schrijven over het Britse slavernijverleden.

Annemarié van Niekerk

In juni 2020 werd in de Engelse havenstad Bristol onder gejuich van honderden demonstranten het standbeeld van Edward Colston (1636-1721) neergehaald en in het water gegooid. De reden: de man was slavenhandelaar én zat in het bestuur van de Royal African Company, een firma die tijdens zijn leven meer dan tachtigduizend mannen, vrouwen en kinderen van West-Afrika naar Amerika en het Caribisch gebied transporteerde. Ruim 20 procent overleefde de overtocht niet. Verdiende zo iemand een standbeeld?

In Groot-Brittannië brandde meteen hevige discussie los. Zo veroordeelde Boris Johnson de actie als een poging om de geschiedenis uit te wissen. ‘Als we standbeelden neerhalen, liegen we over ons verleden.’ Anderen, zoals historicus en filmmaker David Olusoga, waren het daarmee oneens: ‘Het omverwerpen van het standbeeld is geen aanval op de geschiedenis, het ís de geschiedenis.’

Tabakshandel

Het cancelen van Colston, onderdeel van de wereldwijde Black Lives Matter-protesten, liet bestsellerauteur Thomas Harding niet onberoerd. Hij had geen idee van de omvang van de Britse betrokkenheid bij de slavernijgeschiedenis.

Harding ging op onderzoek uit en werd met onthutsende feiten geconfronteerd: ‘Dat zo’n 2,8 miljoen gevangengenomen Afrikanen naar Brits-West-Indië waren getransporteerd op Britse boten, bestuurd door Britse zeelui, onder aanvoering van Britse kapiteins. Dat plantages in het Caribisch gebied, waar honderdduizenden tot slaaf gemaakten werkten en stierven, eigendom waren van Britse families en gerund werden door Britse beheerders en opzichters.’ Hoe was het mogelijk dat hij hier niet van wist? ‘Het leek wel een geval van collectief geheugenverlies.’

Harding zag zich niet alleen geconfronteerd met gruwelverhalen over het Britse aandeel in het slavernijverleden, maar kwam ook tot de ontdekking dat zijn moeders familie in de negentiende eeuw in de tabakshandel had gezeten en dat die tabak werd geleverd door slavenhouders.

Dat voelde des te onaangenamer omdat hij kort tevoren van de Duitse regering financiële compensatie had gekregen voor een huis dat de nazi’s hadden gestolen van zijn vaders Joodse familie. Sommige familieleden waren op tijd uit Berlijn gevlucht, maar andere kwamen om in de vernietigingskampen. Als hij herstelbetalingen kreeg voor het leed dat zijn familie in Duitsland was aangedaan, was hij dan ook niet verplicht om zich te verdiepen in het Britse deel van de slavernijgeschiedenis en de rol van zijn familie daarbij?

Tijdens zijn zoektocht kwam Harding uit bij een exemplarisch geval dat de Britse slavenmaatschappij tot in de kleinste details zichtbaar maakte. Het ging om de slavenopstand van 1823 in de Brits-Caribische kolonie Demerara, deel van het huidige Guyana. Het is een grondig gedocumenteerde, onthutsende geschiedenis, met speciale aandacht voor hoofdrolspelers als Jack Gladstone, een slaafgemaakte die leiding gaf aan de opstand; zendeling John Smith, die later bekend zou staan als de martelaar van Demerara; en John Gladstone, een grote Britse slavenhouder.

Harding reconstrueert de aanleiding voor de opstand, de uitvoering en de onderdrukking ervan, uitmondend in rechtszaken en executies. Hoofden van de gedode opstandelingen werden van de romp gesneden, op rietstengels gespiest en als waarschuwend voorbeeld neergezet bij de ingang van de plantages.

Rechtszaken en executies

Elk historisch hoofdstuk wisselt Harding af met een hoofdstuk waarin hij vertelt over zijn onderzoek en verslag doet van zijn gesprekken met experts, politici en afstammelingen van slaaf gemaakten én van slavenhouders. Voortdurend toont hij zich ervan bewust dat zijn identiteit van witte man van invloed is op zijn interpretatie van het bronnenmateriaal.

Het brede spectrum van feiten en opinies vervlecht hij met zijn eigen, opmerkelijk eerlijk verwoorde gewaarwordingen. Ze wisselen tussen onzekerheid, verdriet, twijfel, ergernis, schaamte, ongemak en woede. Zo ontstaat er geleidelijk aan een verhaal dat verleden en heden met elkaar verbindt, en dat duidelijk laat zien hoeveel maatschappelijke problemen van nu rechtstreeks verband houden met het slavernijverleden.

In dit urgente boek komt Harding tot de conclusie dat veel van de Black Lives Matter-grieven geworteld zijn in het kolonialisme en de slavernij. Volgens hem zou het kunnen helpen als de betrokken landen, instanties en families hun aandeel erkenden en aan een vorm van compensatie bijdroegen. Zelf wist Harding dertig familieleden te overtuigen om een financiële bijdrage te leveren waarmee een student van Caribische afkomst kan promoveren. ‘Het is aan ons allemaal, aan iedereen die van de slavernij heeft geprofiteerd, om zich hiervoor in te zetten. We moeten de witte schuld erkennen en hier verantwoordelijkheid voor nemen.’

null Beeld

Thomas Harding
Witte Schuld
White debt
Vert. Linda Broeder
Arbeiderspers; 336 blz. € 24,99

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden