Boekrecensie

De schrijfster, de Deense dog en hun dode vriend

Schrijfster Sigrid Nunez Beeld Marion Ettlinger

Sigrid Nunez vindt het grote publiek met haar roman over rouw, de band tussen mens en dier, en de literatuur.

Na het overlijden van een goede vriend neemt een schrijfster diens hond in huis. Ze woont hartje Manhattan, vijf hoog in een appartement van krap vijftig vierkante meter. “Wanneer doet u dat dier weg. Hij kan hier niet blijven”, is het eerste wat de huisbaas zegt. De hond is een negentig kilo zware Deense dog. Ha, denk je, vanaf hier schrijft de komedie zich vanzelf. Maar de roman ‘De vriend’ van Sigrid Nunez is helemaal geen komedie. Het is eigenlijk niet eens een roman, althans, op het eerste gezicht lijkt het eerder een verzameling losse memoires en gedachten. Maar ook dat is schijn, de vorm blijkt strak en dwingend en de lezer blijft hongerig aan de pagina’s hangen.

National book award

‘De vriend’ betekende voor Sigrid Nunez na ruim twintig jaar schrijverschap de doorbraak, dankzij het winnen van de National Book Award. Al langer werd Nunez bewonderd, voor­al door collega-schrijvers, maar na het winnen van deze grote prijs kwam de lof van alle kanten. Sigrid Nunez is een schrijver van de oude stempel als het gaat om haar levenswijze en taakopvatting. Ze is liever een onbekende outsider dan een publiek figuur. Ze houdt een zekere afstand tot het rumoer van het literaire leven, maakt lezers niet het hof op Facebook, ze heeft niet eens socialmedia-accounts. Het gaat haar om het schrijven, niet om het ‘de schrijver uithangen’. Haar uitgever hoopte dat een hond in de hoofdrol een keer voor wat hogere oplagecijfers zou zorgen, we leven immers in een tijd waarin honden en katten halfgoden zijn op internet. Tussen de miljoenen fans van honden- en kattenfilmpjes zouden toch wel een paar lezers zitten? Het werd een bestseller. En dat is voor een boek over schrijven, rouw en het wel en wee van een oversized hond best bijzonder te noemen.

De hond heet Apollo, een deftige naam die op een of andere manier komisch werkt voor het al wat oudere, krakkemikkige beest dat het liefst amechtig op het tapijt ligt terwijl zijn nieuwe bazin stukken uit een manuscript voorleest. Bij het uitlaten van de goeiige reus kijken alle voorbijgangers hen na. “Ze maken opmerkingen over de grootte van zijn drollen alsof ik er niet direct naast sta met een emmer en schepje.” Sommige passanten hebben met haar te doen, anderen vinden het zielig voor de hond. Dat de lezer ook allereerst met de hond sympathiseert, daar is ze zich bewust van. “Je hebt mensen die, als ze tot zover hebben gelezen, zich angstig afvragen: Er gebeurt toch niets ergs met de hond?” Ik schoot in de lach bij die zin, alsof ik betrapt was. Want ja, dat dacht ik inderdaad. De hond is onschuldig, de hond kan het allemaal niet helpen, dus de hond mag niets overkomen. De hond is bovendien in het boek het enige personage (het mag met recht een personage genoemd worden) dat bij naam genoemd wordt.

We komen steeds iets meer te weten over de vriend, een oude literatuurprofessor die zelfmoord heeft gepleegd, onaangekondigd en zonder afscheidsbrief. In het boek spreekt de vertelster hem rechtstreeks aan met ‘jij’. Het hele boek is dus tot hem gericht, haar leer­meester en levenslange zielsverwant. Een heimelijke geliefde? Dat niet, althans, eenduidig is het niet. De man is een stuk ouder en ook nog een beruchte vrouwenverslinder.

Professor en versierder

Dit wringt wel een beetje in de roman, want waarom vergeeft ze hem al die escapades – ook met menig studente – zo gemakkelijk? Hun relatie is blijkbaar van een andere orde: ze delen een (volgens henzelf) verouderde visie op het schrijverschap en een afkeer van het literaire wereldje vol poseurs en wannabees. Schrijven is voor hen een vervloekt beroep dat je eerder de afgrond in drijft dan voldoening schenkt. “Bij een conferentie heb je een keer een volle zaal geschokt met je uitspraak: Waar halen jullie met z’n allen toch het idee vandaan dat het zo geweldig is om schrijver te zijn? Geen beroep, maar een roeping tot ellende, schreef Simenon over het schrijverschap.”

Het boek staat vol verwijzingen en citaten van Flaubert, Rilke, Kundera, Woolf, Nabokov, Wittgenstein en vele anderen. Of al die overpeinzingen over literatuur interessant zijn voor lezende hondenliefhebbers zou ik niet direct durven zeggen, maar Nunez schrijft er zo eerlijk en toegankelijk over dat het in ieder geval geen moment saai wordt: “Tegenwoordig schrijft iedereen, net als dat iedereen poept”.

Nunez schetst een somber beeld van de literatuur in deze tijd, en ze heeft er veel belangwekkends over te zeggen, maar alle boosheid en zwartgalligheid van de vertelster dienen tegelijk een ander doel: je gaat haar begrijpen, haar eenzaamheid en het verdriet om het ge­mis van haar vriend. De passages over de grimmige kant van de rouw behoren tot de mooiste uit het boek: “Ik moet bekennen dat ik plotselinge driftbuien heb. Als ik op het hoogtepunt van de spits door de stad loop, mensenstromen in alle richtingen, kook ik opeens van woede, zou ik kunnen moorden. Wie zijn al die kutmensen en hoe oneerlijk is het, hoe is het ook maar mogelijk, dat zij, doodgewoon als ze zijn, allemaal leven, terwijl jij...”

Deense dog of teckel

In het voorlaatste deel van het boek komt Nunez met een verrassing. De vertelster bezoekt de vriend, die terug is uit het ziekenhuis na een mislukte zelfmoordpoging. De vriend heeft een teckel. Je raakt even aan het wankelen als lezer. Laat de schrijver hier nu zien hoe fictie werkt? Of hoe rouw kan werken? In het slothoofdstuk zijn we weer terug in het flatje en is het ineens de hond, de Deense dog, geworden die met ‘jij’ wordt aangesproken. Zo maakt Nunez de titel op een eenvoudige, fraaie manier meerduidig: de vriend kan de man zijn, maar ook de hond. Man en hond komen haar ten slotte even na. In de ontroerende, traag ademende slotzinnen wordt dat prachtig duidelijk. 

Sigrid Nunez
De vriend
Vert. Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. 
Atlas Contact;
 224 blz. € 22,99  

Lees ook:  

Ze is weduwe en woedend: Lisa Appignanesi schrijft over de rauwste rouw

De Britse auteur Lisa Appignanesi verloor haar man, en schreef een boek over rouw, vooral over een onderbelicht aspect daarvan: woede. Die emotie ziet zij ook terug in de brexit.

Koortsachtig op zoek naar woorden voor de dood

De Deense schrijfster Naja Marie Aidt spuugt haar verdriet over het verlies van haar zoon op het papier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden