InterviewChris van der Heijden

De oorlog is ons laatste houvast

Beeld Patrick Post

Zijn boek ‘Grijs Verleden’ veroorzaakte in 2001 een kleine storm. Nu ligt er een nieuwe, geïllustreerde versie. Nee, die is niet herzien, legt Chris van der Heijden uit. “De bezetting duurde vijf jaar, achteraf is daar een logische geschiedenis van gemaakt.”

Alleen al de beginzinnen van ‘Grijs verleden’ leverden Chris van der Heijden bergen kritiek op. Hij schreef: “Eerst was er de oorlog, daarna het verhaal van die oorlog. De oorlog was erg, maar het verhaal maakte de oorlog erger.” Iets soortgelijks zou je kunnen optekenen over het boek. Eerst was er ‘Grijs verleden’, daarna het debat rond ‘Grijs verleden’. ‘Grijs verleden’ zocht de randen op, het debat erover nog meer.

Het heeft te maken met zijn stijl, denkt Van der Heijden. “Die is polemisch. Daar ben ik trouwens best trots op.” Maar de gemoederen liepen volgens hem vooral hoog op door onbegrip en misverstanden. “Ik relativeer de Holocaust niet. Ik doe niets af aan de daden van de echte verzetshelden of de echte schurken. Het goed-foutdenken over de oorlog was zo dominant dat mensen ‘Grijs verleden’ lazen als een boek over die twee polen. Terwijl het juist gaat over de veel grotere groep: het midden, en de grijsheid daarvan. Het onvermogen van mensen om in de tijd zelf alles te kunnen overzien en hun neiging om zich dan maar aan te passen. Niet voor niets heet een van de hoofdstukken ‘Ik dobber en blijf drijven’. Ik daal als historicus graag af in een tijd. Wat dachten ze? Wat voelden ze? De vis kent het water niet. In de maalstroom van gebeurtenissen valt lastiger te ontdekken wat het juiste is. Vergelijk het met de huidige coronacrisis. Misschien slaan we ons over een tijdje voor het hoofd vanwege de dingen die we nu doen en verstandig vinden.”

Van der Heijden ontvangt thuis. Hij excuseert zich half voor zijn joggingpak. “Het is de klederdracht van deze tijd.” Tijdens het gesprek verdwijnen zijn vingers geregeld onder zijn halsboord en ligt zijn rechterhand op het hart. De houding is strijdbaar. Tell me!, zegt hij, nog voordat de journalist zijn eerste vraag stelt. 75 jaar na de bevrijding en achttien jaar na verschijning van ‘Grijs verleden’ ligt voor het eerst een geïllustreerde versie van het boek in de winkels. Geen herziene editie. “Dat moet je niet willen. Waar hou je dan op? Het boek is een tijdsdocument. Ik heb het nu voor het eerst herlezen en de grote lijn staat nog altijd overeind.” 

Tegelijkertijd constateert hij in de nieuwe inleiding van ‘Grijs verleden’ dat hij, als hij vooraf had geweten van alle gedoe, er waarschijnlijk nooit aan was begonnen.

Waarom vond u destijds dat het er moest komen?

“Het idee kwam niet van mij. Eind 1998 belde uitgever Mizzi van der Pluijm me: ‘Zou jij ervoor voelen om een boek over de oorlog te schrijven?’ Ik zei: ‘Jemig Mizzi, daar heb ik geen zin in, hoor.’ Tegelijkertijd dacht ik: Ja, dat wil ik.”

Waar kwam de weerzin vandaan?

“Na mijn studie geschiedenis heb ik veel journalistieke producties over de oorlog gemaakt. Daar kreeg ik gedoe mee. Bij Vrij Nederland werd mijn inleiding bij een bijlage over oorlogsboeken geweigerd. Te ketters. Bij de AVRO leidde mijn andere benadering tot ontslag op staande voet. Daarom nam ik me rond 1985 voor om nooit meer over die oorlog te schrijven. Dat lukte. Ik werd verliefd op een vrouw uit Spanje, ging daar naartoe en over andere onderwerpen schrijven.”

En toch had u in 1999 weer zin in schrijven over die oorlog?

“Omdat ik voelde dat het bestaande beeld niet klopte. En er speelden ook persoonlijke zaken een rol. Halverwege de jaren negentig kwam ik met een gezin terug in Nederland. Opeens zag ik mijn land met mijn vrouw door de ogen van een vreemdeling. Het bleek opeens heel kleinburgerlijk. Intolerant. De zoon van mijn vrouw – vanaf 1985 ook mijn zoon – was en oogde Spaans en werd voortdurend uitgescholden voor ‘Turk’. Onze dochter kleedde zich Spaans en rook naar Spaans parfum en werd daarmee gepest. Vreemd voor een land dat alles zo scherp afmat aan goed en fout in de oorlog.

Chris van der HeydenBeeld Patrick Post

“Via de familie van mijn vrouw maakte ik bovendien kennis met een andere omgang met het verleden. Spanje had de burgeroorlog, Haar vader zat net als de mijne bij de Blauwe Divisie, Waffen-SS. De vader van mijn schoonmoeder was daarentegen links en werd door de Franco-mensen dood­geslagen een paar jaar na de Burgeroorlog. Allemaal heel pijnlijk en verdrietig. Maar behalve alle woede bestond daar een soort aanvaarding van de hardheid van het leven. Niet alles werd gereduceerd tot te simpele tegenstellingen.

“Het morele oordeel was minder groot. Vanuit de gedachte dat, waar zaken botsen en verkeerd lopen, mensen keuzes maken die ze eigenlijk niet willen of die ze niet bedoelen.”

Had u tijdens het schrijven van ‘Grijs verleden’ nog twijfels?

“Nee, het vloog eruit. Zo diep zat het kennelijk.”

Hoe ging u te werk?

“Ik wist duidelijk wat ik niet wilde: boeken over de oorlog naast me gaan leggen en daarover gaan schrijven. Dat zou geen nieuwe kijk opleveren. In plaats daarvan ben ik gaan zwerven door de tijd. Maandenlang heb ik langs  boekenkasten bij het NIOD gelopen en titels van de plank gehaald, die niemand ooit las. Over kruideniers in oorlogstijd. Of de PTT. Vaak publicaties uit de eerste jaren na de oorlog. Daarin las je dat het beeld van de bezetting in de eerste jaren veelkantiger was dan later.”

En toen viel alles op zijn plaats?

“Het paste wel bij mijn mensbeeld. Ik geloof niet dat het leven zo organisch verloopt als wij graag doen voorkomen. Uit misschien wel ontelbaar veel losse feiten selecteren we er tien, vijftien en proberen daar een lijn in te zien. Die er niet is. Iedereen doet dat, ook ik.

“Met de oorlog gaat het net zo. De bezetting duurde vijf jaar. Dat zijn zo’n achttienhonderd dagen. Dat zijn er veel, met veel verschillende gebeurtenissen. Achteraf is daar een logische geschiedenis van gemaakt. In veel opzichten veel te kort door de bocht. Zoals de Tachtigjarige Oorlog het ontstaansverhaal werd van onze natie, werd de Tweede Wereldoorlog het ontstaansverhaal van onze moderne natie. Zulke mythes heb je nodig, maar het zijn wel mythes. Als er iemand komt die die persoonlijke en breed aanvaarde, algemene lezingen van het verloop van de bezetting omver­kegelt, wekt dat woede.”

Toch was u verbaasd over wat uw boek losmaakte?

“In mijn ogen sloot ik aan bij wat andere historici daarvoor al hadden geschreven, maar zeker in de ogen van het publiek leek het heel nieuw. Dus barstte het los. Vluchten kon niet. Ik kreeg een stoomcursus confrontatie.”

U was midden veertig en toch niet naïef?

“Ik dacht echt dat er een type mensen bestond, intellectuelen, die wilden weten hoe het echt geweest is. Maar veel mensen, zelfs wetenschappers van naam, wilden alleen een bruikbare waarheid of de bevestiging van hun eigen gelijk.

“Ik had ook niet gedacht dat mijn vader er zo bij betrokken zou worden. Mijn onderzoeksmethode en boek hoorden relevant te zijn, niet zijn fouten.”

Uw beeld van uw vader was inmiddels wel gekanteld.

“Mijn vader ging bij ons gezin weg toen ik acht was, en ik zag hem pas weer toen ik in de twintig was. Destijds was ik vooral erg boos op hem. Het was fijn om die man als twee keer fout te zien: politiek en als vader. Dat liep door elkaar heen. Later werd ik genuanceerder. Ik zag zijn andere kanten en ging me in zijn tijd verplaatsen.

“Ik vind hem nog steeds geen oorlogsmisdadiger, maar hij was wel een echte fascist. Hij was héél erg katholiek en antimodern. Hij geloofde helemaal niet in gelijkheid en vrijheid, de principes van de Franse Revolutie. Dat kan. Het werd gevaarlijk toen er opeens van alle kanten de verkeerde energieën bijkwamen. Dan ga je meelopen, meehollen zelfs. En geloven in redeneringen als ‘Je kunt geen omelet maken zonder eieren te breken’.”

In uw nieuwe inleiding bij uw boek beschrijft u een tweede, in uw ogen veel zwaardere golf van kritiek vanaf 2007.

“Tot die tijd was Hans Blom directeur van het NIOD, een man van het midden, een echte liberaal met begrip voor een verscheidenheid aan standpunten. Na hem werd Marjan Schwegman directeur, afkomstig uit de feministische hoek, zonder veel aantoonbare kennis van de oorlog. Zij omringde zich met meer scherpslijpers, ook uit de linkse hoek.”

Beeld Patrick Post

Schwegman pleitte voor meer aandacht voor de helden. Het werd haar allemaal te grijs. Ze had toch gelijk? Je kunt de oorlog ook kapot nuanceren.

“Nee, dat geloof ik niet. Zolang de nuance die je aanbrengt maar overeenkomt met de realiteit van toen. Kapot radicaliseren is wel mogelijk. Door te roepen dat iedereen vanaf het begin massaal in het verzet zat. Dat alle collaborateurs schoften waren. Zo was het niet.”

Na Schwegman volgde kritiek van historica Evelien Gans.

“Zij interpreteerde mijn uitspraken over goed en fout plots als uitspraken over de Shoah. Wat niet hielp was dat ik juist op dat moment een boekje uitbracht over vijftig jaar Israël. Over de stichting ervan en de Verenigde Naties en Israël. Dat had een zeer provocatieve titel: ‘Israël, een onherstelbare vergissing’. Maar het is wel wat ik vind. Voor Gans bevestigde dit dat ik een antisemiet was.”

Waarom ging u toen het debat ontwijken?

“Het werd vilein. Puur erop gericht om me kapot te maken. In sommige media plaatsten ze bewust lelijke foto’s, waarop ik fascistisch oogde.”

En toen volgde in 2018 de zelfdoding van Gans.

“Met haar sprong van het balkon kreeg alles nog meer lading. In De Groene, waar ik zelf veel voor schrijf, verscheen een necrologie waarin mijn naam vijf keer voorkwam. De associatie die dat opriep: dat mijn manier van denken zo dominant was geworden, dat zij daar als Joodse en tweede­generatieslachtoffer niet meer mee kon leven. Dat was absurd.

“De laatste tijd heb ik het ‘geluk’ dat Ad van Liempt de gebeten hond is. Dat heeft een boel gezeik van mijn schouders gehaald.”

Wat verklaart dat het debat over de oorlog zo intens en emotioneel blijft en anno 2020 zo hoog kan oplaaien?

“Nederland is altijd een moralistische natie geweest. En we zijn een klein land. Als je niet veel kan uitrichten, moet je er achteraf maar een mooi verhaal van maken.

“En in de jaren na publicatie van ‘Grijs verleden’ zijn mensen het belang van de Shoah als onderdeel van de oorlog steeds groter gaan inschatten. De Britse historicus Martin Gilbert noemde de jodenvervolging in 1985 een van de voetnoten in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. De blik is nu totaal veranderd. Het verhaal van de Shoah lijkt in veel gevallen zelfs hét verhaal van de oorlog.”

Ziet u dat binnen afzienbare termijn veranderen?

“Nee. De oorlog biedt houvast in een verder totaal vloeibaar geworden wereld. Alle religieuze, politieke, sociale en economische richtsnoeren vallen steeds meer weg. In de jaren vijftig en zestig waren die er nog. Geen wonder dat de oorlog toen anders werd bekeken. Nu erodeert alle moraal.”

De ingesleten wijsheden over de oorlog worden de stenen tafelen van deze tijd?

“Dat is het. We hebben bij alle stuurloosheid de oorlog nodig. En de enorme weerzinwekkendheid van de Shoah, de grootste schanddaad uit de recente geschiedenis, die alles absoluut maakt, nog meer.” 

Correctie

Historicus Chris van der Heijden vertelde in dit (geautoriseerde) interview in Letter&Geest van 2 mei dat historica Evelien Gans hem bij zijn promotie ‘fascist!’ heeft toegeroepen. Na plaatsing van het artikel kwam Van der Heijden daarop terug. Nu stelt hij dat hij dat niet gehoord heeft. Verklaringen van anderen bevestigen dat Gans dat inderdaad niet heeft geroepen. Die passage is verwijderd.

Chris van der Heijden (Leiden, 1954) studeer­de geschiedenis in Leiden en werkt(e) voor media als NRC, de NOS, de VPRO, de Haagse Post en De Groene. Over de oorlog schreef hij onder meer ‘Grijs verleden’ en zijn proefschrift ‘Dat nooit meer’. Daarnaast publiceerde hij over Spanje, de staat Israël, LINDA en de Nederlandse samenleving.

Chris van der Heijden
Grijs verleden. Nederland en de Tweede Wereldoorlog
Boom; 544 pagina’s€ 39,95  

Lees ook:

Verstrikt in goed en fout

In 2001 schreef Trouw ook al over het toen net gepubliceerde boek ‘Grijs Verleden’, en de reacties die het destijds teweegbracht. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden