Boekrecensie Roman

De nerd en de atheïst

Stephan Enter schrijft een kalme roman over het opgroeien in en afzweren van het geloof. 

Stephan Enter is de auteur van een betrekkelijk klein, maar hoogwaardig oeuvre: in twintig jaar vier romans en een verhalenbundel die stuk voor stuk aandacht trokken zonder dat het bestsellers werden. Zijn boeken zijn nooit spektakelstukken, vaak ontbreekt het zelfs aan een plot of een echte ontwikkeling, maar ze roepen heel sterke beelden op en zetten de gebeurtenissen die hij beschrijft in een indringend licht. Hij doet mij enigszins denken aan Oek de Jong, ook zo’n schrijver voor wie diepgravendheid en donkere tonen belangrijker lijken dan een kleurige verteltrant. Het is een sector in de Nederlandse letteren waar men sinds jaar en dag mooie, klassieke romans schrijft zonder zich veel van modes en hypes aan te trekken.

De titel van Enters jongste roman ‘Pastorale’ zegt het al, het gaat om een landelijke idylle. Ook dat vind ik karakteristiek; niet de grote stad en de wereldwijze mens spelen de hoofdrol, maar het leven in de provincie, in dit geval Brevedal, een fictief stadje in Midden-Nederland. Broer en zus Oscar en Louise groeien er op in een vervallen landhuis, ooit neergezet door bemiddelde voorouders. Hun vader is een wereldvreemde zonderling die teruggetrokken in zijn kamer leeft en pianospeelt, hun moeder een streng gelovige, die het liefst tuiniert. Lieve ouders, geworteld in hun dorp, maar met kinderen die zich langzaam losmaken van hun achtergrond. Louise is al in de stad gaan studeren en heeft zich, ver van het nest, tot een overtuigd atheïst ontwikkeld; ook Oscar zal langzaam losraken van zijn roots. Door zijn verliefdheid op een Moluks meisje komt hij in aanraking met een andere wereld dan het geborgen, maar ook ietwat geborneerde milieu van zijn ouders. 

Zo beschrijft Enter wat hij eigenlijk in al zijn boeken doet: ontbolstering, rijping, transitie. Niet aan de hand van dramatische gebeurtenissen, maar geleidelijk en ook bijna ongemerkt. Zijn personages zijn aan het eind van zijn verhalen altijd wat wijzer dan aan het begin. Oscar, kalm en ingetogen, een ‘saaie studiebol met te hoge cijfers’ (hij wordt Boktor genoemd, verbastering van Doktor) sublimeert zijn stille liefde voor de mooie Dona, terwijl hij aanpapt met haar broer Jonkie en zelfs wordt uitgenodigd bij diens familie. Louise, scherpzinnig en welbespraakt, gaat om met Maarten, de zoon van de nieuwe dominee, ook al een stabiele jongen die het geloof van zijn ouders, anders dan Louise, rustig aanvaardt. Enter is trouwens een meester in het schilderen van dit soort ietwat bedaagde, nadenkende jongens. Zijn vrouwen zijn doorgaans meer uitgesproken, levendiger, felle tantes, maar ook mysterieuzer.

Alles gaat voorbij

Wat zijn personages allemaal meemaken is eigenlijk secundair, al spreekt het wel tot de verbeelding. Je voelt heel sterk hoe gebeurtenissen steeds weer verdampen, dat het allemaal nooit heel erg heftig wordt, maar dat de mens zich ook juist in die matige, gedempte wereld ontwikkelt.

Louise is in deze ‘Pastorale’ het meest uitgesproken personage en een karakter dat je niet gauw vergeet. Haar doordachte atheïsme culmineert in een volkomen mislukte invalbeurt op een soort zondagsschooltje waar ze de kinderen tot ongelovigen probeert op te voeden: “Nu zag ze beter dan ooit: hoe al die opengesperde keeltjes druppel na druppel het gif ontvingen dat als doel had hun schaarse rijkdommen te laten afsterven ten faveure van gemeenplaatsen en hen levenslang resistent te maken tegen de ratio.” Maar zelfs haar ongehoorde optreden blijkt op den duur maar een incident en dat is wat me uit Enters romans, ook deze, altijd het meest bijblijft: dat alles voorbijgaat en weer wordt uitgegumd. Ook het verhaal dat Jonkie met z’n Molukse vrienden een jeugdige korfballer op Japanse wijze heeft ‘gemarteld’, verdwijnt ongemerkt in de kalme loop der geschiedenis.

Wat je bijblijft, zijn andersoortige scenes, natuurervaringen, momenten van bezinning en inzicht, interessante conversaties en contemplaties. Schijnbaar geen zaken van levensbelang, maar die zijn hoofdpersonen toch ongemerkt sturen en vormen, met soms als peper en zout een rake beschrijving, zoals deze van een ouderling: “Mijnheer Westeneng, die de canapé bezette – buik op schoot, konen met de tint van stoofperen, comfortabel dobberend in zijn bad van lichaamsgeur.” Onweerstaanbaar raak en geestig. Maar ik zou Enter, bij al zijn soms virtuoze beschrijvingen, toch vooral een meester van de tere momenten willen noemen.

Oordeel: Raak en geestig, meesterlijk in de tere momenten.

Stephan Enter
Pastorale
Van Oorschot; 288 blz.; € 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden