75 jaar bevrijdingOorlogsdagboek

De gruwelen rond de Slag om Berlijn verteld met ontwapenende galgenhumor

Tot Bevrijdingsdag bespreekt Letter&Geest wekelijks een oorlogsklassieker. Vandaag ‘Een vrouw in Berlijn’ van Anoniem.

Ik had ‘Een vrouw in Berlijn’ niet eerder willen lezen. Het dagboek van Marta Hillers uit het voorjaar van 1945 werd beroemd als het openhartige, zij het anonieme verslag van de massale verkrachtingen door sovjetrussische militairen rond de Slag om Berlijn. Zij deelde die ervaringen alleen al in de Rijkshoofdstad met minstens honderdduizend vrouwen. Vooral de Duitse besprekingen bij de heruitgave in 2003 drongen het beeld op van een zwaar, zielig en zeurend dagboek, dat mogelijk ook was vervalst. De sentimentele verfilming uit 2008 versterkte dat beeld nog.

Wat was ik op het verkeerde been gezet. Had ik Trouw toentertijd maar gelezen. Uit die recensie wordt geciteerd in de zevende(!) druk: ‘nooit larmoyant en op de meest krankzinnige momenten zelfs geestig’. Sterker, wat een humor en zelfspot, lichtheid en scherpte heeft de vijfendertigjarige Marta Hillers in haar aantekeningen gelegd. “Ons leven is een kitscherige keukenroman”, vat ze de bedreigende en absurde gebeurtenissen van die weken samen. In een ‘kelderhol’ en een onveilig, koud en kapot vertrek, tussen puin en de uitwerpselen en haringstaarten van de ongenode gasten, beseft ze dat een ‘Russki’ op je buik altijd nog beter is dan een ‘Ami’ (bom) op je kop. Meezuipen dus maar, en dan de blik op oneindig.

Zij was een vrijgevochten freelancejournalist met werkervaring in Moskou en Parijs. Haar dagboek beschrijft veel meer dan vrouwenleed: overleven in de Berlijnse ruïnes. Dat doet ze weergaloos. Zoals die enorme rij voor de slager, omdat er vlees in aantocht zou zijn. Daar valt een bom bovenop, er zijn doden... Maar tien minuten later staat er weer zo’n rij.

Verkrachter, beschermer en voedselleverancier tegelijk

Galgenhumor wisselt ze af met genadeloze observaties. Over Hitlers weggevluchte officieren die zinloze barricaden achterlieten maar geen broodnodige waterpompen. Nederlaag? Dan kon het volk verrekken. En over het restant Duitse mannen in de Rijkshoofdstad, ‘miserabele figuren’ die de vrouwen niet wisten te beschermen.

Met het Rode Leger toont ze nog een zeker mededogen. Deze ‘Ivans’ hadden in vier jaar tijd geen dag verlof gehad, dus... Allen waren belabberde minnaars, maar niet per se barbaren. “Weer een volkomen nieuw type uit de schijnbaar onuitputtelijke collectie die de USSR ons heeft gestuurd.” Sommige officieren zijn verkrachter, beschermer en voedselleverancier tegelijk. De bes­te Russen weten een ontwikkelde vrouw zowaar op waarde te schatten, meldt ze. Kom daar bij haar landgenoten maar eens om.

Opvallend is hoe taboevrij de Berlijnse vrouwen, voor even, met het thema omgaan: “Hoe vaak ben jij...?” Vage bekenden omarmen elkaar, vaselinepotten en adressen van abortusartsen worden uitgewisseld. Verder is er niet veel solidariteit. Men besteelt elkaar. Hillers stelt het nuchter vast en spaart zichzelf niet.

Na de Duitse capitulatie werd over dit alles vooral gezwegen. ‘Een vrouw in Berlijn’ kon in 1959 slechts door een kleine Zwitserse uitgeverij op de Duitse markt worden gebracht. Het vuil dat de toen nog anonieme auteur over zich heen kreeg, maakte dat zij alle verdere uitgaven tot haar dood verbood. Vijf jaar eerder was ‘A Woman in Berlin’ al in de V.S. verschenen. In de Koude-Oorlogsjaren lustte men wel pap van communistische verkrachters. Ook in Europa had het boek succes. De Nederlandse uitgave van 1955 vond liefst 12.000 lezers: vier maal zoveel als de Duitstalige.

‘Ik zat er middenin’

De Duitse uitgeversweduwe heeft in 2003 de identiteit van ‘Anoniem’ onthuld. Dat was niet netjes, maar wel begrijpelijk. Na de succesvolle heruitgaven van het dagboek na Hillers’ dood in 2001 kreeg de Duitse geschiedwetenschap de originele schriftjes en correspondentie. Pas afgelopen jaar werd er een soort eindoordeel over de authenticiteit van het dagboek geveld.

Welnu, pakweg de helft van de tekst komt letterlijk uit Hillers’ manuscript. Met oog op de publicatie had ze bekenden geanonimiseerd, wat context en reflectie toegevoegd, en van haar krabbels volzinnen gemaakt. Gelukkig maar.

Resteert de vraag, in Duitsland telkens weer opgeworpen, of Marta Hillers haar eigen positie in het Derde Rijk heeft weggegumd. Ach, volgens de bronnen was ze geen partijlid en schreef ze voor relatief onschuldige tijdschriften: over tuinieren, voor de jeugd... Wanneer de eerste Ivans opdoemen, beseft ze dat ze haar kwelgeesten aan ‘Adolf’ te danken heeft. Ze schrijft: “Steunde ik hem zelf? Was ik tegen? Ik zat er in ieder geval middenin en ademde de lucht in die ons omgaf.”

Anoniem
Een vrouw in Berlijn. Dagboek-aantekeningen van april tot juni 1945
Vert. Froukje Slofstra 
Cossee

Lees ook:

Het onderbelichte lot van vrouwen in de Holocaust

De ervaringen van vrouwen moeten een plaats krijgen in de geschiedschrijving van de Holocaust, zegt de Britse historica Zoë Waxman. Het maakt het beeld complexer, maar ook vollediger en menselijker.

‘Troostmeisje’ Jan Ruff-O’Herne (1923-2019) verbond haar lot aan dat van vrouwen in alle oorlogen

Mensenrechtenactiviste en voormalig ‘troostmeisje’ Jan Ruff-O’Herne is overleden. Ze was de eerste Europese vrouw die vertelde over de georganiseerde verkrachtingen door Japanse militairen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden