BoekrecensieDuitse klassieker

‘De Effingers’ biedt een heerlijk gedetailleerde beschrijving van een lang verdwenen Berlijn

null Beeld

Het herontdekte De Effingers kreeg een derde druk. Geen wonder. Gabriele Tergit beschrijft liefdevol een verdwenen Berlijn.

‘Bankier Oppner koopt een huis’, zo heet hoofdstuk 11 van De Effingers. De villa aan de Berlijnse Bendlerstrasse, nabij Tiergarten, die Emanuel Oppner­­ in 1880 koopt voor zijn vrouw Selma en hun kinderen Annette, Theodor, Klärchen en Sofie, speelt een hoofdrol in deze monumentale, lang vergeten roman waarin journalist en schrijver Gabrielle Tergit aan de hand van haar eigen familiegeschiedenis drie geassimileerde Joodse families in Berlijn beschrijft, tot en met 1942. Inderdaad, als een soort Joodse Buddenbrooks, al doet deze kwalificatie Tergit tekort.

Want wat een fantastisch boek De Effingers is, wat een unieke, liefdevolle en precieze literaire redding van een verdwenen wereld, ontdekte het Duitse publiek pas twee jaar geleden op grotere schaal, toen een nieuwe uitgave van het bijna 900 pagina’s dikke boek bezorgd werd. De roman werd alom de hemel in geprezen. In Nederland verscheen de vertaling bij Van Maaskant Haun een jaar geleden en beleefde inmiddels een derde druk. Komend najaar komen ook de rechtbankverslagen uit die Tergit in de jaren twintig maakte; de waarde van haar oeuvre begint ook hier door te dringen.

Terug naar dat huis. In 1880 is er vooral veel toekomst, vooruitgang en optimisme. Opwaarts moeten ze, vindt Emanuel, vandaar de verhuizing naar een representatieve villa, al was het maar om dochter Annette aan een ­geschikte echtgenoot te helpen. De kinderen, met name Annette en Theodor, klagen over de lichtgrijze, classicistische villa met de romeinse zuilen, die te licht en te kaal zou zijn – en dús niet ‘modern’. Dan wordt het pand uitvoerig verbouwd, een van de eerste passages in de roman waar je als lezer wordt meegesleept in tijdsgewricht en heersende smaak, tot in de details. Zo komen er onder meer zwarte plafonds, roodzijden damast en goud-bruin leren behang aan de muren, een gewei met kunstdruiven als lamparmatuur, zware stoelen met houtsnijwerk en een boomstam als kapstok, met uit hout gesneden gouden klimmende beertjes. Nogal overweldigend, die gründerzeitstijl!

Grootste noviteit is het watercloset uit Engeland – met een peperdure toiletpapierhouder. Typerend voor Tergit is dat ze de minutieuze beschrijving van zo’n houder aangrijpt voor een gesprek tussen de werklui die het closet inbouwen en zich in plat Berlijns beklagen over al dit nieuwerwetse spul en het magere stukloon waarvoor ze moeten werken.

Gabriele Tergit Beeld
Gabriele Tergit

Wat zo goed is: Tergit beschrijft en beschrijft en beschrijft, van de zeeschepen met steenkool die de wereldzeeën bevaren via de Ibsen-ensceneringen die theaterregisseur Otto Brahm in Berlijn ten tonele brengt naar de wijnen die bij de foie gras aux truffes worden geschonken. Ze zoomt in en uit. Als een veelkleurige caleidoscoop draait en zwiert het perspectief, soms krijgen grote gebeurtenissen een alineaatje, terwijl de schijnbaar triviale – zoals het menu van het inwijdingsfeest van het huis – vele pagina’s beslaan. Veel waarnemingen vinden plaats vanuit trein, tram of bus, waaraan de groeiende wereldstad Berlijn voorbijtrekt. Alleen al daarin, en in die sterk wisselende montage, toont Tergit zich een moderner auteur dan Thomas Mann – aan wie ze zich uiteraard zeer schatplichtig voelde.

Horlogemaker

Terug naar het huis. Als de jonge fabrikant Karl Effinger, zoon van een horlogemaker uit het fictieve stadje Kragsheim, de villa bezoekt, is het snel geregeld. Karl droomt van een leven in luxe en weelde en zal met Annette trouwen, zijn – ijveriger en bescheidener – broer Paul met haar zus Klärchen.

De Bendlerstrasse heet anno 2021 Stauffenbergstrasse. De echte villa waar Tergit zich op baseerde, is in werkelijkheid in de oorlog weggevaagd. Op die plek, een paar straten verder, staat nu de Philharmonie. Het huis was van de grootouders van Heinz Reiffenberg, de echtgenoot van Tergit, en werd ontworpen door een leerling van de beroemde architect Schinkel, schrijft Nicole Henneberg, die de heruitgave bezorgde, in haar nawoord. Tergit putte uit foto’s om dit zo gedetailleerd te reconstrueren. Historisch is de scène uit 1932, als zoon Theodor zich gedwongen ziet het te laten bezichtigen door drie nazi’s die het voor een habbekrats willen huren, een hakenkruisvlag willen uithangen, maar het ‘joodse hok’ eerst moeten desinfecteren ‘tegen de joodse luizen’.

Met het naoorlogse Duitsland had Gabriele Tergit (1894-1982) grote moeite, maar ze kon het net opbrengen om Berlijn vanuit Londen af en toe te bezoeken. In Berlijn kon immers niets vergeten worden, omdat de wonden van de stad nog op alle straathoeken aanwezig ­waren. Die zichtbare ‘beschavingsbreuk’ had ze nodig, lees ik in Tergits autobiografie Etwas seltenes überhaupt. Tergit, pseudoniem van Elise Hirschmann, vluchtte na een inval door de SA in haar Berlijnse woning via Praag naar Palestina en van daaruit naar Londen. Ze schreef vanaf midden jaren twintig rechtbankverslagen voor het Berliner Tageblatt en wees via alledaagse gevallen op de problemen van de Weimar­republiek en het opkomend nationaalsocialisme. In 1931 publiceerde ze Käsebier verovert de Kurfürstendamm, een tragikomische roman over de onopvallende volkszanger Käsebier, die door toedoen van slinkse zakenmensen een snelle opkomst en ook weer afgang beleeft: een aanklacht tegen het wezen van reclame, die voor Tergit haar ergste vorm zou vinden in de propaganda van Joseph Goebbels.

Al voor haar vlucht was ze begonnen aan De Effingers – ze bleef er tot 1950 aan schrijven–, de reconstructie van de wereld waarin ze was opgegroeid en waaraan het al vroeg zo welig tierende antisemitisme een einde zou maken. Zo lezen we de brief die jurist Waldemar Oppner rond 1880 van de universiteit ontvangt, waarin staat uitgelegd waarom hij alleen een aanstelling kan krijgen als hij zich laat dopen.

De Kurfürstendamm in Berlijn, 1926. Beeld Getty Images
De Kurfürstendamm in Berlijn, 1926.Beeld Getty Images

In De Effingers komt alles voorbij en wordt uitgebreid besproken, nieuws uit de kranten zoals de ontdekking van de cholerabacil door Robert Koch, de ontwikkeling van de benzinemotor – Paul en Karl Effinger worden autofabrikanten – de opkomst van de vrouwenbeweging, dat er een nieuwe Johann Strauss te zien is (Der Zigeunerbaron) of later, in grimmiger tijden: wie al naar die gek is wezen kijken die in München in een tent van Circus Krone het publiek tegen Joden ophitst? Die gek blijkt Adolf Hitler te zijn. Het belangrijkste zijn uiteraard de personages, die ook echte mensen zijn en geen karikaturen, en van wie je zomaar gaat houden, met al hun zwakke en sterke kanten.

Toevallig veel Joodse mensen

Precies daarom was het in 1950 zo moeilijk voor Tergit haar boek gepubliceerd te krijgen: liefst las men toen niets over Joden en al helemaal niet als ze níet als nobele mensen werden neergezet. Gelovige Joden ergerden zich aan de burgerlijke en spilzieke hoofdfiguren en zionisten klaagden dat Israël maar een marginale rol kreeg toebedeeld. Slechts dertig boekhandels wilden het hebben, Tergit dacht dat er toen niet meer dan 2000 exemplaren verkocht zijn. Over de eerste heruitgave in 1978, vier jaar voor haar dood, verheugde ze zich immens.

Tergit aarzelde destijds zelfs over de kwalificatie ‘Joodse roman’. Voor haar was volgens het nawoord De Effingers geen roman over het Joodse noodlot, maar een Berlijnse roman waarin toevallig veel mensen Joods zijn. “Dat is iets heel anders en ik vind dat Springer (die het aanvankelijk zou uitgeven, AB) een grote fout zou maken als ze zo’n uitgesproken Duits cultuurhistorisch boek Joods zou noemen.’’

Het tekent haar behoefte aan precisie. Iedere vorm van generaliseren wees Tergit af, je moet steeds het op zichzelf staande geval analyseren, het detail, het individu en zijn beweegredenen: zodat je als mens niet achter de grote hoop aanloopt. Die precisie proef je in elke zin en elk woord.

null Beeld

Gabriele Tergit
De Effingers
Vert. Meta Gemert
Van Maaskant Haun;
672 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden