Boek van de week Flessenpost uit Reykjavik

De eenzaamheid te lijf in IJsland

Laura Broekhuysen komt er in haar nieuwe boek achter dat het gevoel deel uit te maken van een een nieuwe omgeving een kwestie van tijd is.

Alsof ze een huisdier zijn kwijtgeraakt. Zo voelt het gezin van Laura Broekhuysen zich wanneer vlieger Þórarinn op een dag plotseling is verdwenen. Met een rukwind weggewaaid. Jarenlang had hij als een patroonheilige boven het huisje aan de baai gezweefd en zelfs een naam gekregen. Zo makkelijk gaat dat als je in een uitgestorven, koude, winderige zee-inham op IJsland bivakkeert, dan wordt een eenvoudig stuk blauw vliegend plastic spontaan een onafscheidelijke vriend.

Vlieger Þórarinn maakte al zijn opwachting in Broekhuysens ‘Winter-IJsland’ uit 2016 en is in haar nieuwe boek ‘Flessenpost uit Reykjavik’ dus opnieuw van de partij – al is hij dan gevlogen. Er is meer hetzelfde. Nog steeds woont Broekhuysen met haar IJslandse man, dochtertje en zoontje in het verlaten fjord Hvalfjördur, boven Reykjavik. Ze hadden er een jaar of wat geleden vier hectare onontgonnen grond gekocht, met een houten woning en veel uitzicht op bergrug, water en lucht.

Ook de opblaasrubberboot is er weer. Ooit dobberde hij op de Amsterdamse grachten, nu roeit Broekhuysen er ’s avonds mee richting zee. Ze vaart langs het strand van Maríuhöfn, in de veertiende eeuw de eerste bruisende haven van IJsland, een belangrijke aanlegplaats voor handelsschepen en dé ontmoetingsplek voor wie zaken wilde doen. In de tuin van de schrijfster zouden ooit de paarden zijn gestald die de aangemonsterde reizigers over het land vervoerden.

Meer reflectie

De pest had rond 1400 aan dit alles een eind gemaakt. Hier en daar is nog een door gras overwoekerd perceel te vinden dat aan de geschiedenis herinnert, maar verder doet niets vermoeden dat dit fjord ooit het centrum van het eiland was. Leegte alom.

Niet alles is hetzelfde. ‘Winter-IJsland’ ging over Broekhuysens eerste jaar in het hoge noorden en was vooral een verslag van dagelijkse bezigheden en gebeurtenissen. Ook in ‘Flessenpost uit Reykjavik’ lezen we over het leven van een jong gezin in ijzige kou en winterse stormen. Maar de baby is een scharrelende peuter geworden en de peuter een grappige wijsneus – “ze draaien weer die rare film, waarin alleen maar gevoetbald wordt”.

Meer dan in het eerste boek over haar nieuwe land reflecteert Broekhuysen op haar ervaringen. Met een fijnbesnaarde stijl bouwt ze ruimte in voor introspectie, voor beschouwingen, en dat geeft ‘Flessenpost’ een diepere laag en meer inhoud dan zijn voorganger.

Zo gewoon mogelijk doen

Broekhuysen (1983), die aan het conservatorium viool studeerde en behalve ‘Winter-IJsland’ nog twee romans op haar naam heeft staan, schrijft over hoe ze zich voorheen voortdurend probeerde terug te trekken. Haar woonplaats Amsterdam was te druk, Oostenrijk en het Britse platteland al beter dan Haarlem. En nu dan een geïsoleerd IJslands fjord. Maar juist in dat kluizenaarsoord is ze nieuwsgierig geworden naar de ander. “Behoefte hebben aan een prikkelarme omgeving maakt je nog geen getalenteerd kluizenaar.”

Ze gaat de eenzaamheid te lijf door maar zo gewoon mogelijk te doen. “Hoe kleed je je aan op een dag dat je geen mens onder ogen zal komen? Ik kan mijn huis zo warm stoken dat ik naakt kan rondstappen, de kosten zijn nihil op vulkanische grond. De kans dat ik, burger van weinig betekenis, via mijn webcam in mijn navigeren word gevolgd door een of andere veiligheidsdienst, lijkt me haast nog groter dan dat de buurvrouw, een paar hectare verderop, er uit verveling een verrekijker bij pakt.”

Toch steekt ze zich in haar mooiste jurk en stift haar lippen. Voor haar denkbeeldige spion. Of voor de auto van Google Street View, die toevallig het geitenpaadje naar haar stulpje aan zou doen. “Hij zal daar rijden juist wanneer ik de vuilniszakken buitenzet.”

Kiekeboe

Hoewel ze zich niet als een heremiet wil opsluiten, ontwijkt Broekhuysen lange tijd de weinige IJslanders die ze kent. Als ze haar dochter ophaalt van school duikt ze weg voor ouders en leraren die haar zouden kunnen aanspreken, want: “mijn dagelijks leven is een aanhoudend mondeling waarop ik me onvoldoende heb voorbereid”.

In dat verre buitenland realiseert Broekhuysen zich “dat het krijgen van een kind behalve een verdrag met je man een verdrag met de maatschappij inhoudt, een verpletterend inzicht, dat zoals de meeste inzichten slechts door ondervinding aan je kan worden geopenbaard. Kiekeboe, kirt je baby’tje – boe! echoot de samenleving. Jij dacht dat je je kon verschansen, ha!”

Maar dan, na jaren, komt het besef dat het gevoel deel uit te maken van een nieuwe samenleving, een nieuwe omgeving, een nieuwe familie een kwestie van tijd is. ‘Leeftijd’ noemt Broekhuysen dat. Verbinding volgt vanzelf door het opbouwen van een gezamenlijke context. Niet een koetjes en kalfjescontext door elkaar te onderwerpen aan een spervuur aan vragen over werk, hobby’s of favoriete film. Nee, het gaat om een gedeelde context. Samen een buur uit de sneeuw trekken, samen bomen op een kale helling planten, samen aan weerskanten van de wieg van een ziek kind zitten. “De actie die je moet ondernemen is concreet, maar de integratie zelf is een onbewust proces.” En dan heb je geen Þórarinn meer nodig.

Oordeel: fijn besnaard proza, met ruimte voor introspectie.

Laura Broekhuysen
Flessenpost uit Reykjavik
Querido
174 blz. €17,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden