Boekentip Q serie

De creatie van misdaadauteur Jussi Adler-Olsen is interessant genoeg om tien boeken te vullen

In de tv-serie over Carl Mørck speelt Nicolaj Lie Kaas (links) de hoofdrol Beeld lumière

Het Deense multitalent Jussi Adler-Olsen schrijft gestaag aan een serie thrillers over Carl Mørck, speurder met een duister verleden.

Zijn er nog inspecteurs die interessant genoeg zijn om een serie van, zeg, tien boeken te vullen, en misschien ook wel evenveel films? De internationale wereld van de thrillers is snel en vluchtiger geworden. Maar Denemarken heeft Carl Mørck, de creatie van misdaadauteur Jussi Adler-Olsen. Een slimme, onaangepaste speurder die zijn bazen tot wanhoop drijft en bij wie er thuis ook altijd wat te beleven is. Een man die op het ene moment de grootste crimineel van Denemarken inrekent en direct daarna, wanneer zijn moeder hem belt, terug moet in zijn hok.

Adler-Olsen is een multitalent. Hij was eerder onder meer componist, scriptschrijver in dienst van Disney en uitgever. Hij is de zoon van een in Denemarken vermaarde psychiater, die voor zijn werk regelmatig verhuisde in een tijd waarin het heel gewoon was dat de psychiater dicht bij de instelling woonde. Op al die plaatsen kreeg de jonge Jussi al een aardig inzicht in de mogelijke afwijkingen van de menselijke psyche. Uit die bron lijkt hij regelmatig te putten.

Tussendoor was de auteur ook nog actief in de Deense vredesbeweging, maar anders dan zijn illustere Zweedse voorgangers Sjöwall en Wahlöö is er weinig expliciete linkse maatschappijkritiek in zijn boeken te vinden.

Het kostte Adler-Olsen, die ook nog aardig met de gitaar overweg kan, met al die andere talenten wel 45 jaar om serieus met schrijven te beginnen. Inspecteur Mørck uit Kopenhagen kwam bovendrijven toen zijn schepper al dik in de vijftig was. Dat geschiedde zo’n tien jaar terug in het bijzonder spannende ‘De vrouw in de kooi’, waarin hij moet achterhalen wat er is gebeurd met een vrouwelijke minister.

Jussi Adler-Olsen Beeld Robin Skjoldborg

Aan het begin van de serie is hij net hersteld van zware verwondingen na een schietpartij, waarbij zijn ene maat om het leven kwam en de andere bijna volledig verlamd in het ziekenhuisbed belandde. Allemaal uiterst verdacht, maar wat er precies voorgevallen is, weet de lezer niet.

Aan het eind van dit jaar verschijnt in deze ‘serie Q’ het achtste boek. Stapsgewijs en tergend traag wordt de toedracht van die schietpartij onthuld, terwijl Mørck steeds een losse zaak oplost.

De naam van de serie verwijst naar de afdeling die inspecteur Mørck in het begin van de reeks in zijn maag gesplitst krijgt. Het is een nieuwe politie-eenheid, gevormd op aandringen van het Deense parlement. Dat beklaagde zich over het grote aantal moorden dat al jarenlang niet is opgelost. Als echte ambtenaren besluiten de politiebazen om slechts voor de vorm een afdeling voor cold cases op te zetten.

Ze zetten Mørck, die ze maar eigenwijs en lastig vinden en die na het overlijden van zijn maat ook nog eens mogelijk verdacht is, in de kelder van het hoofdbureau. Ze wijzen hem Assad toe, een Syrische vluchteling die moet functioneren als een soort manusje-van-alles maar die uit zijn mysterieuze verleden opvallend goede vaardigheden blijkt te hebben opgedaan om criminelen aan te pakken.

In het tweede boek komt dan ook nog Rose het team versterken, de herintredende huisvrouw aangenomen als secretaresse. Ook zij gaat snel maar al te gretig meespeuren.

En werk is er genoeg, want auteur Adler-Olsen, inmiddels een grootheid in eigen land, had het goed gezien: net als in Nederland zijn cold cases in Denemarken populair. In het echte leven, maar dus ook in deze boeken. De zoektocht naar kindermoordenaars in het derde deel, ‘Noodkreet in de fles’, is een nieuw hoogtepunt in de reeks. Daarna zakt het niveau lichtjes en schiet het ook met die schietpartij uit het begin van de serie – zeg maar de overkoepelende plot – ergerniswekkend weinig op. Toch blijven humor en clou onverminderd goed.

In zijn eigenwijsheid lijkt inspecteur Mørck eerder op Britse voorgangers zoals Morse en Frost dan op de gepijnigde Scandinavische collega’s als Harry Hole of Kurt Wallander. Met die laatste heeft deze serie dan weer gemeen dat er heel handig gebruik wordt gemaakt van het Scandinavische landschap.

Zoals in boek nummer zes, ‘De Grenzeloze’, dat speelt op het Deense eiland Bornholm, bij de kust van Zweden, een soort Texel. De gangen van Mørck op dit eiland, waar hij een oud auto-ongeluk onderzoekt, zijn op de voet te volgen voor wie er ooit op is geweest. In dit boek krijgt de lezer ook weer zicht op de hoofdintrige van de serie.

De eerste vier boeken in de reeks zijn inmiddels verfilmd met in de hoofdrol Nicolaj Lie Kaas, een acteur die de liefhebbers van de televisieserie ‘The Killing’ – dat andere Deense hoogtepunt – zullen herkennen als de collega-politieman die het Sara Lund nog knap lastig maakt.

Adler-Olsen schrijft stug door en de grote vraag is of in ‘Offer 2117’, het achtste deel dat na de publicatie in het thuisland ongetwijfeld ook in Nederlandse vertaling zal verschijnen, eindelijk duidelijk wordt in welke tragedie de sympathieke hoofdheld Carl Mørck verwikkeld is geraakt.

Lees ook:

Gruwelijke moorden, maar er valt wat te lachen

In deel 7 over Afdeling Q - voor onopgeloste moorden - worden bijstandsprofiteurs achteloos gedood. En er valt veel te lachen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden