null Beeld

FilmrecensieDorp aan de rivier

De camera zó dichtbij: dat was in 1958 bijzonder

Dorp aan de Rivier
Regie: Fons Rademakers
Met Max Croiset, Mary Dresselhuys, Jan Retèl }
★★★★

Het is niet moeilijk om te zien waarom Dorp aan de Rivier in 1958 genomineerd werd voor een Oscar voor Beste Buitenlandse Film. De Amerikaanse cinema die tot dan toe bestond, liet het leed van z’n personages zelden van zo dichtbij zien.

Fons Rademakers’ debuut over het dorpsleven aan de Maas circa 1910, was een verfilming van een roman van Anton Coolen. De centrale figuur is de Friese dokter Tjerk van Taeke, die om de een of andere reden in het dorp verzeild is geraakt. Geliefd onder de dorpsbewoners, omdat hij alles voor ze over heeft. Gehaat door de burgemeester, omdat hij geen respect heeft voor het lokale gezag. Door een zelfmoord komen de verhoudingen onder druk te staan.

Mensen van weinig woorden

Het is vooral door Eduard van der Endens camera, die de gezichten dichtbij haalt, en door Rademakers’ keuze om niet alles met woorden aan de kijker over te brengen, dat Dorp aan de Rivier intiem wordt. Rademakers begreep dat dit mensen van weinig woorden waren. Het scenario en de spaarzame dialogen die wel worden uitgesproken, zijn trouwens van Hugo Claus.

De kijker moet z’n 21ste-eeuwse gevoeligheden wel even opzij zetten. Vrouwen waren hier nog ‘wijven die een man gek kunnen maken’ en rondtrekkende zigeuners worden afgebeeld als halve wilden. De notabelen zijn gewiekst en de dorpsbewoners zijn eenvoudig maar eerlijk volk. Een simpel wereldbeeld dat je zelfs nu nog wel eens tegenkomt. In werkelijkheid lag dat natuurlijk veel ingewikkelder. Maar zoals de film zelf al in de openingstekst aankondigt: dit gaat over een legende.

Te zien op CineMember

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden