null Beeld

BoekrecensieEssays

Danilo Kiš over de verhouding tussen leven en schrijven: Mijd het realisme, leve het experiment

In zijn nu in Privédomeinen gebundelde essays en polemieken betoont Danilo Kiš zich een gedreven schrijver, voor alles uit op experimenten met vorm en stijl.

Sofie Messeman

Danilo Kiš (1935-1989) behoort tot het kruim van de Midden-­Europese schrijvers, al zou die classificatie hem maar matig bevallen. In het titelessay van Homo poëticus, de net in het Nederlands vertaalde bloemlezing van essays en polemieken, fulmineert Kiš vol vuur tegen de neiging van ‘Europa’ om schrijvers uit ‘Midden-Europa’ te diskwalificeren. Alsof de Midden-Europese schrijvers allemaal slechts met politiek bezig zijn en niet met de literatuur zelf.

Een slag in het gezicht van de gedreven literator die Kiš is. Hij schrijft: ‘Voor ons, Joegoslaven, voor ons de homo politicus, en voor alle anderen al het andere, alle andere dimensies van dat wonderbaarlijke kristal met honderden oppervlakken, dat kristal genaamd homo poëticus, dat poëtische dier dat evenzeer lijdt aan de liefde als aan de sterfelijkheid, evenzeer aan de metafysica als aan de politiek... Hebben we een dergelijk lot verdiend?’

De vele valkuilen die een schrijver moet zien te vermijden

De teksten in Homo poëticus zijn chronologisch geordend, ze lopen van 1958 tot 1989. Het grote thema is de vraag naar de verhouding tussen leven en schrijven en de vele valkuilen die een schrijver moet zien te vermijden. Kiš huivert bij de uitdrukking realistische literatuur, ‘die het leven van het volk moet verbeelden’. Joegoslavische critici die zijn romans met dat criterium beoordelen, krijgen er ongenadig van langs.

Sowieso haat Kiš ‘geëngageerde literatuur’: ‘Door wat in literaire zin engagement wordt genoemd, is meer kwaad aangericht en zijn meer mensen en talenten vermoord (in de ware zin van het woord) dan door de niet-geëngageerde mooischrijverij’. In zijn Raadgevingen aan jonge schrijvers pent hij dan ook niet toevallig: ‘Spring niet aan boord van de exprestreinen van de geschiedenis’.

Experimenteren met stijl of vorm is het enige waar het hem om gaat. ‘Het komt erop neer dat ik niet alleen een thema nodig heb dat me obsedeert, maar ook een verandering van register.’ En inderdaad, in al zijn boeken heeft Kiš zich gewaagd aan steeds nieuwe vormen.

Was Mansarde (1962) nog een sarcastische schelmenroman, dan was Psalm 44, het enige boek dat hij over de Holocaust heeft geschreven, door en door realistisch, wat hij overigens hier betreurt. Ook in de bekende autobiografische trilogie – Tuin, as (1965), Kinderleed (1969) en Zandloper (1972) – probeert hij stijlen uit. Zo is Tuin, as volledig vanuit het perspectief van zijn alter ego verteld, een 7-jarige jongen die slechts ziet wat er gebeurt, zonder dat hij feitelijk geïnformeerd is over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

Danilo Kiš, Belgrado 1972 Beeld
Danilo Kiš, Belgrado 1972

Een grafmonument voor Boris Davidovitsj (1975), verhalen over verraad en politieke moord in Oost-Europa tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw, zou verteltechnisch verwant zijn met Wereldschandkroniek van Borges, zij het dat Kiš’ verhalen gebaseerd zijn op echte biografieën. Encyclopedie van de doden (1983) combineert heel postmodern documentatie en mythe om zo een hommage te brengen aan de slachtoffers van Stalins Goelag.

Twee schrijvers die door de geschiedenis zijn vermorzeld

De ontkenning van die Goelag door linkse intellectuelen als Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir, is voor Kiš onvergeeflijk. ‘Mevrouw Simone de Beauvoir verklaart dat ze zichzelf niets heeft te verwijten. […] Ze had geen helder inzicht in de Goelag […] De heilige Simone [...] heeft zich vergist, net als alle Fransen, dus waarom zou je daar gewetenswroeging over hebben. Alsof het haar plicht niet was te zien wat anderen niet zagen. Want de anderen gingen niet regelmatig op bedevaart naar het Kremlin, zoals het heilige Franse duo dat wel deed.’

Uitzonderlijk qua intonatie – een mengeling van felle verontwaardiging en koude feitelijkheid – zijn Kiš’ essays over twee schrijvers die door de geschiedenis zijn vermorzeld: Varlam Sjalamov en Karlo Štajner.

Sjalamov bracht zeventien jaar van zijn leven door in Sovjetkampen boven de pool-­cirkel, ‘de hel op aarde’, die hij beschreef in Berichten uit Kolyma. Štajner werd na een koehandel tussen Tito en Chroestjov, waarbij Tito een lijst van 113 verdwenen Joegoslaven overhandigde aan de Sovjetleider (‘een scène als in Gogol’), ‘opgespoord in de eindeloze Siberische vlakten’ en zo toevallig gered.

Bij zijn ontmoeting met Štajner, de schrijver van 7000 dagen in Siberië, stelt Kiš vast dat de man ‘geen littekens heeft’. Maar als hij Štajners vrouw Sonja ontmoet, volgt de ontnuchtering. ‘In die ogen, gebed in het gezicht van een mooie vrouw, ontdek ik iets wat ik in mijn hele leven nog niet heb gezien: dode ogen’. De echtgenotes van de ‘vijanden van het volk’ werden verstoten en beschimpt.

Homo poëticus bevat ook een – deels voltooid – biografisch project waartoe journalist Gabi Gleichmann Kiš in de jaren tachtig wist te verleiden: ‘Leven, literatuur’.

Massamoord op de bevroren Donau

Kiš’ vader Eduard was een Hongaarse Jood, zijn moeder Milica Dragićević een orthodoxe christen uit Montenegro. Aan Gleichmann vertelt de schrijver over de ‘koude dagen’ in Novi Sad. In 1942 dreven Hongaarse troepen de joden van Novi Sad naar de Donau om hen daar te vermoorden en in een gat in het ijs te gooien. Onder hen bevond zich Eduard Kiš. Maar hij werd op het nippertje vrijgelaten. De massamoord werd stopgezet omdat het gat in het ijs verstopt was geraakt met lijken.

Het gezin vluchtte naar familie in Zuid-West Hongarije, waar Eduard Kiš in 1944 toch werd opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd.

Na de oorlog verhuisde Danilo naar familieleden van moederskant in Cetinje in Joegoslavië. Later studeerde hij literatuurwetenschap aan de universiteit van Belgrado. Vanaf de jaren zestig gaf Kiš les aan de universiteiten van Straatsburg, Bordeaux en Lille.

Toen Joegoslavische critici hem bij de publicatie van Een graf voor Boris Davidovitch beschuldigden van plagiaat, vestigde de schrijver zich in 1979 definitief in Parijs, waar hij in 1989 overleed.

Homo poëticus dompelt de lezer onder in de gedachtewereld van een zeer gedreven literator. De verwijzingen naar andere auteurs zijn talrijk, ze strekken zich uit van Kiš’ favoriete Midden-Europese schrijvers Dezsö Kostolányi en Endre Ady tot zijn idolen James Joyce en Jorge Luis Borges. Ook verkent Kiš in deze bundel een hele reeks genres: heftige polemieken, poëtische mijmeringen, weloverwogen essays en zelfs gedichten. Boeiend is hoezeer de hele twintigste eeuw in dit boek in beeld komt: de Holocaust, de Goelag, maar ook de hele sfeer van de Koude Oorlog.

null Beeld

Danilo Kiš
Homo poëticus. Leven, reizen, literatuur
Vert. uit het Servo-Kroatisch door Reina Dokter en Pavle Trkulja
De Arbeiderspers;
300 blz. €23,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden