null Beeld
Beeld

PoëzieJanita Monna

Babeth Fonchie Fotchind vindt onderkoelde toon in haar gedichten over leven in (en na) het azc

Janita Monna

In haar poëziedebuut Plooi toont Babeth Fonchie Fotchind pijnlijk en geestig de bureaucratie waar vluchtelingen in Nederland mee ontvangen worden.

Op 24 september houden asielzoekerscentra in Nederland open dag. Dan kunt u kennismaken met mensen die voor oorlog of honger, vanwege geaardheid, geloof of politiek, zijn gevlucht. Onder hen timmermannen en artsen, koks en docenten, vrachtwagenchauffeurs en evengoed (toekomstige) schrijvers. Rodaan Al Galidi bracht jaren door in een asielzoekerscentrum, Kader Abdolah – het zijn inmiddels gevestigde namen binnen de Nederlandstalige literatuur.

Ook Babeth Fonchie Fotchind (1993) had ooit een ‘slaap-/ woon-, speel-, droom-, bad-, studeer-,/ hobby- en kleedkamer’ in een asielzoekerscentrum. Ze was nog jong toen ze met haar moeder vanuit Kameroen naar Nederland kwam. Onlangs debuteerde ze als dichter, met Plooi.

Tedere nuchterheid

Die bundel telt vier afdelingen ‘verzamelde goedbedoelde adviezen’, al worstelt de ‘ik-figuur’ in deze bundel met gevoelens, problemen en verlangens waar geen pasklaar advies voor bestaat. Zet je die op een rijtje, dan rijst het vermoeden van topzware gedichten: de botsing tussen culturen, lesbisch-zijn, een moeder die met haar dochter breekt omdat haar nooit anders is geleerd dan dat homoseksualiteit verdorven is, relatieproblemen, misbruik, een kinderwens, en steeds maar weer het idee dat van jongs af aan is ingeprent, dat ze ‘drie keer’ zo hard haar best moet doen: ‘(andere/ zwarte migrantenkinderen leerden van hun ouders twee keer, maar de hare namen/ het zekere voor het onzekere)’.

Maar Fonchie Fotchind vond een bijna onderkoelde toon voor haar gedichten. Voor de vermeende adviezen van maatschappij, familie, psychiaters, vrienden, liefdes. Verdriet en boosheid over het verbroken contact met de moeder klinken in ritmische zinnen met een tedere nuchterheid.

Ondraaglijke onzekerheid

Pijnlijk (en geestig) toont ze de bureaucratie waar vluchtelingen mee ontvangen worden in Nederland: ‘mijn vader mag door naar de volgende ronde van het/ je-bent-gevlucht-voor-je-leven-maar-laten-we-doen-alsof-dit-een-spel-is-spel’, en maakt ze de tweespalt zichtbaar tussen haar geboorteland en het land waar ze inmiddels woont. Zie de haast zakelijke beschrijving van vakantiereizen naar Kameroen, waarin evengoed kritiek hoorbaar is: ‘een toerist wil weten of een van de jongens/ echt zo makkelijk voor de penis van een witte gaat’. De poëzie van Fonchie Fotchind roept wel herinnering op aan die van Radna Fabias.

Het geswipe op datingapps of de aanpak van eenzaamheid vindt niet altijd een dwingende vorm, zoals zinnen te spreektalig kunnen zijn. Maar dat achter onopvallende woorden als deze een ondraaglijke onzekerheid schuilgaat, maakt ze scherp voelbaar: ‘we hebben het over zijn dagelijkse overweging/ mag hij blijven of moet hij weg’.

vierde zaterdag van september

ik bezoek op de landelijke
open dag voor asielzoekerscentra mijn oude azc
mijn psychiater zegt dat alles gevoeld mag worden
om te zien hoever het helingsproces is gevorderd
neem ik de proef op de som
en betreed het grauwe bouwwerk dat ik ooit thuis noemde

‘habibi, habibi,’ zingt de irakese zanger
op het podium bij binnenkomst, het bruist hier
vandaag, er zijn zoveel vrolijke mensen
en de roodborstjes fluiten geluidloos
getekend op de tegels met nog meer barsten dan toen

het is de bedoeling dat ik leer inzien dat
wat vroeger is gebeurd niet aan mij ligt
dat ik leer gezonder te reageren in situaties
die mij triggeren, zo plotseling als een pistool
in de handen van een amerikaanse vijfjarige

het programmaboekje meldt:
een mooie kans voor nederlanders om vluchtelingen te ontmoeten en
deze dag is belangrijk, deze dag creëert draagvlak voor vluchtelingen en
vluchtelingen krijgen vandaag letterlijk een gezicht

de plattegrond
heb ik niet nodig om mijn oude slaap-
woon-, speel-, droom-, bad-, studeer-,
hobby- en kleedkamer te vinden
eenmaal voor de deur vraag ik me af
moet ik blijven of kan ik weg

de huidige bewoner is zo vrij
mij binnen te laten
nadat ik hem mijn in de ij-hallen
recent gescoorde prada-zonnebril heb gegeven
zijn ogen lichten op door de namaak
we hebben het over zijn dagelijkse overweging
mag hij blijven of moet hij weg

op de plek waar ik uit opstandigheid
mijn kauwgum tegen het bedframe drukte
is een roze plakkerig kunstwerk ontstaan
het is niet meer te achterhalen welke bubblicious
van mij was. hier
zal ik blijven

Babeth Fonchie Fotchind

null Beeld

Babeth Fonchie Fotchind
Plooi
De Geus; 96 blz. € 18,99

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze was redacteur bij Poetry International en nam het initiatief voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze over poëzie.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden