Boek van de weekTove Ditlevsen

Autobiografie Tove Ditlevsen: buitenbeentje in kille kringen

Beeld Erik Petersen

In haar in 1967 gepubliceerde driedelige autobiografie beziet Tove Ditlevsen scherp en eerlijk het eigen leven. Het eerste deel ‘Kindertijd’ is nu vertaald.

“Je kindertijd is lang en smal als een doodskist en je kunt er niet zonder hulp aan ontsnappen”, constateert Tove Ditlevsen cynisch in het zojuist in het Nederlands verschenen, autobiografische ‘Kindertijd’. De schrijfster groeide op in de naoorlogse jaren twintig in een tweekamerappartement in een woonkazerne in de Kopenhaagse wijk Vesterbro. Het is een harde omgeving: de buren uit het blok maken voortdurend ruzie, drinken en gaan vreemd. Velen zijn werkloos, armoede is alomtegenwoordig. Als Tove’s vader, een stoker met socialistische overtuigingen, werkloos wordt, moet het gezin overleven op oud brood. “We leden nooit zoveel honger, onze buiken waren altijd wel gevuld met het een of ander, maar ik leerde de halfhonger kennen die je voelt als je de geur van avondeten ruikt door de deuren van degenen die het beter hebben, als je dagenlang hebt geleefd op koffie en oude deegwaar, waar je voor vijfentwintig øre een hele schooltas vol van kreeg.”

Tove is van kindsbeen af een buitenbeentje. Ze houdt meer van lezen dan van spelen, ze is introvert en teruggetrokken. Bovenal verlangt ze naar liefdesblijken van haar moeder, maar de vrouw is afstandelijk en kil. De schrijfster suggereert dat haar moeder ooit grappig en frivool was, maar dat ze die eigenschappen sinds haar huwelijk is verloren. Ondanks alles weet Tove zich te beschermen tegen de onverschillige omgeving waarin ze opgroeit. “Ik bracht de kopjes naar de keuken en in mij begonnen lange, merkwaardige woorden als een beschermend vlies over mijn ziel te kruipen.” Het is haar prille kennismaking met poëzie. Fervent begint ze gedichten te schrijven, die ze optekent in een angstvallig verborgen poëziealbum. Maar als ze op een dag bekent dat ze dichter wil worden, fronst haar vader en zegt streng: “Haal je maar niets in je hoofd! Een meisje kan geen dichter worden.” Op de vraag wat een meisje wel kan worden, luidt het antwoord: eigenlijk niets. Haar moeder drukt haar onophoudelijk op het hart dat ze een goed huwelijk moet sluiten, met een man die haar kan onderhouden.

Beeld Ritzau

Opmerkelijk is dat Ditlevsens kindertijd ophoudt op 14-jarige leeftijd. Van dan af moeten arbeiderskinderen voor zichzelf instaan. In ‘Jeugd’, het tweede deel van de trilogie, dat voorlopig enkel in het Deens en Engels beschikbaar is, moet Ditlevsen via allerlei onbetekenende baantjes in haar onderhoud voorzien. De droom om vrij te zijn en te schrijven, blijft. “Ik zit op kantoor, terwijl mensen buiten in de zon lopen, onafhankelijke mensen die vrij in de wereld kunnen bewegen tussen negen en vijf en die allemaal een doel nastreven dat ze zelf hebben bepaald.”

Plechtige vreugde

Als Ditlevsen eindelijk thuis weg kan, huurt ze een kamer en een schrijfmachine. Via Viggo F., een uitgever die in het tijdschrift Wilde Tarwe jong schrijftalent een kans geeft, komt ze in contact met mensen uit literaire kringen. Viggo F. helpt haar om haar eerste poëziebundel te publiceren. “Ik neem de bundel in mijn handen en ervaar iets wat ik nooit eerder heb gekend: een plechtige vreugde.”

Uit Ditlevsens trilogie spreekt een enorme gedrevenheid om het als schrijfster te maken. Ze toont de vele fases van die wording, van de eerste poëziebundel tot de eerste roman en het fulltime schrijverschap. Daarbij verhult de schrijfster haar opportunisme niet: iedereen maakt gebruik van de medemens, zoals haar allereerste literaire mentor Koch haar ooit verzekerde.

Tove DitlevsenBeeld Mogens Berger

Ditlevsen doorgrondt zichzelf met meedogenloze blik. Deze memoires zijn veel meer dan een rechttoe-rechtaan verslag van een leven, ze zijn literair qua opzet en effect. Dat komt ook door Ditlevsens persoonlijke stijl, die bestaat uit korte, afgemeten zinnen die precies uitdrukken wat ze wil zeggen zonder een woord te veel.

Ieder man is een potentiële huwelijkskandidaat

De trilogie biedt ook een bijzonder inkijkje in de mentaliteit van die dagen. Dat een kantoormeisje als Ditlevsen op zaterdag uitgaat en telkens door andere jongens gekust wordt, is vreemd, maar voor deze kantoormeisjes is elke langskomende man een potentiële huwelijkskandidaat. Ze moeten zien te huwen met iemand die in hun levensonderhoud voorziet. “Het heeft iets pijnlijks en kwetsbaars als je als jong meisje in je eigen onderhoud moet voorzien”, constateert Ditlevsen in ‘Jeugd’. Het klopt trouwens dat de meisjes overgeleverd zijn aan de grillen van de werkgevers en zo slecht betaald worden dat ze niet eens hun kleine logementskamers kunnen verwarmen.

Tove Ditlevsen Beeld Gyldendals Billedbibliotek

In het derde deel, ‘Afhankelijkheid’, ontleedt Ditlevsen haar drie huwelijken en evenveel echtscheidingen. Eerst huwt Ditlevsen haar veel oudere mentor Viggo F. Maar in zijn fatterige, esthetiserende bestaanswijze is er geen plaats voor een jonge vrouw als Tove, al blijft Viggo F. lange tijd haar toegangskaartje tot het schrijverswereldje. Ditlevsens tweede huwelijk is redelijk ongecompliceerd, al heeft haar man Ebbe het er moeilijk mee dat zijn vrouw hem onderhoudt.

Ditlevsens derde huwelijk – met Carl – is vernietigend. Carl is arts en heeft Ditlevsen laten kennismaken met het opiaat Demerol. Hij gebruikt het als machtsmiddel. Telkens als ze naar een schrijversbijeenkomst wil gaan, belooft hij haar een shot, iets waarvoor ze steeds makkelijker zwicht. En als de drugs beginnen te werken, bedrijft hij op een agressieve manier de liefde met zijn halfbewusteloze echtgenote. Bladzijdenlang ontrafelt de schrijfster huiveringwekkend haar eigen afhankelijkheid van harddrugs, tot ze uiteindelijk nog dertig kilo weegt en op het nippertje gered wordt in een afkickkliniek. Het zijn erg lastige bladzijden om te lezen. Ze zou nooit meer helemaal de oude worden. In 1976 pleegt ze zelfmoord.

OordeelMeedogenloze memoires van een bijzonder auteur.

Tove Ditlevsen
Kindertijd
Vert. L. Post-Oostenbrink. Das Mag; 143 blz. € 19,99

Lees ook:

‘Als ik over muziek praatte, was het meestal met jongens’

Julie Phillips gaat op zoek naar een betekenisvol object en noemt Tove Ditlevsen in deze zoektocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden