RecensieEssays

Annie Dillard wil leren leven als een wezel

In haar essays verkent Annie Dillard de natuurlijke wereld; heel precies en in een schitterende taal. Ze wil weten waar ze bestaat.

Annie Dillard (1945) behoort samen met Joan Didion (1934) tot de top van de Amerikaanse essayistiek. Waar Didion in haar essays de culturele fenomenen analyseert, onderzoekt Dillard in haar werk de natuurlijke wereld. Haar bekendste boek is Pelgrim langs Tinker Creek dat vorig jaar in de uitmuntende vertaling van Henny Corver verscheen. Haar vertaling van de essaybundel De overvloed is even goed. Voor deze uitgave maakte Dillard een selectie van haar favoriete stukken, die zowel een fijne introductie als een kernachtige samenvatting zijn van een bijzonder oeuvre.

In De overvloed heeft Dillard drie hoofdstukken uit Pelgrim langs Tinker Creek opgenomen. Het boek, in 1975 bekroond met de Pulitzerprijs, is verwant aan het klassieke Walden van Henry David Thoreau (1817-1867). In Walden schreef Thoreau dat de werkelijkheid ‘fabelachtig’ is, maar helaas kennen wij mensen de wereld niet: ‘Wij weten niet waar we zijn’. En dat is precies de essayistische onderneming van Dillard: kijken en verwoorden, de wereld leren kennen en beschrijven. Zo schrijft ze in ‘Een wandeling in Roanoke Valley, Virginia’: ‘Een bepaalde onterechte, aangeleerde hoogmoed leidt ons af van onze oorspronkelijke intentie: de omgeving verkennen, het landschap beschouwen, en althans trachten te ontdekken, zo niet waaróm we op aarde neergepoot zijn, dan toch tenminste wáár’. Schrijvend probeert Dillard de afstand tussen haar en de wereld te verkleinen.

Net als Thoreau trekt Dillard zich terug in de bossen om bewust te leven. De bosrijke omgeving van Virginia nodigt uit tot denken. Dillard weet van een clichématige metafoor een verfrissende vergelijking te maken. Een stromende rivier om de tijd te beschrijven is bij Dillard geen afgekloven beeld. Haar omschrijving van de rivieren Tinker en Carvin’s Creek tintelt: ‘Hun mysterie is dat van de schepping die immer doorgaat en ­alles wat de voorzienigheid impliceert: het steeds weer wisselende beeld, de gruwel van het verstarde, het vervliegen van het heden, het oneindig verfijnde van schoonheid, de pressie van voortplantingsdrift, de ongrijpbaarheid van al wat vrij is en het onvolmaakte van perfectie’.

Slechts een enkele keer is de natuur niet leidend in De overvloed. In het essay ‘Disneyland’ doet Dillard verslag van haar verblijf in het pretpark met een aantal Chinese schrijvers. Dit is duidelijk niet Dillards omgeving. Deze culturele uitwas is veel meer het terrein van Didion. Zij weet beter raad met dit soort redundante recreatieparken.

Dieren laten zich leiden door noodzaak, bij mensen is de keuze leidend

Terug naar de natuur dus, naar wat werkelijk van belang is, want leren leven is volgens Thoreau je bezighouden met het noodzakelijke. Dit idee werkt Dillard uit in het essay ‘Wezel’. Tijdens een wandeling ziet ze voor het eerst een wezel in het wild. Na de particuliere gebeurtenis volgen de algemene gedachten. Volgens Dillard laten dieren zich leiden door noodzaak, terwijl bij mensen de keuze leidend is. Wij mensen worden afgeleid door het overbodige, door pretparken als Disneyland. En Dillard wil leren leven als een wezel en net als het dier ‘zonder pijn openstaan voor de tijd en de dood’.

De tijd is een van de belangrijkste thema’s van Dillards oeuvre en prachtig schrijft ze over de verstreken tijd: ‘Weer is een jaar weggerafeld, uitgerold en uitgespreid over niets, als een weggeworpen met wartaal beschreven spandoek’. In De overvloed gaat het ook veelvuldig over nietigheid en vergankelijkheid. De mens stelt niet zo veel voor in deze grandioze schepping. We zijn niet alleen sterfelijk, we zijn ook nog eens onwetend en in navolging van Thoreau schrijft Dillard: ‘Wat zich hier afspeelt weten we niet’. Maar we moeten niet berusten, met ontzag en eerbied moeten we ontleden en ontrafelen: ‘Druk door. Onderzoek alles intens en onvermoeibaar.’

Als het niet over de tijd gaat in De overvloed dan gaat het wel over zijn pendant: de eeuwigheid. In ‘Totale zonsverduistering’ verhaalt Dillard hoe ze vroeg opstond en met haar man een heuvel op liep om te zien hoe de maan de zon zou blokkeren. Die totale zonsverduistering zorgt voor een transcendentale ervaring, alsof Dillard daar op die heuvel niet meer aan de tijd is gebonden en door de eeuwigheid zweeft. Later, in een restaurant, komt ze langzaam weer tot leven.

Dillard heeft het herhaaldelijk over de voorzienigheid, het eeuwige en de schepping. Maar is ze ook gelovig? In ‘Old Stone Presbyterian’ vertelt Dillard dat ze tot verdriet en ontzetting van haar ouders de kerk heeft verlaten. Als er een God is volgens wiens wil alles verloopt, waarom is er dan zoveel leed? Daar krijgt de jonge Dillard geen fatsoenlijk antwoord op en dus schrijft ze de dominee dat ze uit de kerk stapt. In De overvloed lijkt Dillard de wereld wel te beschouwen als een goddelijke schepping: mysterieus, machtig en ondoorgrondelijk. Maar het gaat Dillard niet om de vraag hoe de wereld is ontstaan. Ze wil weten waar ze bestaat, daarom verkent ze de natuurlijke wereld. Die is namelijk fabelachtig, zeker als Dillard erover schrijft.

Annie Dillard
De overvloed - Essays. 
Met een voorwoord van Marja Pruis
Vert. Henny Corver. Atlas Contact; 224 blz. € 24,99

Lees ook:

De hamvraag is: ‘Waartoe zijn wij op aarde?’

,,Waartoe zijn we op aarde?’ Dit is de vraag die ‘ons het meest interesseert’, merkt de Amerikaanse schrijfster Annie Dillard op in haar boek ‘Een beetje goddelijkheid’.

Joan Didion dringt door tot de kern van chaos en wanorde. 

De beste essays van Joan Didion in één bundel: van de bloemenkinderen naar de Central Park Five

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden