Vandaar dit boek

Anneloes Timmerije schreef ‘De mannen van Maria’, over de grande dame van Batavia

In de rubriek ‘Vandaar dit boek’ vertellen schrijvers over hun drijfveren achter het schrijven van een boek. Deze keer: Anneloes Timmerije (1955), zij schreef ‘De mannen van Maria'. 

Ik had nooit geweten van het bestaan van Maria van Aelst, als ik niet op het Leidse Rapenburg een oude bekende was tegengekomen, Menno Witteveen, jaren geleden, we hadden elkaar een hele tijd niet gezien.

Hij vertelde dat hij werkte aan een proefschrift over Antonio van Diemen, gouverneur-generaal van Oost-Indië van 1636 tot aan zijn dood in 1645. Het leek me een mooi onderwerp. Ik ben bij de promotie geweest en heb Menno’s boek gelezen. Heel kort gaat het daarin over Maria van Aelst, zij was met Antonio getrouwd. In een paar alinea’s wordt een beeld geschetst van een zeer onconventionele vrouw, die veel geld had verdiend in de diamanthandel. Bij haar dood in 1674 hoorde ze tot de honderd rijksten van de Republiek. Het fascineerde me. Waarom ken ik deze vrouw niet, vroeg ik me af. Ik heb toen aan Menno gevraagd; ‘ga jij iets met haar doen. En zo nee, mag ik dat dan?’ En dat vond hij prima.

Maria was in 1625, op haar achttiende, door haar ouders naar de Oost gestuurd. In Batavia, het Aziatische hoofdkwartier van de VOC, was een groot gebrek aan vrouwen. Nette Hollandse meisjes welteverstaan. Maria en haar lotgenoten werden verscheept om te trouwen en kinderen te krijgen: als baarmoeder te dienen dus. Anderhalf jaar nadat Maria was uitgehuwelijkt was ze al weduwe. Kort daarop opnieuw. Antonio was haar derde man.

Grand dame van Batavia

Strikt genomen had ze niets in te brengen, stond ze onder curatele. In die eerste jaren in Batavia kon ze ook nauwelijks naar buiten. Het was te heet, te nat of te gevaarlijk. Ze zat te wachten tot ze zwanger zou worden. Het was een intelligente vrouw, ze moet zich te pletter hebben verveeld. Maar geleidelijk aan onttrok ze zich aan alle conventies en regels. Ze werd de grande dame van Batavia.

Ik vermoed dat ze vaak de gesprekken van haar echtgenoten heeft afgeluisterd, die gingen alleen maar over handel. En dat ze zo het vak heeft geleerd.

Ik ben in de archieven gedoken, maar Maria zelf heeft weinig sporen nagelaten. Dat is jammer, maar aan de andere kant geeft het de romanschrijver ook ruimte. Ik heb veel onderzoek gedaan naar haar omgeving. Naar haar mannen, want daar is meer over bekend. Naar het leven in Batavia in die tijd, hoe het toeging op het hoofdkantoor van de VOC. En naar het leven in de Republiek, waar ze in 1646 weer definitief naar terugkeerde. En ik heb gesproken met wetenschappers die veel weten over die tijd. Zo heb ik langzaam haar personage ingekleurd. Ik ben mijn boek begonnen in de derde persoon, maar na een aantal hoofdstukken heb ik alles omgegooid en Maria zelf het woord gegeven.

In mijn boek laat ik Rembrandt van Rijn een portret schilderen van Maria en Antonio. Of dat werkelijk is gebeurd kan ik niet bewijzen. Het gekke is dat er van haar geen portret bewaard is gebleven, is, van Van Diemen wel, een aantal zelfs. Het kan bijna niet dat Maria niet ook geschilderd is. Rijke mensen lieten zich portretteren. En de schilder waarbij je toen moest zijn heette Rembrandt van Rijn. Ik heb een goede vriend gevraagd toch eens te kijken. Het resultaat van die zoektocht staat nu op de omslag van mijn boek. Het is een schilderij van Rembrandt, getiteld ‘A Lady and Gen­tle­man in Black’. Het heeft er alle schijn van dat de man in beeld Antonio van Diemen is. Dan kan de vrouw niemand anders zijn dan Maria van Aelst.

Anneloes Timmerije
De mannen van Maria
Querido; 304 blz. € 20,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden