null Beeld
Beeld

FilmrecensieMijn beste vriendin Anne Frank

Anne Frank wil graag ‘tongen’, en dat wringt

Mijn beste vriendin Anne Frank

Regie: Ben Sombogaart

Met Josephine Arendsen, Aiko Beemsterboer, Roeland Fernhout

Twee sterren / ★★

Het is een worsteling om een recensie over een film als Mijn beste vriendin Anne Frank te schrijven. Moet je nou de zoveelste middelmatige Nederlandse publieksfilm serieus nemen terwijl die z’n eigen onderwerp en dus ook z’n publiek niet serieus neemt? Moet je de film welwillend tegemoet treden omdat die over een belangrijk onderwerp gaat? Heeft het überhaupt nog zin om te schrijven over de platheid van het drama als je weet dat er straks gewoon weer een volgende publieksfilm in die stijl zal verschijnen?

Het is ook niet makkelijk. Een film maken over de vriendschap tussen twee meiden in de jaren veertig van de vorige eeuw in de context van de meest verschrikkelijke misdaad uit de geschiedenis van de mensheid. Hoe combineer je de braafheid (‘Heb jij al met … getongd?’) met de horror?

Het probleem van Mijn beste vriendin Anne Frank zit ’m onder meer in dat ‘tongen’. En in het feit dat zelfs de kampscènes je niet echt iets doen, laat staan de vrolijke en stoute meidenscènes in Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Eén uitzondering: Roeland Fernhout als de vader van Anne’s vriendin Hannah Goslar laat je de verschrikking voelen. Wanhopig probeert hij aan papieren te komen om Nederland te verlaten. God zal ons leiden, houdt hij Hannah voor, maar in z’n ogen zie je de naderende duisternis.


Anne was niet alleen maar schattig

De film wordt verteld vanuit het perspectief van Hannah Goslar, op wier boek de film is gebaseerd. Hannah is de brave van de twee, Anne is meer met jongens bezig en papt zomaar met een ander meisje aan, terwijl ze Hannah nog maar even daarvoor beloofde altijd samen te zullen blijven. De boodschap is duidelijk: Anne was niet alleen maar die schattige dagboekschrijfster. Scènes van hun jeugd in Amsterdam in 1942 worden afgewisseld met scènes in kamp Bergen-Belsen in 1945. De rest, zoals men zegt, is geschiedenis.

Waarom neemt de film z’n eigen onderwerp niet serieus? Die woordkeuze van ‘tongen’ illustreert een halfslachtige poging om het verhaal aantrekkelijk te maken voor een eigentijds publiek, terwijl de jurkjes en de opgetrokken sokken en de accenten van de vaders een degelijk en ouderwets historisch drama suggereren. Door zo’n combinatie prikt een publiek feilloos heen, want het overtuigt niet. Het is niet geloofwaardig.

Na zeven decennia films en documentaires over de Tweede Wereldoorlog is bovendien duidelijk dat het leven in de kampen rechttoe rechtaan dramatiseren niet werkt. Het reduceert de horror te veel tot een en-toen-dat-en-toen-dat-verhaal en dat wringt.

Nogmaals, het is lastig om daar een oplossing voor te vinden, maar dat is de opgave waar je jezelf als maker voor plaatst. Je hebt acteurs nodig die het peilloze leed kunnen overbrengen en een scenario dat respecteert hoe onvoorstelbaar wreed de historische werkelijkheid was. Het vraagt veel finesse om het goed te doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden