Boek van de week

‘Allesverpletterende’ van Nicolien Mizee is haarscherp, eerlijk en licht

Nicolien Mizee

Het derde deel van de faxenreeks vormt het sluitstuk van de vorming van de auteur. Ze heeft er eindelijk vrede mee.

In de jaren negentig, toen ­Nicolien Mizee haar faxen aan Ger schreef, legde Youp van ’t Hek in de theaters nog aan de kantoormedewerkers en niet-lezers in zijn publiek kort en krachtig uit wat een boek nou precies was: ‘Een stapel faxen’. Nu de faxmachine allang een stille dood is gestorven, is Youps grap werkelijkheid geworden. De ironie zal best besteed zijn aan Mizee. ‘Allesverpletterende’ is alweer het derde faxenboek, na ‘De kennismaking’ (2017) en ‘De porseleinkast’ (2018). Meer dan duizend pagina’s telt die stapel faxen inmiddels, en heel wat lezers zijn er verslingerd aan geraakt.

Het succes van de faxenboeken zal in de eerste plaats schuilen in de herkenbare, schurende situaties die Mizee licht en geestig beschrijft, hoe ze zich door het leven in de jaren negentig worstelt, de tijd van faxapparaten, cassettebandjes, de gulden en de daklozenkrant.

Mizee ziet de dingen vaak anders dan haar medemensen en dat stuit op wederzijds onbegrip. Andere mensen zijn sowieso moeilijk voor haar. Een praatgrage cursiste op een schrijf­retraite in Frankrijk bijvoorbeeld: “Ik keek naar dat vervelende ronde gezicht, de uitstaande tanden [...] de vervelende, vormloze armen, opgebult bij het horloge”. Vervelende armen, je kunt je er iets bij voorstellen, toch vertelt de waarneming meer over degene die kijkt dan over de armen. “De hele omgang met andere mensen is voor mij uitputtend, omdat alles naar mijn idee één eindeloze sliert van misverstanden is.”

 Trammelant met de sociale dienst

Het is aandoenlijk te zien hoe Mizee in de omgang met anderen probeert zichzelf trouw te blijven. Ze is gestopt zich te plooien, naar haar moeder bijvoorbeeld, die ze zo veel mogelijk vermijdt (na oplopende ruzies in deel 2). We leren haar kennen als een moeilijk mens, maar ook warm en loyaal. Ze spreekt altijd met liefde over wie haar na aan het hart liggen. Haar nichtje Bio steelt meteen je hart: “Die smeert een boterham vol overgave. Overal evenveel boter. Anders is het zielig voor de rest van de boterham.” De sensitiviteit, hoe Mizee volledig in beslag wordt genomen door iets, dat herkent ze in Bio: “Ze is gehoorzaamheid verschuldigd aan de dingen.”

Een terugkerende beproeving voor Mizee is de trammelant met de sociale dienst. Ze heeft een Wajonguitkering en knoopt de eindjes aan elkaar met het geld dat ze verdient met naakt poseren. Een subsidie voor een wasmachine waar ze recht op heeft, gaat aan haar neus voorbij, na talloze telefoontjes en gesprekken die uitputtend en vernederend voor haar zijn. Het lijkt klein leed, maar je voelt hoe het ingrijpt, zeker als zus An zich ertegenaan gaat bemoeien: “‘Vind jij eigenlijk niet dat je dankbaar moet zijn voor het feit dat jij wordt onderhouden door de staat?’ vroeg An me gisteren.”

Al die perikelen worden op een lichte toon en schijnbaar achteloos opgeschreven om via het faxapparaat naar die mysterieuze Ger gestuurd te worden. Het is welbekend dat het hier gaat om haar oude schrijfdocent Ger Beukenkamp, maar voor het overige blijft hij de meest ­ongrijpbare figuur in het boek. Er is sporadisch reallifecontact, kun je concluderen uit Mizee’s verhalen, maar antwoorden doet hij nooit.

Talent om eerlijk te observeren

Je gaat je afvragen of hij zich niet ongemakkelijk voelt onder al die aandacht, idolatrie en ook plotseling ongevraagde kritiek (op zijn scenario’s bijvoorbeeld), of hij haar zelfs niet als een soort stalker ziet. ‘De meest zichtbare drager van Gods oneindige grootheid’ noemt ze hem, maar voor de lezer is hij niet veel meer dan een praatpaal. Wat vindt die Ger hier allemaal van? Die vraag komt wel steeds op, en is begrijpelijk, maar niet relevant.

Een betere vraag is: Wat wilde Mizee bereiken met deze faxen? Het is geen dagboek, ze heeft die lezer aan de andere kant van de faxlijn hard nodig, als toetssteen en scherprechter voor haar ideeën en haar wereldbeeld. Want tussen alle dagelijkse toestanden in staan Mizee’s gedachten over schrijven en literatuur: “Ik heb goed nagedacht over een aantal zaken, en dat wil ik opschrijven. In literatuur ben ik niet geïnteresseerd.” En: “Het is eigenaardig, maar alles wat mooi en af is en ontworpen om te bevallen, deprimeert me. Ik hou alleen van wat louter zichzelf is, oprecht goed bedoeld en licht beschadigd.”

Het derde deel van de faxen aan Ger, zo wordt gaandeweg duidelijk, is het sluitstuk in de vorming van Mizee als schrijver. Ze is wie ze is, ze heeft er eindelijk vrede mee, want alle conflicten en al het getob hebben uiteindelijk haar gaven naar de oppervlakte gebracht: het talent haarscherp te observeren en te voelen en het talent alles te duiden met de eerlijke en consistente blik die het schrijven haar heeft gebracht. Voor de ontdekking van die talenten heeft ze veel – volgens haarzelf álles – te danken aan Ger. Geen wonder dus dat ze hem aanspreekt met ‘Allesverpletterende’.

Roman is extraatje

Aan het einde van het boek heeft ze haar ­debuutroman voltooid. Titel: ‘Voor God en de Sociale Dienst’. Ironie is bij Mizee geen gemakzuchtig stijlmiddel. Het is vitrage die voor het raam hangt en die de ernst en de pijn erachter nét niet verhult.

Brievenboeken en andere egodocumenten zijn vaak een extra in het oeuvre van een schrijver, een blik achter de schermen, een invalshoek om naar het werk te kijken. De faxen van Mizee zijn, zoals ik het zie, substantieel meer dan dat.

Na lezing van haar onlangs heruitgegeven debuutroman was ik zelfs geneigd het om te draaien: de roman is het extraatje, een logisch maar niet direct memorabel uitvloeisel van de faxen aan Ger (hele passages uit de faxen zijn erin overgenomen). Ook het succesvolle ‘Moord in de moestuin’ kun je zien als een genre-experiment dat Mizee twintig jaar geleden niet geschreven had kunnen hebben, maar dat ook niet had bestaan zonder de faxen uit de tijd waarin ze haar stem vond. Zo blijkt een stapel faxen zomaar het fundament van een oeuvre.

OordeelHaarscherp, eerlijk en licht; het fundament van haar oeuvre.

Nicolien Mizee
Allesverpletterende
Van Oorschot; 320 blz. € 24,99

Lees ook:

Lieve Ger, kun je niet één keer terugfaxen?

Nicolien Mizee (52) stuurde vele honderden faxen aan haar scenarioleraar Ger Beukenkamp, die nu zijn gebundeld tot een boek. Hij schreef nooit terug. ‘Natuurlijk werd ik daar wanhopig van.’

Outcast Nicolien Mizee beschrijft ervaringen en gewaarwordingen waarmee je je prima kunt identificeren

In het tweede deel van ‘Faxen aan Ger’ schrijft Mizee wederom vele faxen vol zelftwijfel. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden