PoëzieJanita Monna

Alles wat kapot gaat kruipt venijnig tussen hooggestemde regels door

Na twintig jaar weer een poëziebundel van Mortier. Het venijn klinkt tussen de hooggestemde regels door.

Erwin Mortier viert dit jaar zijn twintigjarige dichterschap. Een aantal van u zal nu misschien even fronsen, maar zeker, Erwin Mortier die doorbrak met ­Marcel, de Ako Literatuurprijs won met zijn roman Godenslaap, van wie recent De on­bevlekte verscheen, die schrijft ook poëzie. Hij kreeg voor zijn allereerste bundel de C. Buddingh’-prijs, was stadsdichter van Gent, en zijn gedichten voor de stad en ander werk tot dan, werden in 2009 gebundeld.

Nu ligt er, twee decennia na het debuut, nieuwe poëzie van Erwin Mortier, Precieuze mechanieken. Waarom het even duurde, wordt in de eerste regels duidelijk. ‘Ma,// Al te lang heeft je ziekte me de poëzie ontfutseld en mij mezelf./ De nesten vol drakeneieren in je kop braken hun zwarte dooiers in de mijne.’ Mortier richt zich tot zijn overleden moeder, de lezer zou haar kunnen kennen uit Gestameld liedboek. Er woonden ‘spinnenwebben’ in haar hoofd, ze leed aan dementie.

In Precieuze mechanieken put Mortier enerzijds uit het persoonlijke. Zich kerend tegen al te veel geëxperimenteer en getheoretiseer in de poëzie, zoekt hij de taal in haar schoonheid en zingt ook over wat lelijk is: een lichaam dat hapert, als dat van zijn moeder (‘iedereen vergeten doet geen mens goed’), de dood die vroeger begint ‘dan we menen’, die zelfs al school in emmertjes waarmee zandkastelen gebouwd werden en in feestjes van ooit, zo is te zien als de film van een leven wordt teruggespoeld.

Maar Mortier, die zinnen kan schilderen als ‘de wolken stoppen strohalmen van zonlicht/ tussen hun verliefde tanden’, toont evengoed de krakende ‘mechanieken’ van de wereld – hoe ‘een volk tot roedel’ wordt, oorlog, alles wat kapot gaat, het kruipt venijnig tussen de soms hooggestemde regels door.

Brons, stalen helmen, het past een mens niet, aldus Mortier: ‘Vrijheid (…) draagt geen geharnaste dogma’s’. De mens, de dichter, is bloot, en moet dat zijn, om aangeraakt te kunnen worden door kunst. In een tijd waarin God van zijn voetstuk is gevallen, houdt Mortier een naïef geloof in de poëzie.

Want als we moeder mogen geloven, die in de slotreeks vanuit de hemel het woord neemt, is het in het daar net zo’n alledaagse bedoening als op aarde: ‘Gisteren zat ik naast Mozes in de cinema./ Hij hoort niet goed, maar dat geeft niet, zegt hij.’

Erwin Mortier
Precieuze mechanieken
De Bezige Bij; 112 blz. € 22,99

Nu weet ik, eindelijk ben ik jong genoeg om te beseffen:
schoonheid zal de wereld redden – eergisteren al, nu reeds,
en ook over zevenmaal
zevenhonderd jaar,

in talen die wij niet kunnen bevroeden.

De lamp flakkert, de keldermuur davert.
Niemand weet of we de ochtend halen.

Een kind en een grijsaard memoriseren de alfabetten.

Als men hun polsen niet kluistert, kunnen ze de doden overdragen,
hun vingertoppen in de natte kalk één regel achterlaten

die hun beulen vergiffenis schenkt,

de wreedste straf.

- Erwin Mortier, Precieuze mechanieken

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lang op Bonaire als correspondent. Monna werkte als redacteur bij Poetry International en was initiatiefnemer van de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden