RecensieZuiderzee

Achter de Afsluitdijk bleef de veerkracht overeind

Na haar boek over de inpoldering van Flevoland, richt Eva Vriend zich nu op de dorpen rondom de verdwenen Zuiderzee.

Het is zo’n typisch Wikipedia-feitje: op zaterdagmiddag 28 mei 1932 om 13:02 uur werd de Vlieter, het laatste gat in de Afsluitdijk, gedicht. De Zuiderzee was niet meer. Bij het sluitgat was het tijd voor een feestje. Stoomfluiten, sirenes, het Wilhelmus. Alles wat kon varen had zich verzameld rond de bakschippers die met de laatste happen keileem van de binnenzee een meer maakten.

Alles wat kon varen? Nee, in de havens langs de Zuiderzeekust wapperden de vlaggen aan de botters halfstok. De vissers waren hun zee kwijt, hun toekomstperspectief. Wat moesten ze met dat IJsselmeer?

De stemming zou snel verbeteren. Aan de zuidzijde van de gloednieuwe dijk lag het vol met alles wat kieuwen had en de kraamkamer wilde verruilen voor het ruime sop. En aan de andere kant probeerden volwassen ansjovissen, spieringen en haringen hun favoriete paaiplekken te vinden, maar ze zwommen zich vast op de kersverse waterkering. Wie in de buurt van de dam zijn netten uitgooide, verdiende bakken met geld.

Visser Willem Kwakman uit Volendam beurde in die tijd vijfduizend gulden per week, vijf keer zoveel als een loonarbeider in een jaar. “De Afsluitdijk die het einde zou inluiden, had een schip vol geld gebracht,” aldus Eva Vriend in haar boek ‘Eens ging de zee hier tekeer. Het verhaal van de Zuiderzee en haar kustbewoners’.

Eva VriendBeeld Jelmer de Haas

Van het kastje naar de muur

Maar het IJsselmeer was geen onuitputtelijke bron en met het verdwijnen van de vis verminderde eveneens het aantal botters. In Spakenburg stopten tussen 1930 en 1947 meer dan vierhonderd vissers, zo’n 35 procent van het totaal. Andere Zuiderzeeplaatsen kenden vergelijkbare cijfers. De volhouders weken uit naar de Noordzee.

Wat te doen met de afhakers? Van de commissie die dat vraagstuk diende op te lossen hoefde de visserij niet veel te verwachten. Een gedupeerde Zuiderzeevisser is als een inlander in de rimboe, dacht de commissievoorzitter. Geef de inboorling wat gereedschap en hij maakt een eigen huisje. Precies zo zou het moeten gaan met de Zuiderzeesteunwet: je kreeg wat geld om je om te scholen en dat was het dan. De vissers namen daarmee geen genoegen. In 1931 kwam de sector voor het eerst massaal in actie. Een demonstratie in Den Haag leverde een klein beetje extra financiële steun op. Daarvoor moest wel het ene na het andere formulier worden ingevuld. Vriend ploos het dossier van Spakenburger Gijs Hopman uit, een stapel van tweehonderd paperassen. Het klassieke verhaal van het kastje en de muur en het kluitje in het riet.

Pas in de jaren vijftig kwam er een uitkoopregeling. Een decennium later was het aantal visserijvergunningen met de helft gedaald. Afgezwaaide vissers hoefden het niet te proberen in de drooggelegde IJsselmeerpolders. De nieuwbakken kleigronden waren alleen bestemd voor zorgvuldig geselecteerde pioniers, het ruige vissersvolk was er onwelkom – niet voor niets kreeg Urk bijvoorbeeld pas na een jaar of tien een weg die het eiland van weleer met het nieuwe achterland verbond.

Voltooiing van de Afsluitdijk tussen de Waddenzee en Zuiderzee in 1932. Beeld ANP

Weemoed en veerkracht

Zes jaar geleden verscheen Vriends non-fictiedebuut ‘Het nieuwe land’, over de inpoldering van Flevoland. Wanneer ze in de dorpen rondom de verdwenen Zuiderzee sprak over dat boek voelde ze de weerstand. “Ik merkte dat er een bijna fysiek soort aversie tegen mij bestond”, zei de boerendochter uit Luttelgeest onlangs tegen NRC Handelsblad. “Ze zagen me als zo’n arrogante schrijfster uit de Noordoostpolder die denkt dat de polder alleen maar het beste heeft gebracht.” En daarmee was het idee geboren voor een nieuw boek, waarin de historica en journaliste zich richt op de voormalige Zuiderzeekustgemeentes.

Zoals de Franse kunsthistoricus Henry Havard bijna anderhalve eeuw geleden een reis maakte langs de randen van de Zuiderzee, zo bracht Vriend talloze uren door in plaatsen als Volendam, Urk en Spakenburg.

In zijn reisverslag betitelde Havard de oorden die hij bezocht als villes mortes, dode steden. Van de grandeur uit de VOC-tijd was eind negentiende eeuw nog maar weinig over. Vriend zegt het niet me zoveel woorden, maar dat beeld zit nog altijd in onze hoofden. De Zuiderzee, dat is toch klederdracht, vergane glorie? Leuk voor de toeristensector en dat was het dan.‘Eens ging de zee hier tekeer’ bewijst dat de rand langs het IJsselmeer zoveel meer is dan deze clichés. Er was weliswaar teloorgang en weemoed door de afsluiting van de Zuiderzee, maar Vriend toont aan hoe veerkrachtig de kust­bewoners waren en zijn.

 Tussen al die Jannen, Keesen en Jurries lopen dwarsverbanden

Karakteristiek voorbeeld: in 1964 wijdde het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen een expositie aan het roemrijke verleden van Urk. Het Urker gemeentebestuur was niet aanwezig bij de opening. “Het is wel leuk dat men aan de andere kant van het IJsselmeer moeite doet om het oude Urk te bewaren”, zei de burgemeester. “Maar wij zijn veel te druk met de toekomst.” Er stond die dag een bespreking gepland voor uitbreiding van de haven. De Urkers visten nu op platvis uit de Noordzee en dat ging zo goed dat er al werd gesproken van het nieuwe manna.

1966: het sluitgat in de ringdijk rond Zuid-Flevoland wordt gesloten. Beeld ANP

Waar heel wat jonge mannen uit Urk kort na de oorlog vergeefs hadden gehoopt om als boer aan de slag te kunnen op het nieuwe land, waren de rollen nu omgedraaid. Een behoorlijk aantal vissers moest personeel van buiten werven. “Laat de boeren maar komen vissen”, schreef een krant.

Vissers die toch hun netten aan de wilgen hingen, vonden nieuwe middelen van bestaan. De Harderwijker ex-visser die midden jaren zestig in de Verenigde Staten vier tuimelaars kocht, werd rijk met het Dolfinarium. De kleinzoon van Gijs Hopman ruilde de golven in voor een installatiebedrijf en staat nu in de Quote 500.

De antipathie die tegen Vriend bestond, wist ze weg te nemen, want de voorbije jaren sprak ze over de honderd inwoners van de gemeenten rondom het IJsselmeer. Openlijk vertellen ze over hun leven en dat van hun voorouders. Het wemelt in haar boek van de namen. Had Vriend zich in dat opzicht niet wat moeten beperken? Gaandeweg wordt duidelijk dat de vloed aan vissersmannen en -vrouwen een functie heeft. De Jan uit de ene plaats is de zwager van de Jan uit een ander dorp. Kees uit Spakenburg heeft Jurie uit Urk ooit uit de brand geholpen. Tussen al die Jannen, Keesen en Jurries lopen dwarsverbanden. Het spinnenweb van lijntjes wordt door gemeenschapszin en ondernemersgeest bijeengehouden en is nog altijd springlevend.

Oordeel: Vriend maakt korte metten met stereotypen.

Eva Vriend
Eens ging de zee hier tekeer. Het verhaal van de Zuiderzee en haar kustbewoners.
Atlas Contact; 358 blz. € 24,93

Lees ook:

Honderd jaar Zuiderzeewet: een feest met een schaduwkant

Flevoland viert deze week de honderdste verjaardag van zijn geboorteakte, de Zuiderzeewet van minister Lely. Maar het is een feest met een schaduwkant. Net als toen worden de visserssteden vergeten.

In de Beemster daalde de bodem, voor en na het water weggepompt was

De Nederlandse bodem zakt meer en sneller dan verwacht. Dat levert de komende eeuw grote uitdagingen op. Nieuw is het probleem niet. Nederland kan bogen op zo’n duizend jaar ervaring.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden