Interview Dierenrechten

Zo wil rechtsfilosoof Janneke Vink dierenrechten in de Grondwet verankeren

Janneke Vink (29) is jurist en doceert aan de Open Universiteit Maastricht. Ze promoveerde vorige maand op een proefschrift over dierenrechten. Voor een commissievergadering van de Tweede Kamer schreef ze in september een ‘position paper’ tegen ritueel slachten en vindt dat dierenwelzijn in de grondwet verankerd hoort te zijn.

Janneke Vink behoort tot een intellectuele voorhoede die consequent spreekt van ‘de mens en andere dieren’. Tijdens de verdediging van haar proefschrift ‘The Open Society and Its Animals’, onlangs in Leiden, zorgde deze woordkeuze voor verwarring. Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht, liet merken dat hij ervan uitging dat Vink zich versproken had – ‘de mens en andere dieren’, zoiets kon ze toch niet bedoeld hebben?

Vink: “Zo’n opmerking sterkt mij er juist in om die formulering te blijven gebruiken. Het zet mensen aan het denken over het feit dat wij biologisch gezien ook dieren zijn. Dat neemt niet weg dat we in allerlei opzichten heel bijzondere dieren zijn. Wij zijn de enige die een politiek systeem en een rechtssysteem in stand kunnen houden. Het doel van de term is dan ook niet het ontkennen van die bijzonderheid, maar te erkennen dat er biologisch gezien geen wezenlijk onderscheid is tussen de mens en andere dieren.”

Rechtsfilosofiedocent Janneke Vink raakte gefascineerd door de juridische positie van dieren door het gebrek aan aandacht hiervoor tijdens haar rechtenstudie. Bij een melkloos kopje koffie (ze probeert veganistisch te leven) in een café in haar woonplaats Vlaardingen vertelt ze: “Dieren kwamen bij rechten alleen even aan bod in een college over goederenrecht. Ze zaten tot voor kort in dezelfde categorie als tafels en stoelen. Dat is inmiddels aangepast: dieren zijn sinds 2013 volgens de wet geen zaken meer. Wat die wet­geving nu precies betekent, is heel onduidelijk, omdat diezelfde wet bepaalt dat alle regels over zaken nog steeds van toepassing zijn op dieren. Bij de behandeling van de mensenrechten werd er gezegd dat deze in essentie draaien om de menselijke waardigheid. Wat het dan precies betekent en waarom alleen mensen zoiets zouden hebben, werd mij nooit duidelijk. Wat is er nou zo bijzonder aan mensen dat zij niet gemarteld mogen worden en andere dieren wel?”

Op deze vraag kon Vink pas terugkomen bij de colleges van rechtsfilosoof Paul Cliteur, tegenwoordig senator voor Forum voor Democratie. Hij vergeleek varkensstallen in de bio-industrie ooit met de Holocaust. Vink besloot de fundamentele onderbouwing van dierenrechten te onderzoeken met de vraag: hoe realiseer je die?

Eerst over de onderbouwing. Dierenmishandeling is al strafbaar. Waarom is dat niet genoeg?

“Dierenbescherming is deel van de gewone wetgeving. Die is wiebelachtig. Waait er een andere wind, dan komen er andere wetten. Dierenrechten missen verankering. Vergelijk het met kinderrechten – ook kinderen kunnen hun eigen bescherming niet opeisen, daarom is er kinderbescherming. Maar dat is niet het enige wat ze beschermt. Ze hebben ook mensenrechten. Daardoor kun je politiek nooit aan hun positie morrelen.”

Het gaat u dus om het verschil tussen wetten en rechten?

“Inderdaad. Wetten zijn te veranderlijk. De goede behandeling van andere dieren zou als uitgangspunt los moeten staan van linkse of rechtse sympathieën, progressieve of conservatieve regeringen. Wat er tot nu toe met dieren gedaan wordt, is totaal willekeurig. Een geliefd hondje krijgt vorstelijke medische zorg, terwijl een anoniem varken geslacht wordt na een leven lang in een klein betonnen hok te hebben gestaan. Het is maar net wat mensen met het dier willen: aaien en liefkozen, opeten of voor een test gebruiken. Maar een dier heeft ook belangen.”

Het proefschrift van Janneke Vink ‘The Open Society and Its Animals’ zal in 2020 gepubliceerd worden bij Palgrave Macmillan in de Animal Ethics Series.

Is dat zo?

“Ja. We hebben duizenden jaren gedacht dat dieren niks te maken hebben met politiek en recht, omdat ze niet kunnen deelnemen aan het politieke proces en het juridische systeem. Dat laatste is natuurlijk nog steeds zo, maar sinds Darwin én de inzichten van de moderne wetenschap weten we dat dieren wel degelijk belangen hebben. Dat geldt in elk geval voor sentiële dieren, dat zijn dieren die bewustzijn hebben en dieren die aantoonbaar pijn kunnen lijden. Descartes sneed in een levende hond, omdat hij ervan uitging dat dieren geen ziel hadden. Inmiddels vindt nagenoeg iedereen dit wreed. Maar we laten dieren nog steeds lijden onder de beslissingen die wij nemen en het beleid dat wij voeren. Dat wij hun belangen vaak niet eens in overweging nemen is in strijd met de democratie, een politiek systeem waarin de belangen van de bevolking worden weerspiegeld in het bestuur van het land.”

Een bevolking bestaat uit mensen.

“Als je onderschrijft dat een democratie de belangen moet weerspiegelen van tenminste iedereen die binnen de grenzen van de natiestaat geraakt wordt door het beleid, dan kun je met de kennis van nu eigenlijk niet anders dan de belangen van dieren ook meewegen. De Britse denker James Mill beschreef dit uitgangspunt van de weerspiegeling van belangen begin negentiende eeuw. Zijn zoon, politiek filosoof John Stuart Mill, maakte al de uitbreiding naar andere dieren: als zou blijken dat andere dieren ook belangen zouden hebben, dan zouden zij ook moeten meetellen in de belangenweging. Inmiddels weten we dat dit zo is.”

Dat blijft een menselijke afweging.

“Inderdaad. En mensen zullen ook altijd het land besturen. De vraag is alleen of we daarbij verplichtingen hebben tegenover andere dieren, die ook geraakt worden door onze overheidsbeslissingen. Voor wilsonbekwame mensen – kinderen, comateuze patiënten of demente bejaarden – vinden we het vanzelfsprekend dat we hen in een democratie niet negeren. Ook al kunnen ze niet stemmen of meeregeren, ze verdienen institutionele bescherming. We hebben deze groepen steeds verder uitgebreid. Eerst telden slaven en vrouwen niet mee. Daar zouden we nu niet graag meer op terugkomen.”

Als rechtsfilosoof houdt Vink graag oog voor de afstand tussen het rechtvaardige ideaal van een ‘intersoortelijke’ ­democratie en het dagelijkse recht. In een land vol megastallen, plofkippen en kiloknallers kan die afstand niet in één klap overbrugd worden. “Als je iets gaat doorvoeren wat weliswaar rechtvaardig is, maar waar geen draagvlak voor is, heeft het geen zin. Dan wordt het gewoon genegeerd en juridisch zo geïnterpreteerd dat het niks voorstelt.”

“Een nog groter probleem is dat je daarmee het rechtssysteem schade toebrengt: rechten die een dode letter zijn schaden de geloofwaardigheid van het recht. De democratische rechtsstaat is in al zijn onvolkomenheden verreweg het beste politieke systeem dat we tot nu toe hebben verzonnen als mensheid, dus daar moet je voorzichtig mee omgaan.”

Wat zijn in uw ogen haalbare opties?

“Politieke participatie valt wat mij betreft af. Het heeft geen zin om aardvarkens stemrecht te geven. En als we mensen uit naam van de aardvarkens en andere dieren laten spreken, zitten daar ook te veel haken en ogen aan. Met welke criteria ga je die vertegenwoordigers selecteren? Op basis waarvan spreken zij zich uit? Het zou voor de dieren misschien wel een vooruitgang zijn, maar het kan riskant zijn voor de democratie, want dan zitten er mensen in het parlement die niet democratisch verkozen zijn. Daar lopen alle politieke mogelijkheden op stuk: dieren kunnen in een politieke context niet opkomen voor hun eigen belangen.”

De Partij voor de Dieren is wel democratisch.

“Maar dat is een ander verhaal: die partij agendeert dingen op basis van een eigen programma. Dat kan zeker in het belang zijn van dieren. Maar een waarborg geeft het niet; de partij kan morgen opgeheven worden, of weggevaagd worden door de kiezer. Opnieuw: uiterst wiebelachtig.”

Welke optie is wél haalbaar?

“Dieren opnemen in de Grondwet. En dan doel ik niet op het ‘recht op leven’ – dat zou zo’n dode letter worden, omdat de samenleving er enorm voor zou moeten veranderen en zoiets vergt tijd en voortschrijdend inzicht. Wat wel zou kunnen is een staatsdoelstelling over dierenwelzijn op­nemen in de Grondwet.”

Beeld Patrick Post

Dat klinkt ook als een dode letter.

“Maar dat zou het beslist niet zijn. Alleen al omdat we daarmee voor het eerst als land zouden erkennen dat we überhaupt iets aan dieren verplicht zijn. Het eerste daadwerkelijke effect zou zijn dat de kwaliteit van dierenwelzijns­bescherming vanaf dat moment niet meer mag afnemen. Wat er ook gebeurt: nieuwe wetten mogen er dan dus niet toe leiden dat de situatie voor andere dieren verslechtert, want dat is dan in strijd met de Grondwet.

“Het tweede effect: overheidsdienaren krijgen meer mogelijkheden om de belangen van dieren mee te wegen. Nu wint het mensenbelang het vrijwel altijd, omdat mensen grondrechten hebben en dieren niet. In Duitsland gebeurde dat heel vaak, er was bijvoorbeeld een zaak over mensen die vogeltjes met een touwtje aan een molentje bonden. Degenen die dat deden beriepen zich op hun artistieke vrijheid – een grondrecht – en daardoor kon de rechter er niets tegen doen. Dat is nu veranderd, sinds Duitsland zo’n staatsdoelstelling over dierenwelzijn in de Grondwet heeft staan.

“In Nederland zou het ook consequenties hebben als er weer eens dieren geruimd moeten worden. Een paar jaar ­geleden heeft het kabinet Rutte-II opdracht gegeven om duizenden koeien te slachten, omdat er fosfaatnormen waren overschreden. Dus eerst had de overheid nagelaten om op de fosfaatnormen toe te zien, en vervolgens moesten al die koeien geruimd. De overheid stelde 42 miljoen euro aan sterfsubsidies beschikbaar en financierde daarmee een massale moordpartij op dieren met publiek geld. Dat kan allemaal, want dieren hebben geen positie. Dat zou ongrondwettelijk zijn als dieren in de Grondwet zouden staan.”

Krijg je op deze manier niet alsnog boze burgers?

“Dat denk ik niet. Volgens een groot Europees onderzoek zegt 95 procent van de Nederlanders: ‘Wij vinden het belangrijk dat dieren in de veehouderij een goed leven hebben’. En 89 procent zegt: ‘Dat moeten we niet enkel aan de markt overlaten. De overheid moet opkomen voor die dieren’.”

En morgen kopen ze weer voor 2,5 euro een kilo kip.

“Dat kan best, inderdaad. Maar dat is niet zo relevant bij het invoeren van zo’n doelstelling in de Grondwet. Als we iets in de Grondwet willen zetten, is het belangrijkste of we er moreel van overtuigd zijn. Wellicht komt je morele overtuiging nog niet overeen met je gedrag. Ik kan het ook moeilijk vinden om mijn menu veganistisch te houden. Maar dat doet niet af aan mijn morele overtuiging. Sterker nog: juist in dit soort gevallen kun je best wat overheidssteun gebruiken. En uit die onderzoeken blijkt dat de bevolking daar voor is.”

Ook zo’n doelstelling in de Grondwet zou evengoed nog een lange weg zijn.

“Zeker. Het moet door beide Kamers, en na verkiezingen opnieuw, omdat het een grondwetswijziging betreft. Maar we kunnen er morgen aan beginnen. Er begint ook in de ­politiek meer bewustzijn over te ontstaan. Tot nu toe is dierenwelzijn vooral een links item, maar dat is niet vanzelfsprekend. Rechtse partijen zouden dit vanuit het liberale gedachtengoed – vrijheid en rechtsgelijkheid – heel goed kunnen verdedigen.”

Heeft uw promotor er nog geen balletje over opgegooid bij Forum voor Democratie?

“Dat weet ik niet. Wij houden politiek en wetenschap gescheiden.”

Lees ook:

De Nederlander wil niet betalen voor dierenwelzijn

Hoezo, dierenrechten? De Nederlander wil er geen cent voor betalen. Janneke Vink reageerde daarop.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden