Analyse Prinsjesdag

Zijn de hoogtijdagen van het neoliberalisme voorbij?

Beeld Suzan Hijink / Ilse Kraaij

Als zelfs liberaal Mark Rutte de vraag opwerpt of bedrijfswinsten niet te veel naar de aandeelhouders gaan, en te weinig naar de werknemers, dan weet je: er is verandering in de lucht. Het neoliberalisme lijkt op zijn retour, en politie, zorg en onderwijs mogen zich weer koesteren in de belangstelling van Den Haag. Maar is dat genoeg?

De markt lost niet alle problemen op. Heel langzaam dringt dat besef door. Sinds de no-nonsense kabinetten van Ruud Lubbers in de jaren tachtig lag de nadruk op wat de overheid financieel niet (meer) kon doen. Nu verschuift het accent naar wat de overheid moét doen.

Als de voortekenen niet bedriegen, gaat de Troonrede, komende dinsdag, over tal van terreinen waar het kabinet wil dat de overheid een actievere rol speelt. Zijn de hoogtijdagen van het neoliberalisme voorbij?

Het beleid van het derde kabinet-Rutte verschilt op één fundamenteel onderdeel sterk van alle kabinetten sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. De Miljoenennota zal de ­Kamer dinsdag melden dat 2020 het vijfde ­opeenvolgende begrotingsjaar is met een overschot op de begroting. Uniek in de moderne geschiedenis van de overheidsfinanciën.

Er is dus geld in overvloed, temeer daar de overheidsschuld razendsnel daalt. Waarschuwingen dat de hand op de knip moet blijven om de vergrijzing te kunnen financieren, verliezen veel van hun urgentie.

De lijst problemen die om overheidsingrijpen vragen, is bijna eindeloos

Maar het is niet alleen de min of meer toevallige aanwezigheid van voldoende budget die maakt dat dit kabinet investeert in de publieke sector. Op tal van terreinen zijn de grenzen van een terughoudende overheid bereikt. ­Investeringen in infrastructuur zijn te lang achtergebleven, de kwaliteit van de dienstverlening van de overheid, of het nu bij het UWV is of de Belastingdienst, laat gevaarlijk veel te wensen over. Het onderwijs dreigt aan kwaliteit te verliezen, mede door achterblijvende salarissen voor onderwijsgevend personeel, in de zorg is een groot tekort aan handen.

De lijst problemen die om overheidsingrijpen vragen, is bijna eindeloos. Te lang om een terughoudende overheid nog langer te rechtvaardigen. In het regeerakkoord is al een extra investering in de publieke sector aangekondigd van ruim 6 miljard euro. Daar blijft het niet bij. Er is een heuse verandering in ideologie gaande. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff heeft het over een ‘liberalisme dat werkt voor mensen’. Minister Wopke Hoekstra nam een cruciaal pakket aandelen in KLM, om de invloed van de Nederlandse overheid op het Frans-Nederlandse bedrijf te borgen.

Premier Mark Rutte. Beeld ANP

Voorbeelden te over. Wie had twintig jaar geleden kunnen denken dat er discussie zou ontstaan over de vraag of de overheid niet (opnieuw) een publieke nutsspaarbank diende op te richten? CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma, toch niet de meeste linkse christendemocraat, vindt het een prima idee om de door de overheid van de ondergang geredde Volksbank (moeder van SNS en ASN) met dat doel in overheidshanden te houden.

Er is geen politicus die de afgelopen maanden niet zijn bezorgdheid uitte over de ‘middenklasse’, mensen met een inkomen net op of net boven modaal. Die grote groep moest het vanaf de jaren tachtig vooral zelf uitzoeken. De verzorgingsstaat werd vooral ten koste van hen sterk versoberd.

De markt levert niet wat de afgelopen decennia van haar verwacht werd

De 6 miljard euro aan extra investeringen gaan vooral naar een beter salaris voor juist ­deze inkomensgroep. De agent, de leraar in het basisonderwijs, de verpleegkundige. Naar consumptieve uitgaven, zoals oud-minister van financiën Onno Ruding het in de Volkskrant geringschattend noemde. Ruding is dan ook een man van de oude stempel. Minister in een tijd dat de grenzen van de verzorgingsstaat nadrukkelijk opdoemden.

Sinds de val van het tweede kabinet-Kok in 2002 wordt met het jaar duidelijker dat de grenzen van wat het neoliberalisme vermag naderen. Vorige week meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de groeiende economie niet tot verbetering van de kwaliteit van leven leidt. Mensen, staat in ‘de Sociale staat van Nederland’, ervaren niet dat het beter gaat. De markt levert niet wat de afgelopen decennia van haar verwacht werd.

Premier Rutte is daar ook achter. Het was nota bene deze liberaal die de vraag opwierp of bedrijven aandeelhouders niet te veel laten profiteren van de hoge winsten en of het geen tijd is om het personeel mee te laten profiteren. De opmerking betekent nog geen kabinets­ingrijpen in de loonvorming, maar het is toch alsof Rutte dreigt van zijn geloof te vallen. Inkomensverschillen, ongelijkheid in brede zin, staan op de politieke agenda. Zelfs het Internationaal Monetair Fonds, verguisd om zijn liberale inslag, geeft zich meer en meer ­rekenschap van ongelijkheden.

Gaat deze verandering louter over economie en centen, of is het een omslag in het denken over de rol van de overheid in de samenleving? De neoliberale hoogtijdagen gingen ­gepaard met een sterk gedepolitiseerd klimaat. Een probleem werd niet veroorzaakt door onverenigbare belangen, maar was vooral technisch van aard. De overheid bestierde de BV Nederland. Technocratisch en met politici die de overheid zagen als een bedrijf. Efficiency en output tegen zo min mogelijk kosten en zo hoog mogelijke opbrengst betekenden hier de opkomst van Pim Fortuyn en zijn ideologische erfgenamen. Internationaal betekende het verzet tegen de Europese Unie, de opkomst van populistisch rechts en wellicht ook de ­intrede van Donald Trump in het Witte Huis.

Hoopvolle verandering

Herman Tjeenk Willink, als informateur ­betrokken bij de vorming van het zittende ­kabinet, ziet een groeiend aantal aanwijzingen voor een hoopvolle verandering, en niet alleen in Nederland. Jarenlang hamerde hij op de zorgwekkende situatie bij ‘de uitvoering van beleid en de maatschappelijke democratie’. Kort gezegd: je kunt wel anders gaan denken over de publieke sector en over de rol van de overheid, maar als professionals op de werkvloer en de burgers om wie het draait geen stem krijgen, lukken veranderingen niet.

Herman Tjeenk Willink. Beeld ANP

Tjeenk Willink publiceerde eind vorig jaar het enthousiast ontvangen ‘Groter denken, kleiner doen’. Het boekje is aan de twaalfde druk toe, een opvallend succes. Een wijziging in het ideologische klimaat leidt niet automatisch tot andere maatschappelijke machtsverhoudingen, stelt hij. Meer aandacht voor misstanden, voor het groeiend aantal dak- en thuislozen of toenemende inkomensverschillen brengt ons slechts halverwege.

“De overheid is sinds de jaren tachtig vooral beschouwd als een bedrijf ten dienste van de economische welvaart, te verwezenlijken via de private sector”, aldus Tjeenk Willink. “In dat soort denken is de overheid in de eerste plaats een kostenpost. De Rijksbegroting wordt een bedrijfsbegroting. Door privatisering en verzelfstandiging van publieke taken wordt de overheid afhankelijk van private partijen. Die weg – de overheid als bedrijf – loopt dood. Problemen bij overheidsdiensten (Belastingdienst, bruggen die achterstallig onderhoud kennen) zijn geen incidenten.”

Voor de noodzakelijke verandering in het denken is meer nodig dan geld. Meer of minder van hetzelfde maakt weinig uit, als ‘hetzelfde’ het probleem is. Tjeenk Willink bepleit dat er wordt nagedacht over wat de democratische rechtsorde inhoudt. Als de politicus, of de bestuurder, geen voorzitter is van de raad van bestuur van de BV Nederland, wat is dan wel zijn functie?

Tegelijkertijd dienen de politicus en de overheid ruimte te geven aan ontwikkelingen van onderop. Zonder vertrouwen in professionals en de burger komt er van een democratische rechtsorde, als concept waarin iedereen telt, niets terecht.

Tegenwicht tegen het overheersende managementdenken

Het extra geld dat minister Slob van onderwijs beschikbaar stelde aan het basisonderwijs leidde tot succesjes, omdat hij onderwijzend personeel, onderwijsbonden en -bestuurders opriep met voorstellen te komen om het geld te besteden. Dat bedoelt Tjeenk Willink met de ruimte geven. Vernieuwing van onderop is iets anders dan ingaan op het vriendelijke aanbod mee te denken. Dat aanboddenken, zoals Tjeenk Willink het noemt, leidt niet tot echte participatie.

Tjeenk Willink: “Ik praat geregeld met artsen en mij blijkt steeds de behoefte om zelf gezamenlijk te werken aan vernieuwingen. Vaak is de vraag van die professionals hoe ze de minister zo ver kunnen krijgen dat hij niet alleen hun ideeën verwelkomt, maar ook meehelpt de barrières weg te nemen. En dus tegen ­bestaande belangen in te gaan.”

“De ontwikkelingen van de laatste tijd, die zeker hoopvol zijn, betekenen impliciet de ­erkenning dat de afgelopen decennia dingen fout zijn gegaan. Ook daarover moet het politieke debat gaan. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om de eigen dynamiek van overheid en markt en hun onderlinge verknoping te doorzien.

“We moeten onszelf vragen stellen. Waarom hebben we collectief zo weinig tegenwicht geboden tegen het overheersende managementdenken? Waarom hebben we de uitholling van de democratische rechtsorde pas zo laat gezien?”

ChristenUnie bindt de strijd aan met het neoliberalisme

Partijleider Gert-Jan Segers wil de toon van de ChristenUnie aanscherpen. Nederland heeft volgens hem behoefte aan een nieuwe politieke agenda, tegen het neoliberalisme.

Neoliberalisme heeft al anderhalve eeuw een ongunstige bijklank

Is de term neoliberalisme wel een juiste term? Ton den Boon vindt van niet

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden