BoekrecensieDictators

Zelfs na zijn dood heerst de dictator

Dictators zijn mens en mythe tegelijk, beschrijven drie boeken over leven, werken, dood en eetgewoonten van alleenheersers.

Benito Mussolini kocht zijn loftuitingen. Asvero Gravelli ontving 79.500 lire voor zijn hagiografie, waarin hij onder meer deze zin over de Duce opschreef: “God en geschiedenis zijn twee begrippen waarmee Mussolini wordt vereenzelvigd.”

Andere alleenheersers toonden zich meesters in het misleiden en paaien van gasten. De Amerikaanse journaliste Dorothy Thompson publiceerde na een lang interview met de Führer het boek ‘I Saw Hitler’. De nazileider was volgens haar ‘hét prototype van de gewone man’, hooguit in staat om ‘de zwakste van al zijn vijanden te verslaan’. De Ierse schrijver ­George Bernard Shaw noemde Stalin na een lang onderhoud een ‘alleraardigste opgewekte kerel’ in wie ‘geen kwaad, maar ook geen goedgelovigheid steekt’. In ‘Red Star Over China’ prees de Amerikaanse journalist Edgar Snow Mao als ‘een rebel met een sprankelend en gemoedelijk gevoel voor humor’. Zijn landgenoot Harison Salisbury liet zich ondanks jarenlange ervaring als correspondent in de Sovjet-Unie en Albanië misleiden door toneelstukjes en pseudovriendelijkheid in Noord-Korea. Naar zijn oordeel was Kim Il-sung een ‘uitzonderlijk en scherpzinnig staatsman’.

De voorbeelden hierboven komen uit ‘Acht dictators uit de 20e eeuw. De cult van persoonsverheerlijking’, geschreven door de in Nederland geboren maar in Hongkong docerende Frank Dikötter. Maar ook in twee andere recente publicaties over despoten, ‘Het lijk van de dictator’ van de Belgische emeritus hoogleraar Franse letterkunde Luc Rasson, en ‘Aan tafel bij dictators’ van de Poolse journalist Witold Szablowski, zie je blikken vertroebelen. De magie van despoten is niet zomaar uitgewerkt.

Mateloze leiderschapscultus

Dikötter, die eerder een terecht geprezen trilogie schreef over het gruwelbewind van Mao Zedong, legt met de portretten in ‘Acht dictators uit de 20e eeuw’ meer vaste patronen bij totalitaire regimes bloot. Hij beschrijft puntig en gedegen leven en werken van Mussolini, Hitler, Stalin, Mao, Kim Il-sung, vader en zoon Duvalier (Haïti), Ceaușescu en Mengistu (Ethiopië), ieder voor zich meesters in het ondergraven van bestaande waarheden. Eén rode lijn is eveneens de bizarre omvang van de leiderschapscultus. De mateloosheid ervan neemt vaak alleen maar toe, als het tij tegenzit. Dan gaan regimes alleen maar harder jubelen om ellende te overschreeuwen.

De Roemeense dictator Ceaușescu was ‘een lichaam van het volkslichaam, een ziel van de volksziel’ en ‘de maat van alle dingen en levende wezens in het gezegende land dat Roemenië heet’, zijn met doctorstitels, onderscheidingen en functies behangen vrouw Elena de ‘ster die aan het eeuwige firmament naast een andere ster staat’. Boekenwinkels en krantenkiosken stonden vol met hun werken. Platenwinkels verkochten hun toespraken.

Acht dictators uit de 20e eeuw. De cult van persoonsverheerlijking

Alleenheersers hebben de neiging om op den duur in hun eigen schijnwereld te gaan geloven. De verbijstering was van de gezichten van de Ceaușescu’s af te lezen, toen het volk hen eind 1989 begon uit te joelen.

Overlijden staat centraal in ‘Het lijk van de dictator’ van Luc Rasson. Voor dictators is er in elk geval leven na de dood, mag de conclusie luiden na zijn bestuderen van Franco, Mussolini en Pétain. Rust is er daarentegen een stuk minder.

Een biologisch én een politiek lichaam

Dictators zijn mens en mythe. Rasson onderscheidt daarom met de Duits-Amerikaanse historicus Ernst Kantorowicz een biologisch en een politiek lichaam. Niet elke despoot was fysiek even goed toegerust voor zijn taak. Mussolini speelde met zijn torso, kaak en blik. Hij had een erotiserende werking op vrouwen en mannen. Franco was klein, had grote oren en een grote stem. Hij hield het ondanks dit gebrek aan charisma langer vol als machthebber.

Pétain, Frankrijks oorlogsheld van de Eerste Wereldoorlog, sleet zijn laatste jaren in gevangenschap wegens heulen met de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mussolini was de ene dag nog leider van een verloren republiek om de volgende dag dood te bungelen aan een tankstation. Franco regeerde tot aan zijn dood. Het biologische lichaam onderging op het laatst tegen beter weten in een aantal operaties, de stervende werd in een tapijt gerold naar zijn chirurgen gebracht. Nadat de radioboodschap met ‘Franco ha muerto’ dan toch het onvermijdelijke einde van het biologische lichaam had aangekondigd, begon het levend houden van het politieke lichaam met missen, herdenkingen en de bijzetting in de monumentale Vallei van de Gevallenen.

Daar is hij vorig jaar na veel debat en aandringen van tegenstanders van het regime weggehaald en elders herbegraven. Bij Pétain en Mussolini gingen voorstanders er vandoor met de lijken.

Het lijk van de dictator

Rasson is af en toe wat lang van stof, maar heeft wel een goed gevoel voor het kluchtige van dat voortdurende gesol met stoffelijke overschotten. Luguber en lachwekkend liggen bij hem in elkaars verlengde. Wie het bij leven moest hebben van enige potsierlijkheid, ontkomt er nadien kennelijk ook maar moeilijk aan.

In het Cuba van Fidel Castro deed volgens ‘Aan tafel bij dictators’ op een gegeven moment het mopje de ronde dat in de dierentuin van Havana de bordjes ‘Verboden de dieren te voederen’ waren vervangen door bordjes met ‘Verboden het voer van de dieren te stelen’. Later zou dat ‘Verboden de dieren te eten’ zijn geworden. In een Cubaans raadsel ging het eveneens over voedsel. Wat zijn de drie verworvenheden van de revolutie van Castro? Geneeskunde, onderwijs en sporters. En de drie mislukkingen? Het ontbijt, het middageten en het avondeten.

Intieme setting

Die maaltijden staan centraal in ‘Aan tafel bij dictators’ van Witold Szablowski. De Pool is meester in het vertellen van grote geschiedenis via kleinere verhalen. Twee jaar geleden verscheen zijn boek ‘Dansende beren. Heimwee naar het communisme’, waarin het lot van de Oost-Europeanen na 1989 knap verteld wordt via de wederwaardigheden van dansberen en hun baasjes sinds die tijd. Nu benadert de Pool zijn onderwerp opnieuw via een zijingang.

Hij maakte een slimme keuze. Het letterlijke kijkje in de keuken biedt ook zicht op de alleenheersers in een van de meest intieme settingen, de eettafel. Door niet alleen met de voormalige koks te spreken maar ook met hen maaltijden te bereiden en te nuttigen ontstaat een vertrouwelijkheid die makkelijker herinneringen losmaakt.

Aan tafel bij dictators. Door de ogen van hun chef-koks

De verhalen van de mensen achter het fornuis leggen het raffinement van het spel met angst en verleiding in alle finesses bloot. Aan de ene kant was er vrees voor de luimen van de dictator. Een mislukt gerecht kon een boete of sadistische straf opleveren. De dood ligt zelfs op de loer. In systemen gebouwd op wantrouwen is de grens dun tussen voeden en vergiftigen. De eerste kokkin van de Albanese dictator Enver Hoxha pleegde onverwacht zelfmoord. Een andere verdween zomaar. Voor de collega’s begon het gissen en het huiveren.

Aan de andere kant stegen koks tot ongekende hoogten: ze verkeerden tussen de elite en hoge buitenlandse bezoekers, oogstten waardering en werden soms rijkelijk beloond met geld, dure auto’s of vrouwen. De koks kregen vaak de menselijke trekjes van hun werkgever te zien. En ze hielpen soms mee om het beeld van de alleskunner in stand te houden: Saddam Hoessein kookte tijdens de Irak-Iranoorlog graag voor zijn militairen. Zo moest het er althans uitzien voor het oog van de camera. In de praktijk bereidde zijn kok het eten zo voor, dat de leider het alleen hoefde gaar te koken.

Szablowski moest soms jaren moeite doen om de keukenprinsen aan het praten te krijgen. Ze schamen zich of zijn bang voor nieuwe machthebbers. Ze zitten nog vol wantrouwen. Tegelijkertijd: regimes en leiders mogen dan vaak zijn verdwenen, vaak is nog iets van de oude waardering voor de baas blijven bestaan. 

Oordeel: lang van stof, maar met gevoel voor het kluchtige.

Luc Rasson
Het lijk van de dictator
Franco, Mussolini, Pétain Vrijdag; 432 blz. € 29,95

Witold Szablowski
Aan tafel bij dictators. Door de ogen van hun chef-koks
Vert. G. Hauth-Grubben
Nieuw Amsterdam; 240 blz. € 24,99

Frank Dikötter
Acht dictators uit de 20e eeuw. De cult van persoonsverheerlijking
Vert. Margreet de Boer
Spectrum; 352 blz. € 29,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden