Abraham Kuyper (1837-1920) aan het werk.  Beeld  Spaarnestad Photo
Abraham Kuyper (1837-1920) aan het werk.Beeld Spaarnestad Photo

Déjà vuGulle gevers

Zelfs begin vorige eeuw kostten campagnes een partij al een hoop geld

De middelen waren eenvoudig, communiceren kon via de eigen zuilen, maar zelfs begin vorige eeuw kostten campagnes een partij geld. Het meeste kwam van gewone leden. Vrijwilligers gingen geregeld langs de deuren om de contributie op te halen, maar tussen het opgehaalde bedrag en de gewenste financiën gaapte meestal een diepe kloof. Abraham Kuyper, voorman en oprichter van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), Nederlands eerste politieke partij, verzuchtte in 1901 ten overstaan van zijn achterban: “Het eenige dat U nog ontbreekt en dat mag ik U niet verzwijgen, is een doeltreffende regeling om Uw krijgskas steeds gevuld te houden. Want ook bij deze worsteling blijft geld een der zenuwen van de oorlog.”

Van een zevencijferig bedrag in één keer zoals schoolboekenmiljonair Hans van der Wind voorafgaand aan de afgelopen verkiezingen gaf aan het Christen-Democratisch Appèl (CDA), kon Kuyper slechts dromen. Financiën kwamen eerder binnen met dubbeltjes en kwartjes dan met guldens. Al waren er destijds al onder­nemers die guller gaven.

Na de Tweede Wereldoorlog begon de nieuwe tijd meer financiële kracht van de partijen te eisen. De overheid stelde weliswaar zendtijd op de radio ter beschikking – en later op televisie – maar de korte programma’s daarvoor moesten bedacht en gemaakt worden. Bovendien gingen na verloop van tijd de zuilen wankelen en daarmee daalde de kiezerstrouw. Het loonde dus om naar de gunsten van zwevend electoraat te dingen. Dat vergde wel een ­redelijk gevulde kas.

Behoorlijke aandeel laagbetaalden

Tekorten en bijna-tekorten bestonden bij bijna alle partijen. Maar ze regelden hun financiën elk op hun eigen manier. De Partij van de Arbeid (PvdA) vroeg ondanks het behoorlijke aandeel laagbetaalden in haar gelederen flinke contributie. Bij de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) waren de zaken wat liberaler geregeld: het bedrag aan donaties van particulieren en vooral van bedrijven oversteeg daar enige tijd de contributieopbrengst. De ondernemer/politicus Dirk Stikker, een van de oprichters van de VVD, had bij het begin van de partij zelfs eigen geld in de organisatie gestoken.

Van de voorlopers van het CDA had de ARP de financiële zaken het best op orde. De trouw aan hun kerk en partij stond het minst onder druk. Bovendien kenden de gereformeerden een behoorlijke partijdiscipline waarbij een relatief geoliede afdracht van lidmaatschapsgelden hoorde.

Bij de Katholieke Volkspartij (KVP) sprongen aan de partij gelieerde fondsen geregeld bij. RK-standsorganisaties en –werkgevers gaven aanzienlijke bedragen. Dat gebeurde wel anoniem. Toch bleef de KVP vooral afhankelijk van de leden. Vanaf het midden van de jaren zestig ging het bergaf. Met de katholieke kerken liep de partij leeg. Wat evenmin hielp, was dat de partij er bij het innen van gelden het keurig christendemocratische principe van gespreide verantwoordelijkheid op nahield. Afdelingen bepaalden zelf de hoogte van hun contributie. Per regio kon het sterk verschillen en de gevraagde bedragen waren soms behoorlijk laag.

Van strenge wetgeving kwam het niet

Waarschijnlijk was het daarom niet toevallig dat juist KVP-fractievoorzitter Norbert Schmelzer in 1968 het voortouw nam bij het pleiten voor een overheidsbijdrage voor partijactiviteiten op het gebied van studie, vorming en voorlichting. Het leidde tot stevige debatten. Want moesten partijen niet zelf de broek op kunnen houden? En betekende subsidie ook niet overheidsbemoeienis?

Maar de middelen voor de wetenschappelijke instituten van op landelijk niveau vertegenwoordigde partijen kwamen er vanaf 1972 toch. Na de invoering van nog meer overheidsbijdragen volgde in 1998 de Wet Subsidiëring Politieke Partijen. Van strenge wetgeving kwam het niet. Partijen moesten voortaan giften van bedrijven van ­boven de 4500 euro melden in hun ­financiële jaarverslag. In 2013 volgde een aanscherping: bij dit soort donaties moest het ministerie van binnenlandse zaken, ook als ze van particulieren kwamen of in natura, op de hoogte worden gesteld.Grote, gulle gevers tegenover dubbeltjes- en kwartjeswerk

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden